Typologie(ën)

kantoorgebouw

Ontwerper(s)

Alexis DUMONTarchitect1931-1934

Marcel VAN GOETHEMarchitect1931-1934

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Functionalisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 30466
lees meer

Beschrijving

Kantoorgebouw “Shell”. Imposant hoekcomplex (Kantersteen nr. 39- 55) in Nieuwe Zakelijkheid, naar ontwerp van architect Alexis Dumont van 1931, in opdracht van Shell Immeubles Belges; bouw met medewerking van architect Marcel Van Goethem, voltooid in 1934. Eerste fase van een initieel grootser opgezet project dat verder voorzag in een vierkant torengebouw met 30 m zijde en 90 m hoogte, in een tweede fase op te richten op het binnenplein en waarvan de funderingen reeds werden gelegd. Voorafgaandelijk volkomen afwijkend voorontwerp in art decoPeriode: 1920-1940 De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes, die in 1925 in Parijs plaatsvond. De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale periode op de Brusselse architectuur. De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken (soms voorzien van een gestileerde koepel). Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd (badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd. In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken, waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot een courante bouwstijl. In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door elementen van het modernisme te integreren en met name van de scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie “pakketbootstijl”). van 1930. Tweede fase uitgewerkt vanaf 1934: bouwaanvraag voor torengebouw met 22 verdiepingen en nog slechts 80 m hoogte in 1937, geweigerd met verwijzing naar de enorme bouwmassa in relatie tot de te dichte nabijheid van Sint-Michielskathedraal en Warandeberg. Binnenplein opgevuld met uitbreidingen na 1955. Beeldbepalende architectuur door inplanting aan het stervormige kruispunt van de Houtmarkt. Innoverend voorbeeld van een grootschalig complex met commercieel opzet - zetel van de “Shell”-maatschappij gecombineerd met winkels, kantoren en parkeergarage voor verhuring - dat beantwoordde aan de modernste eisen van functionaliteit en comfort. Onderdeel van een reeks gelijkaardige complexen die in de jaren 1930 door “Shell” in verschillende Europese hoofdsteden werden ingeplant.

L-vormig complex met gebogen oostvleugel doorlopend  in een hoekrotonde, gekenmerkt door de getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. opbouw en een plastisch spel van geprononceerde en terugwijkende partijen. Omvat twee kelderverdiepingen, benedenbouw met entresol, en bovenbouw met overwegend zes verdiepingen onder plat dak. Constructie met skelet van gewapend beton op schoormuren en funderingspalen. Doorlopende  gevelopstand over tweeënveertig traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), evoluerend overeenkomstig het verval van Ravensteinstraat en Kantersteen, met nadrukkelijk horizontale registersVensterstrook in een topgevel., cesuur van de rotonde, en brede rechthoekige openingen. Ruimer beglaasde benedenbouw met vlakke zwart granieten (Labrador) bekleding: axiaal portaal1. In muur uitgespaarde ruimte voor een deur of toegang; - 2. Meer gesloten, voor of achter een gebouw geplaatste beschutting (voorbouw, vestibule). te midden respectievelijk tien en zes winkelpuien in de oost- en westvleugel, doorlopende  winkelpui in de rotonde; bronzen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met kleine roedenverdeling ter hoogte van de entresol. Westportaal aangepast naar ontwerp van Dumont van 1959 met beeldhouwwerk (schelp) door Olivier Strebelle. Bovenbouw met natuurstenen (Savonnière) bekleding. Westvleugel vanaf de rotonde trapsgewijs met respectievelijk één en drie niveau’s verlagend. In éénzelfde gevelvlak terugwijkende rotonde en bovenste verdiepingen met vlakke gevelbehandeling : vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. met verdiepte penantenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. en lekdrempel. Geprononceerde partijen met minimaal geveldecor: vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. met hardstenen omlijsting, de bewerkte penantenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. alternerend breed gegroefd en smal met variërend geometrisch meanderpatroon, idem als postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. van de pergola bovenop het lage uiteinde van de westvleugel; inspringende vlakke bekroning, oorspronkelijk voorzien van cilindervormige lantaarns1. Bovenste, opengewerkte bekroning van een dakkoepel of toren; schrijlings op nok van een dak gelegen wordt het dakruiter genoemd. - 2. Lichtbron met glazen ruiten., met bronzen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Fir- malogo “Shell” in reliëf in de topgeleding van de rotonde - heden bedekt - en de afgeronde hoek zijde Kantersteen. Oorspronkelijk raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met kleine roedenverdeling, heden vernieuwd.

Interieur. Oorspronkelijk parkeergarage onder de oostvleugel; winkels aan het binnenplein verbonden door een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. ; verticale circulatie via drie aan het binnenplein aanpalende trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en vier groepen liften. Huurkantoren met variabele indeling in de oostvleugel; “Shell”-kantoren en laboratoria - onder meer administrateurskamers en raadszaal ingericht door de decorateurs Baucher en Féron -, en restaurant met dakterras, in de rotonde en de westvleugel.


Bronnen

Archieven
SAB/OW 59350, 65861, 71295 en 71607 (1930-1937), 67177 (1955), 66737 (1959).
AAM, Fonds Alex. Dumont.

Tijdschriften

Bâtir,
 1934, 22, pp. 835-858.
L’Emulation, 1936, 5, pp. 77-82.