Socio-cultureel centrum Léopold Sédar Senghor
Waversesteenweg 366-368
Maalbeeklaan 18-20-22
Typologie(ën)
kunstencentrum/cultureel centrum
cinema/bioscoop
feestzaal
appartementsgebouw
cinema/bioscoop
feestzaal
appartementsgebouw
Ontwerper(s)
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Eclectisme
Postmodernisme
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Bioscoopzalen (1993)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Etterbeek (DMS-DML - 1994-1997)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
1993-1995
id
Urban : 15393
Beschrijving
Oorspronkelijk woning n.o.v. architect P. VANBEESEN uit 1904, gebouwd op de plaats van een oudere constructie, een bijgebouw van het Institut Saint-Stanislas waarvan de binnenplaats en de tuin uitkeken op de Maalbeekstraat.
Op het oorspronkelijk plan brede bakstenen gevel afgewisseld met polychrome banden, van drie bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Op begane grond vier beglaasde gelijkvormige muuropeningen: in eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) inrijpoort met dubbele schamppalen, overige traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met vleugeldeuren. Decoratieve polychrome ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. met aan weerszijden zweepslagmotief en, in buitenste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), decoratieve sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf.. Op eerste verdieping vier rechthoekige muuropeningen waaronder twee deurvensters met ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in zijtraveeën. Op bovenste verdieping vier steekbogige muuropeningen met polychroom bakstenen metselwerk op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Polychrome baksteenfries. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op uitgelengde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief..
In 1909 werd besloten een feestzaal in te richten op de begane grond:

zaal met klimmende rijen zitplaatsen, omgeven door een galerij met ijzeren leuning; scène ingeschreven in korfbogige omlijsting met kwarthol beloop, in de zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. gedecoreerd met bladwerk en twee medaillonsRonde of ovale cartouche. met de letter "T" (links) en "C" (rechts), centrale feestattributen. Galerij geschraagd door gestapelde gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen met Korinthische kapitelenKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen.. De zaal wordt verlicht door bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. in de vorm van rondboogarcatuur, afgewisseld met zeer fraaie hermen. Verder verlichting gebeurt via vier rechthoekige beschilderde glaspanelen in het plafond.
In 1922 verbouwing van gevel n.o.v. architect Arthur MEULEMAN voor veiligheidsredenen. De vier deuren op de begane grond worden vervangen door een brede korfbogige muuropening met vier semi-beglaasde vleugels, aan beide zijden geflankeerd door twee kleinere getraliede rondboogdeuren; de drie muuropeningen onder doorlopende waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen.. Centraal opschrift "CONTINENTAL". De twee deurvensters op de eerste verdieping worden venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
In 1936 beslist men een cinema onder te brengen in de feestzaal waarop de gevel nogmaals gewijzigd wordt, n.o.v. architect Victor BOURGEOIS. De naam van de cinema verandert in Rixy.
In 1983 verbouwt architect Robert MAHIEU naar aanleiding van de herinrichtingswerken aan het voetgangersgedeelte van de Waversesteenweg, het gebouw tot een socio-cultureel centrum. Het wordt genoemd naar Léopold Sédar Senghor en werd in 1988 officieel ingewijd.
Op het oorspronkelijk plan brede bakstenen gevel afgewisseld met polychrome banden, van drie bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Op begane grond vier beglaasde gelijkvormige muuropeningen: in eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) inrijpoort met dubbele schamppalen, overige traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met vleugeldeuren. Decoratieve polychrome ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. met aan weerszijden zweepslagmotief en, in buitenste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), decoratieve sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf.. Op eerste verdieping vier rechthoekige muuropeningen waaronder twee deurvensters met ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in zijtraveeën. Op bovenste verdieping vier steekbogige muuropeningen met polychroom bakstenen metselwerk op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Polychrome baksteenfries. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op uitgelengde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief..
In 1909 werd besloten een feestzaal in te richten op de begane grond:
zaal met klimmende rijen zitplaatsen, omgeven door een galerij met ijzeren leuning; scène ingeschreven in korfbogige omlijsting met kwarthol beloop, in de zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. gedecoreerd met bladwerk en twee medaillonsRonde of ovale cartouche. met de letter "T" (links) en "C" (rechts), centrale feestattributen. Galerij geschraagd door gestapelde gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen met Korinthische kapitelenKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen.. De zaal wordt verlicht door bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. in de vorm van rondboogarcatuur, afgewisseld met zeer fraaie hermen. Verder verlichting gebeurt via vier rechthoekige beschilderde glaspanelen in het plafond.
In 1922 verbouwing van gevel n.o.v. architect Arthur MEULEMAN voor veiligheidsredenen. De vier deuren op de begane grond worden vervangen door een brede korfbogige muuropening met vier semi-beglaasde vleugels, aan beide zijden geflankeerd door twee kleinere getraliede rondboogdeuren; de drie muuropeningen onder doorlopende waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen.. Centraal opschrift "CONTINENTAL". De twee deurvensters op de eerste verdieping worden venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
In 1936 beslist men een cinema onder te brengen in de feestzaal waarop de gevel nogmaals gewijzigd wordt, n.o.v. architect Victor BOURGEOIS. De naam van de cinema verandert in Rixy.
In 1983 verbouwt architect Robert MAHIEU naar aanleiding van de herinrichtingswerken aan het voetgangersgedeelte van de Waversesteenweg, het gebouw tot een socio-cultureel centrum. Het wordt genoemd naar Léopold Sédar Senghor en werd in 1988 officieel ingewijd.
Bronnen
Archieven
GAEtt./OW 17088 (1904), 2415 (1909), 2162 (1922), 3251 (1936), Inschr. Reg. 3405 (1983).