Vous voyez cet objet en preview en tant qu'administrateur du site.

Typologie(ën)

woning of opbrengsthuis (onbepaald)
garage

Ontwerper(s)

Franz BOUWENSarchitect1883

Stijlen

Neoclassicisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

1993-1995

id

Urban : 15400
lees meer

Beschrijving

Neoclassicistisch pand en omheiningsmuur n.o.v. arch. Franz BOUWENS, 1883.

Gecementeerde lijstgevel van twee bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op arduinen plint met kelderopeningen. Middenrisaliet met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. op begane grond. In eerste bouwlaag rechthoekige, op verdieping steekbogige muuropeningen, geriemde omlijsting. Centraal balkon met ijzeren leuning; deurvenster onder gecanneleerd paneel en driehoekig frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. op twee consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. FriesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met bedekte figuratieve steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel.. Gekorniste houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met tandlijst en, boven hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst.. Talrijke malen gewijzigd (n.o.v. arch. E. VAN WALLENDAEL, 1949) ,(arch. Georges DEWAMME, 1963).

Bronnen

Archieven
GAEtt./Indic. Gén. 89020/1324 (1883), OW 1030 (1949), Inschr. Reg. 1608 (1963).