Typologie(ën)

school

Ontwerper(s)

Hyppolite JAUMOTarchitect1899-1901

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Eclectisme
Neorenaissance

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2013-2014

id

Urban : 22918
lees meer

Beschrijving

Gelegen in het midden van het huizenblok tussen het Colignonplein, de Generaal Eenensstraat, de Goossensstraat, de Haachtsesteenweg en de Verwéestraat, schoolcomplex in neorenaissancestijl en eclectischePeriode: ca. 1840-1914. Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850 ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl, ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen, fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van Brussel (de Brusselse voorsteden). In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te weerspiegelen. In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer, keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel, erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken, zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken. De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis: een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap, vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas). De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt: een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of bow-windows. Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel. De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk, uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk, soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz. Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl, ontworpen in 1899-1901 door gemeentearchitect Hyppolite Jaumot.

Geschiedenis

In 1894 constateerde de gemeentelijke overheid dat de gebouwen van de middelbare meisjesschool, toen gelegen in het eerste straatdeel aan pare zijde van de Paleizenstraat, te oud en te klein waren geworden. Er werd dus beslist een nieuw complex te bouwen, in het huizenblok aan de oostzijde van het Colignonplein. De bouw werd goedgekeurd krachtens de K.B.'s van 15.02.1895 en 26.04.1900. De instelling, die toen naast een middelbare school ook een huishoudschool en een kleuterschool omvatte, opende haar deuren in 1904. Haar tegenhanger, de middelbare jongensschool, werd ook door de gemeentearchitect ontworpen en werd in 1884-1885 opgetrokken aan de Koninklijke Sinte-Mariastraat (zie nr. 168). In de Verwéestraat is het toegangsgebouw (A) thans aangevuld met twee uitbreidingen aan de straatkant (K, L), die elk twee huizen vervingen: dat rechts in 1978 (n.o.v. architect P. Saussez), dat links in 1984 (n.o.v. architect Robert Mahieu). Toen deze tweede uitbreiding werd gebouwd, werd het gebouw aan de Haachtsesteenweg (nr. 353-357) gesloopt en door nieuwe gebouwen vervangen. Sinds 1996 zijn de scholen van de Verwéestraat en de Koninklijke Sinte-Mariastraat gefuseerd in het Athénée Royal Alfred Verwée, dat een kleuterafdeling, een lagere afdeling en een middelbare afdeling omvat.

Verwéestraat 12, Middelbare school voor meisjes, ingangsgebouw, <a href='/nl/glossary/183' class='info'>opstand<span>Bouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur.</span></a> van voorgevel, GAS/OW [i]École moyenne pour filles rue Verwée (1904)[/i].

Beschrijving

Plan

Aan de Verwéestraat, toegangsgebouw (A) waarin zich oorspronkelijk een wachtzaal en de woningen van de directrice en de conciërge bevonden. Hal van de school op de eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). In de aslijn van deze hal, rechthoekige vleugel (B) met vestibule die naar de achtergebouwen leidt, oorspronkelijk bekroond door een lokaal voor “projections lumineuses” [lichtprojecties]. De vestibule geeft uit op een vleugel die min of meer evenwijdig met de straat loopt (C) en waarin zich een trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., gangen, het bureau van de directrice en de voormalige refter bevinden; naailokaal de op de verdieping. Haaks daarop, grote rechthoekige overdekte speelplaats (D), aan de lange zijden afgeboord door vleugels met klaslokalen (E). Aan elk ervan ligt een speelplaats: die van de voorbereidende afdeling aan het Colignonplein (F), die van de middelbare afdeling aan de Haachtsesteenweg (G). Aangebouwd tegen de achterzijde van de overdekte speelplaats, vleugel (H) gebruikt als gymnastiekzaal met kleedkamer; muziekzaal, museum en tekenzaal op de verdieping. Rechts van vleugel C, in het verlengde ervan, L-vormig gebouw (I) rond de speelplaats van de middelbare afdeling, met de klaslokalen van de kleuterschool en, oorspronkelijk, een overdekte speelplaats. Dit gebouw kreeg een speelplaats aan de Haachtsesteenweg, oorspronkelijk afgeboord door een overdekte galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden., in 1984 vervangen door een nieuwe vleugel (J).

Beschrijving

Gebouwen van twee of drie bouwlagen onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Rechthoekige of ronde ventilatiegaten op de borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., afgesloten door een opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. plaat.

Toegangsgebouw (A)
met monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. witstenen gevel in neorenaissancestijl. OpstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met Toscaanse invloed. ToegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. De volgende traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) springen in op de verdieping, achter een rij halfzuilenZuil die met het muurwerk verbonden is, maar slechts over de halve dikte uitspringt. met gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. schachtenDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn.  en Ionische kapitelenKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen.. Alle venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de verdieping onder knoppenlatei en geflankeerd door halfpilasters waarop een entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). van trigliefenVersiering, ontleend aan de Dorische fries, bestaande uit een vooruitspringend, rechthoekig vlak met twee gleuven in het midden en een halve aan elke zijkant; soms kan het aantal gleuven sterk afwijken. en metopenAl of niet versierd vlak tussen de trigliefen van een fries. met knoppenEen knop naast elke bordesdeur waarmee de lift kan worden opgeroepen. rust. HoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met knoppenfries en stenen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst.. Eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) bekroond door een frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met palmetvormig acroterion. AttiekbalustradeMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt. met postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. onder koepelvormig topstuk. Deuren bewaard. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vervangen. Achtergevel verbouwd.
Binnen, muren met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en lage marmeren lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, …. Deur van de wachtzaal rechts, onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles..

Vleugel met vestibule (B)
van drie bouwlagen, de eerste achter een kleine binnenplaats, en zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). GecementeerdeMet portlandcement bestrijken. gevel versierd met bakstenen en hardsteen.
Vestibule met plafond met gewelfblokjes en muren gescandeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Lage lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … in witte keramiek. Tegenover de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., grote delen van een wereldbol die de continenten voorstellen, gemaakt in 1904.

Verwéestraat 12, Koninklijk atheneum Alfred Verwée, zicht op de vestibule (foto 2014).

Vleugel evenwijdig aan de straat (C) met gecementeerdeMet portlandcement bestrijken. gevel van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en drie bouwlagen, de eerste achter een kleine binnenplaats.
Binnen, gangen onder gewelfblokjes. Trap met metalen balustersVaasvormige spijl van een borstwering. en opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. optreden.

Overdekte speelplaats (D)
met halvemaanvormige bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.: kleine venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in de lange zijden, groot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met twee monelenStenen vensterstijl. in de topgevelsHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Aan de onderzijde van het dak, beglaasde boogfriesReeks van kleine (decoratieve) bogen, vaak steunend op kraagstenen., thans dichtgemaakt. Langs de verdieping, mezzaninegalerij met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., op metalen korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken.. Achteraan is de galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. toegankelijk via een metalen wenteltrapTrap die rond een centrale, verticale as of opening spiraalvormig omhoog loopt. met drie rechte trapdelen. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. muren, die van de klaslokalen gescandeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Stalen gebinte op korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. die onderling zijn verbonden door kleine gelambriseerde gewelven. Dakstoelen en korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. met decor met waaiermotief en/of volutes. Houten dakbeschotBedekking van een kap, bestaande uit planken die over de gordingen zijn aangebracht; vaak als bebording van leien dakbedekking,. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  bewaard.

Verwéestraat 12, Koninklijk atheneum Alfred Verwée, grote overdekte speelplaats ([i]Vers l'Art[/i], 5, 1906, pl. 26).

Vleugel met klaslokalen (E), vleugel met de gymnastiekzaal (H) en L-vormig gebouw van de kleuterschool (I) met gevels in gele baksteen, versierd met rode bakstenen en hardsteen.

Vleugel met klaslokalen (E) met gevel van twaalf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarvan die welke de klaslokalen verlichten zijn voorzien van drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuiltjes, terwijl de traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) die overeenstemmen met de voormalige tussenliggende vestiaires, uitspringend en met hoekblokkenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel., zijn voorzien van gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  grotendeels bewaard.

Vleugel van de gymnastiekzaal (H)
met gevel van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), met gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de verdieping. Links, restant van een markies1. Beglaasde metalen of houten afdak; 2. Opvouwbaar zonnescherm boven raam of deur.  met korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken.. Dak met daklantaarns boven de tekenzaal. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. grotendeels bewaard. Deuren vervangen.

L-vormig gebouw van de kleuterschool (I)
met aan de binnenplaats gevels van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) voor de oude overdekte speelplaats en zes voor de klaslokalen. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  bewaard. Gevels aan de Verwéestraat en de Haachtsesteenweg vernieuwd in 1984.

Bronnen

Archieven
GAS/DS 277-8-10-12, 277-10-12.
GAS/OW Middelbare Meisjesschool Verwéestraat.
GAS/OW Infrastructuur 220.

Publicaties en studies
JURION-DE WAHA, Fr., La mémoire des pierres. Bruxelles Architecture scolaire, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1987, pp. 49-50.
JACQMIN, Y., KERKHOFS, V. (dir.), Architectures scolaires à Schaerbeek, Mémoires d'ânes, vzw PatriS, 1999, pp. 18-19.

Tijdschriften
Vers l'Art, 1906, pl. 25-28.

Websites
Koninklijk atheneum Alfred Verwée