Typologie(ën)

herenhuis
werkplaats (ambachtelijk)

Ontwerper(s)

Jean MAELSCHALCKarchitect1901

INCONNU - ONBEKEND1898

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Eclectisme
Neorenaissance

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2014-2016

id

Urban : 28860
lees meer

Beschrijving

Herenhuis in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl met renaissance-invloed, 1898. Bestaande inrijpoort voorzien van verdiepingen onder topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. n.o.v. architect Jean Maelschalck, 1901.

Het gebouw werd vanaf 1911 in gebruik genomen als burelen voor de coöperatieve verzekeringsmaatschappij La Victoire. Vanaf ca. 1927 wordt het gebouw ingenomen door de
Bonneterie Weisbort François et frères. Zij vervingen de oorspronkelijk achterbouwen (aangeduid in 1898 als poulailler – pigeonnier) door grote werkplaatsen. Na WO II werd het gebouw ingenomen door de Société Belge Etam. Vandaag huisvest het gebouwencomplex het Centre d’acceuil et de traitement (CATS) du Solbosch.

Huidige opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. van drie bouwlagen en zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Witstenen gevel met elementen in blauw geglazuurde baksteen en hardsteen, op dito onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen..
Voormalig herenhuis van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), met centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Balkons volgens verkleinende ordonnantie; in hardsteen met balustersVaasvormige spijl van een borstwering. in eerste bouwlaag als Frans balkonBorstwering tussen de dagkanten van een naar binnen openslaand venster dat tot de vloer doorloopt. met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in hoogste bouwlaag. Benedenverdieping onder hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel., venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in tweede bouwlaag onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. GetandeLijst met kleine repetitieve kubusvormige elementen (tanden); guttae hebben de vorm van een afgeknotte kegel en bevinden zich eerder onder aan een console of triglief. kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst..
Links inrijpoort tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen. en onder timpaanMonumentaal driehoekig of segmentvormig boogveld, meestal besloten in een fronton; vaak rijkelijk versierd. met mascaronGehouwen versiering onder de vorm van een (fantastisch) mensen- of dierenmasker. en arabeskenOrnament met slingerende grondlijn, bekleed met bladeren, bloemen, vruchten, gedeelten van mensen- of dierenbeelden in grillige vormen, maar op sierlijke wijze geschikt en aaneengestrengeld.; balkons op verdiepingen met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. (boogvormig op eerste verdieping), in hoogste bouwlaag voor glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. onder timpaanMonumentaal driehoekig of segmentvormig boogveld, meestal besloten in een fronton; vaak rijkelijk versierd.; geheel bekroond door oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. in tuitgevelPuntgevel bekroond met smalle rechthoekige hals; bij zeventiende eeuwse voorbeelden vaak steunend op schouderstukken. met gebogen frontonbekroning.
Interessant decoratief programma dat dateert van 1898 met o.a. op borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van tweede bouwlaag panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met keramiektegels waarin bloemenguirlande en slingers, bekroond door sgraffitofries met palmetmotief. In hoogste bouwlaag op muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. flankerend aan glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. twee cartouchesOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. met ‘18’ en ‘98’. HoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met tegels in spiegels1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting.. Op benedenverdieping echter decoratie waarschijnlijk n.a.v. gebruik als verzekeringskantoor sinds 1911 met medaillonsRonde of ovale cartouche. waarin leeuwenhoofden, omgeven door guirlandesGehouwen of gesneden slinger van bloemen, bladen of vruchten. Als festoen, vaak met linten en opgehangen aan strikken met neerhangende uiteinden.  van eikenblad en olijfblad in muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. van benedenverdieping.

Achteraan perceel groot atelier met magazijnen van twee bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) n.o.v. architect Robert Lemaire, 1927 i.o.v. Bonneterie Weisbort François et frères. Bakstenen gevel met grote, rechthoekige muuropeningen. Uitgebreid met twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en verhoogd met één bouwlaag onder plat dak in 1991 en 1997.

Bronnen

Archieven
GAV/DS 1311 (1898), 1799 (1901), 5509 (1911), 6500 (1914), 7005 (1920), 9348 (1927), 15180 (1949), 15277 (1949), 21269 (1991), 21280 (1991), 21620 (1995), 22020 (1997), 22287 (1999), 24619 (2010).