Typologie(ën)
Ontwerper(s)
Léon-Pierre SUYS – architect – 1868-1871
Stijlen
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Inventaris van het Industrieel Erfgoed (La Fonderie - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Anderlecht-Kuregem (Archistory - 2017-2019)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Wetenschappelijk De wetenschappelijke waarde wordt vaak erkend in het geval van landschappen (parken, halfnatuurlijke gebieden). Binnen de context van een onroerend goed kan het gaan om de aanwezigheid van een (bouw)element (bijzonder materiaal, experimenteel materiaal, bouwprocédé of -component) of getuigenis van een ruimtelijk-structurele ruimte (stedenbouwkundig) waarvan het behoud moet worden overwogen met het oog op wetenschappelijk onderzoek. In het geval van archeologische vindplaatsen en overblijfselen wordt de wetenschappelijke waarde erkend in relatie tot het uitzonderlijke karakter van de resten op het gebied van ouderdom (bijvoorbeeld de Romeinse villa in Jette), de uitzonderlijke bewaringsomstandigheden (bijvoorbeeld de site van het vroegere dorp Oudergem) of de uniciteit van de elementen (bijvoorbeeld een volledig bewaard dakspant) en derhalve op dat vlak een uitzonderlijke en prominente wetenschappelijke bijdrage vormen tot de kennis van ons stedelijk en pre-stedelijk verleden.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Geschiedenis
Op de omwalling van Brussel werd al in de 14e eeuw een eerste Groot Spui op de hoofdarm van de Zenne gebouwd. De sluis moest overstromingen in de stad voorkomen door overtollig water naar de grachten af te leiden. Het gebouw, dat twee overwelfde buizen bevatte, werd stroomopwaarts versterkt door twee voorstevenvormige voorbouwen en werd door een zadeldak bekroond. In 1808 werd het tot op het niveau van de gewelven gesloopt door architect Auguste Payen vader, in het kader van de ontmanteling van de stadsomwalling. De kleppen werden bewaard en de sluis bleef in bedrijf, onder een voorlopig dak. In 1840 werd ze, op dezelfde plaats, vervangen door een gebouw in baksteen en hardsteen, in neoclassicistische stijl met invloed van de renaissancestijl, naar een ontwerp van stadsarchitect, Auguste Payen zoon. De sluis overspande toen de sloot van een nieuw tolhek, gelegen langs een grote binnenring. Na de opheffing van dit tolhek krachtens de wet van 18.07.1860 en de daaropvolgende aanleg van de huidige grote ringlanen, werd architect Léon Pierre Suys belast met de heropbouw en de uitbreiding van de sluis langs de nieuwe rooilijn op grondgebied Anderlecht. Hij opteerde voor dezelfde stijl en recupereerde bijna alle houwstenen van het oude gebouw. In het nieuwe complex, dat met de intramuros-overwelving van de Zenne werd verbonden, was een rioolwatercollector ingewerkt onder twee extra zijtraveeën. In 1903 werden de drie vensters aan de laan van de sluiswachterswoning vergroot. De Grote Sluis werd buiten gebruik gesteld op 21.05.1955, toen de tweede overwelving van de Zenne, buiten de stad, in gebruik werd genomen; ze diende nog enige tijd als opslagplaats voor de dienst Wegen, voordat een lange periode van verwaarlozing begon. Het totaal afgetakelde gebouw werd beschermd op 22.02.1984 en in 1994-1995 gerestaureerd door de architecten Jos Vandenbreeden en Vincent Nève de Mévergnies, die een deel ervan tot restaurant omvormden.
Beschrijving
Gebouw in bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. baksteen en hardsteen, op een ondiepe rechthoekige plattegrond, met bovengronds twee in de hoogte afnemende bouwlagen, bekroond door een laag zinken zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. De symmetrische voorgevel heeft vijf traveeën met muuropeningen, de twee uiterste behandeld als een lichtjes uitspringende voorbouw met inrijpoort. Op de benedenverdieping zijn alle muuropeningen rondboogvormig, met uitspringende sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf.; de inrijpoorten zitten gevat in een stenen vlak met bossageIn oorsprong een gevelbehandeling waarbij ruwgehakte, rechthoekige blokken natuursteen uit de loodlijn steken en de gevel op die manier een fors, rustiek (rustica) karakter verleent; later op gevel vormelijk geïmiteerd door middel van uitspringend al dan niet bepleisterde bakstenen blokken of banden (doorlopende schijnvoegen).. Centrale venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in een grote arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn. met omlijsting met hetzelfde decor en met lichtjes verhoogd binnenwelfvlakWelfvlak aan de binnenzijde van een boog of gewelf.. Alle muuropeningen worden verbonden door een stenen kordonlijst ter hoogte van de bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden., met inspringende keellijst. De halve verdieping wordt belijnd door een stenen kordonlijst die als kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). dienstdoet. Oorspronkelijk waren alle vensters rechthoekig of langwerpig, met een geprofileerde omlijsting met vier oren; de middelste werden in 1903 gewijzigd tot verticale muuropeningen onder rondboog, met een fijne inspringende omlijsting en een gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Op de bekronende stenen kroonlijst, attiekmuurtje in hetzelfde materiaal. In het midden van de opstand zijn twee gedenkstenen aangebracht: links “LES TRAVAUX / D’ASSAINISSEMENT / ONT ÉTÉ / COMMENCÉS / DANS BRUXELLES / LE 17 SEPTBRE 1868” en rechts “LA SENNE / A COULÉ / POUR LA 1RE FOIS / SOUS / CES VOUTES / LE 30 NOVEMBRE 1871”.
Boven een kleine, in 1994-1995 aangelegde vijver, achtergevel tussen twee trapgebouwen van latere datum, met de getoogde arcadesEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn., in steen en onder kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., van de dubbele tunnel voor de waterinlaat, rustend op een gemeenschappelijke afgeronde steunbeer. Erboven scanderen twee traveeën van muuropeningen met stenen omlijsting de bouwlagen: rondboogvensters en keellijst op de benedenverdieping, rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van hetzelfde type als de oorspronkelijke overeenkomstige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de voorgevel in de halve bouwlaag. Voor het overige herneemt de gevel de horizontale behandeling van de voorgevel.
Alle schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... is hersteld naar oorspronkelijk model.
De linker inrijpoort leidt naar een vertrek dat onder meer toegang geeft tot de enige bewaarde rioolwatercollector, onder een hoefijzerboogvormig tongewelf. Rechts bevindt zich de oude technische zaal van de sluis, waarvan het drijfwerk van de twee kleppen in zijn vroegere staat is teruggebracht. De ruimte wordt er opgedeeld door een met glas betegelde metalen mezzanine die door het restaurant werd gebruikt, thans buiten gebruik. De rechter inrijpoort geeft toegang tot een zaal waarvan de stenen keellijsten van een equivalente achterdeur zijn bewaard. Op de plaats van de collector aan die kant zijn kelders aangelegd.
Bronnen
Archieven
GAA/DS 9450 (05.06.1903).
SAB/Actes administratifs, 1807, pp. 177-187.
SAB/DD 591.
SAB/IF C-13857 tot 13867.
SAB/PP 3168 (1873).
SAB/OW 105054 (03.07.1992).
Publicaties en studies
DEMEY, T., Bruxelles, des remparts aux boulevards, Badeaux, Brussel, 2013, p. 457.
Zuidersluis, Open Monumentendagen 14-15 september 1996.
SCHOONBROODT, B., Anderlecht, verz. Guide des communes de Bruxelles, CFC-Editions, 1998, pp. 90-91.
SCHOONBROODT, B., Anderlecht. Les Chemins du Patrimoine, Cultureel Centrum van Anderlecht, s.d., pp. 71-74.
Tijdschriften
VAN SANTVOORT, L., “De Zuidersluis, hartklep van Brussel”, M&L, extra nummer, 1991, pp. 48-49.