Typologie(ën)

opbrengsthuis
gelijkvloers met handelszaak

Ontwerper(s)

C. BEKKERSarchitect1902-1909

Stijlen

Eclectisme

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2014-2016

id

Urban : 28857
lees meer

Beschrijving

Geheel van twee verschillende opbrengsthuizen met commerciële benedenverdieping in eclectische stijl n.o.v. architect C. Bekkers, respectievelijk 1902 en 1909, gebouwd in opdracht van aannemer Leopold Massonet die er reeds in 1898 een materialenloods achter bakstenen omheiningsmuur en met ijzeren inrijpoort liet bouwen. Het pand op nr. 163-165-167 zal er vanaf 1909 zijn bouwbedrijf huisvestten met behoud van de loods.

Nr. 159-161. Asymmetrische gevel van vier bouwlagen in baksteen met elementen in wit- en hardsteen en donkerkleurige baksteen voor penanten, ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. en borstweringen. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder I-balkenIJzeren latei met I-profiel. rustend op kussenblokken met Dorische kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen.. HoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. met in tweede en derde bouwlaag tweelichten met glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter balkon volgens verkleinende ordonnantie en met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. DrielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. in hoogste bouwlaag. DakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. onder tuitgevel met Frans balkonBorstwering tussen de dagkanten van een naar binnen openslaand venster dat tot de vloer doorloopt.. DakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. boven toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op consoles. Commerciële benedenverdieping eerste maal verbouwd in 1922 in art-nouveaustijl, vervolgens in 1970 als huidig uitzicht. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  vervangen.

Nr. 163-165-167. Vijf bouwlagen en twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak. Bakstenen gevel met hardstenen elementen. Grotendeels rechthoekige vensters onder I-balkIJzeren latei met I-profiel.. Linkertravee tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met op benedenverdieping pui ter vervanging van inrijpoort naar voormalige loods met bouwmaterialen; op tweede verdieping timpaanMonumentaal driehoekig of segmentvormig boogveld, meestal besloten in een fronton; vaak rijkelijk versierd. met keramieken omlijsting en engelenfiguren in zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is., gevelveld grotendeels verdwenen met nog overblijfsel van inscriptie ‘MATERIAUX (DE CONSTRUCTION)’; in vierde verdieping borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met katachtig roofdier en wederom timpaan. Bekroning met twee gevelvelden tussen akroterieën: ‘BRIQUES BLANCHES / DE SILEZIE’ en ‘LAUBANER THONWERKE’.
Hoofdtravee tussen lisenenDecoratieve, uitspringende, verticale geleding, vaak met andere liseen verbonden door boog(fries). met uitsparingen ter hoogte van hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. gevat in boogvormige bekroning met centrale attiekborstwering tussen postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering.. Balkons met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., in hoogste bouwlaag als vensterleuningLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal. voor getoogd vensterLicht- en/of luchtopening in een muur.. Winkelpui op benedenverdieping met grotendeels bewaard schrijnwerk, overig schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  vervangen.

Bronnen

Archieven
GAV/DS 159-161: 1965 (1902), 7554 (1922), 19306 (1970); 163-165-167: 1297 (1898), 3153 (1902), 4157 (1907), 4789 (1909).