Typologie(ën)

kazerne

Ontwerper(s)

Henri VAN DIEVOETarchitect1898

INCONNU - ONBEKEND1900-1914

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Eclectisme

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

id

Urban : 40173
lees meer

Beschrijving

Geheel van twee voormalige kazernes in eclectischePeriode: ca. 1840-1914. Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850 ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl, ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen, fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van Brussel (de Brusselse voorsteden). In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te weerspiegelen. In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer, keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel, erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken, zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken. De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis: een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap, vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas). De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt: een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of bow-windows. Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel. De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk, uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk, soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz. Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl met een eenvoudige maar imposante opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur., gebouwd voor het Ministerie van Nationale Defensie en naar ontwerp van architect Henri Van Dievoet, 1898.

In nr. 1 bevond zich oorspronkelijk de “Bedden- en kledingdienst van het leger” en in nr. 33 de “Logistiek”.

De reeks gebouwen met sheddakenOpeenvolging van parallelle daken met afwisselend een steil beglaasd dakvlak (vaak noordelijk geörienteerd) en een flauw hellend dakvlak. binnenin het bouwblok – en langs de Kazernelaan 92 – werden tussen 1900 en 1914 gebouwd. Ze diende oorspronkelijk als hangars voor het transport van diverse regimenten, wasruimtes voor de soldaten en wasserij van het leger.

Historiek
In 1875 maakt de Staat een overeenkomst met de Stad Brussel om nieuwe gebouwen, bestemd voor het leger, te installeren op een uitgestrekte braakliggende grond van 45 hectare gelegen langs de Waverse steenweg en de generaal Jacqueslaan of in de Koninklijke Jachtbuurt. De oudste en grootste gehelen zijn de kazernes Baron de Witte de Haelen en Géruzet. Tot begin 20eeeuw worden nieuwe gebouwen ten dienste van het leger gebouwd: deze bestaan uit kazernes voor de soldaten, een arsenaal, opslagplaatsen, administratieve en logistieke gebouwen.

De gebouwen langs de Luchtmachtlaan en de Ruiterijlaan maken deel uit van de noordelijke uitbreidingen die in de jaren 1890 ontstonden en gewijd zijn aan utiliteitsgebouwen.

De talrijke gebouwen bestemd voor het leger in deze wijk markeren de militaire aanwezigheid in de hoofdstad en in de gemeentes Etterbeek en Elsene en de wens van een jong land en van het Ministerie van Oorlog om de talrijke militaire functies te concentreren op eenzelfde locatie en zowel qua comfort als qua moderniteit te verbeteren.

In 1976 werden de gebouwen verkocht aan het Ministerie van Openbare Werken. De voormalige kazerne op nr. 1 van de Luchtmachtlaan wordt vandaag gebruikt door de Politiezone Montgomery, terwijl de voormalige kazerne op nr. 33 zowel als de hangars op nr. 92 van de Kazernelaan het Centrum voor de traditie en geschiedenis van de Rijkswacht herbergt, thans het Museum van de geïntegreerde politie.

Beschrijving
Luchtmachtlaan nr. 1 en 33 Sobere, typisch militaire gebouwen met symmetrische gevels van twee bouwlagen onder zadeldakenDak met twee hellende dakvlakken. met dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Bakstenen gevels met hardstenen elementen. Kruisramen. KroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op uitgelengde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief..

In het interieur zijn verschillende elementen nog bewaard waaronder de tongewelven, de slanke gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. en de bordestrappen met houten borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..

Nr 1 Opstand van vijftien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarvan twee zijdelingse traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. onder puntdak bekroond door pinakelSlanke beëindiging in de vorm van een gotisch torentje.. Rechterpuntdak met jaartal1898in de top.

Achtergevel met soberdere uitwerking: twee zijdelingse puntdaken met kruisramen, centraal gedeelte met getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. muuropeningen.

Nr 33 Opstand van negen traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) waarvan de drie centrale in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. onder puntdak bekroond door pinakelSlanke beëindiging in de vorm van een gotisch torentje.. Centrale koetsdoorgang onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft..

Achtergevel met soberdere uitwerking: getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. muuropeningen met uitzondering van de drie centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met kruisramen.

Kazernelaan nr. 92 De reeks hangars met sheddakenOpeenvolging van parallelle daken met afwisselend een steil beglaasd dakvlak (vaak noordelijk geörienteerd) en een flauw hellend dakvlak. neemt quasi de volledige lengte van het perceel in en komt loodrecht uit op de Kazernelaan. De muur langs deze laan bestaat uit baksteen op een hardstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. en een poort tussen massieve pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. die naar de binnenplaats leidt.

Het interieur wordt gedomineerd door de metalen dakstructuur bestaande uit liggers op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. met hardstenen sokkelsHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel., en Polonceauspanten. Dankzij ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. in de noordelijke schilden worden de ruimtes rijkelijk en gelijkmatig verlicht.


Bronnen

Publicaties en studies
CULOT, M. (dir.), Etterbeek. Inventaire visuel de l’architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Bruxelles, 1980-1982, fiche 12.

MIHAIL, B., Le patrimoine militaire, Bruxelles, Ville d’art et d’histoire n°50, 2010.