Glossarium

Het glossarium omschrijft en illustreert de meest voorkomende architecturale termen van de inventaris. Sommige termen, voornamelijk technische termen en materialen, kunnen doorheen de website worden gezocht. Zo kan de gebruiker bijvoorbeeld alle beschrijvingen raadplegen waarin het woord 'sgraffiti' voorkomt.
 

Dit glossarium is gebaseerd op het woordgebruik van vorige inventarissen van het Brussels erfgoed en verzekert zo enige eenvormigheid. Voor de termen die niet voorkomen in het glossarium, verwijzen wij de gebruiker graag naar HASLINGHUIS, E.J., JANSE, H., Bouwkundige termen, 5de druk, Primavera Pers, Leiden, 2005.

glossarium

Aanzetsteen

Geprofileerd of versierd blok (natuur)steen waarop een boog of een strek steunt. (...)

Acanthus

Ornament, gebaseerd op het diep zaagvormig blad van de acanthusplant. (...)

Accoladeboog

Boog bestaande uit twee in- en uitzwenkende boogdelen die bij hun snijding een spits vormen. (...)

Aedicula

Versieringsmotief, ontleend aan de klassieke bouwkunst, vormt samenstel van pijlers en een klassieke bekroning. (...)

Afschuining

Schuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. (...)

Afzaat

Aflopend bovenvlak van een dorpel. (...)

Ajour

Opengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. (...)

Akroterie

Versieringsmotief, op de hoek - in mindere mate op de top - van het hoofdgestel; vaak in de vorm van een palmet of griff (...)

Alternerend

Afwisselend. (...)

Amsterdamse School

Belangrijke Nederlandse expressionistische architectuurrichting (ca. 1913-1930) met specifieke volumewerking en decorati (...)

Anker

(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief. (...)

Arabesk

Ornament met slingerende grondlijn, bekleed met bladeren, bloemen, vruchten, gedeelten van mensen- of dierenbeelden in g (...)

Arcade

Eén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn. (...)

Architraaf

Hoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden. (...)

Archivolt

Geprofileerde of versierde omlijsting van een boog. (...)

Arkel

Veelhoekig of rond uitkragend volume op de hoek van een gebouw en langs één of meer verdiepingen opgaand; (...)

Art deco

Tendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebrui (...)

Art nouveau

Internationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In Bel (...)

Asymmetrische compositie

Typische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouw (...)

Atlant, herme

Ondersteuning in de vorm van een mannenfiguur; wanneer het onderlichaam vervangen is door een naar onderen taps toe (...)

Attiek

Muur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt. (...)

Attiekverdieping

Verdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een ge (...)

Baluster

Vaasvormige spijl van een borstwering. (...)

Balustrade

Hekwerk van spijlen of balusters. (...)

Barok

(...)

Beaux-Artsstijl

Architectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en (...)

Bepleisterd

Muur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder ande (...)

Berapen

Met mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. (...)

Beslag

Verzameling van metalen elementen op een deur of raam. (...)

Beslagwerk, ferronnerie

Vlaamse-renaissanceornament, ontleend aan metalen (sier)beslag en vaak bestaande uit in- en uitzwenkende platte bandvorm (...)

Bifora, tweelicht

Tweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. (...)

Binnenwelfvlak

Welfvlak aan de binnenzijde van een boog of gewelf. (...)