Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
woning
Ontwerper(s)
Alexis DUMONT – architect – 1937
Marcel VAN GOETHEM – architect – 1937
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Modern classicisme
Regionalistische architectuur
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
Onderzoek en redactie
2006-2007
id
Urban : 16178
Beschrijving
Geheel van twee verschillende huizen, nr. 158 in modern classicismePeriode: ca. 1930 – 1960.
Het modern classicisme is een monumentale architectuurstijl die tracht moderne
principes, zoals een functionele organisatie van het grondplan en het gebruik
van recente bouwtechnieken, te verzoenen met een aanblik die eerder klassiek
geïnspireerd is. Het is een stroming die voortbouwt op de codes van de
klassieke architectuur en de architecturale denkwijze weerspiegelt die, in
dienst van het Europese nationalisme, tijdens het interbellum opkomt, zowel in
autoritaire regimes als in democratische landen. Die tendens wordt gekenmerkt
door neoklassieke verwijzingen, die worden geactualiseerd door ze te
vereenvoudigen. Dat resulteert in een versterkte
monumentaliteit die wordt benadrukt door de accentuering van horizontale lijnen
(kroonlijsten, attiekmuren …). Het betreft een uitgepuurde architectuur, waarin
weinig gebruik wordt gemaakt van decoratieve beeldhouwkunst. Wanneer dat toch
gebeurt verzacht ze het enigszins sobere of strenge karakter van het gebouw.
In Brussel neemt het modern classicisme de vorm aan van monumentale gehelen en
komt het vooral tot uiting in de openbare architectuur en in kantoorgebouwen
tijdens de jaren 1930 en vervolgens in de jaren 1950. Wanneer het modern
classicisme wordt toegepast op woningbouw, verliest het zijn monumentale
karakter (en wordt het soms zelfs banaal) en uit het zich via diverse elementen
zoals repetitieve rondboogvensters (die een arcade vormen), halfzuilen,
kroonlijsten, entablementen, driehoekige frontons enz. en nr. 160 in traditionalistischePeriode: vanaf 1920
Traditionalistische architectuur duidt een manier van bouwen aan die zich
bewust laat inspireren door vormen, materialen en vakmanschap uit het verleden.
Het gaat om een houding die inzet op continuïteit en niet op een breuk met het
voorgaande. De traditionalistische architectuur probeert geen volledig nieuwe
stijl uit te vinden, maar veeleer de bouwkundige tradities van een streek, een
land of een tijdperk te respecteren, te behouden of te herinterpreteren. Die
tendens komt onder meer tot uiting na de twee wereldoorlogen: traditionalisten
willen de stad identiek heropbouwen om zo het beeld van de oude stad te
behouden. Zij verzetten zich tegen de modernisten, die het verleden volledig
willen uitwissen.
Kenmerkend voor traditionalistische architectuur is het gebruik van lokale of
traditionele materialen (steen, baksteen, leisteen, hout), soms gecombineerd
met moderne technieken en klassieke vormen en proporties (symmetrie, hellende
daken, regelmatige gevelopeningen). Traditionalistische architectuur behoort
niet tot één welbepaalde periode: het is vooral een architecturale houding die
op verschillende momenten opnieuw verschijnt, vaak als reactie op snelle
veranderingen of op bewegingen die als te vernieuwend worden beschouwd. Het
traditionalisme beleefde met name een heropleving tijdens de jaren 1980-2000,
als reactie op architectuur die als anoniem werd ervaren (grote gehelen,
commerciële zones) stijl, volgens dezelfde bouwvergunning en voor dezelfde opdrachtgever n.o.v. arch. Alexis Dumont en Marcel Van Goethem, 1937.
Drie bouwlagen onder gemeenschappelijk pseudo-manserdedak en doorlopende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)..
Nr. 158. Symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); smallere centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Witstenen gevel. Centrale deur in uitgespaarde portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met geblokte dagkantenBinnenkant (tussen muurvlak en kozijn) van de stijlen van een muuropeningen; soms geprofileerd of afgeschuind.. Oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... . Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., metalen deur, traliewerk van venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van benedenverdieping en van tuinhek bijzonder verzorgd.
Nr. 160. Asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.. Witstenen benedenverdieping en bakstenen verdieping met witstenen vensteromlijstingen met neggenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel.. Boven toegangsdeur uitspringend trapezoïdaal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op druiper. In borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. reliëf van bloemenkrans.
Houten schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... en garagepoort oorspronkelijk. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., toegangsdeur en metalen tuinhek oorspronkelijk.
Drie bouwlagen onder gemeenschappelijk pseudo-manserdedak en doorlopende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)..
Nr. 158. Symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); smallere centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Witstenen gevel. Centrale deur in uitgespaarde portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met geblokte dagkantenBinnenkant (tussen muurvlak en kozijn) van de stijlen van een muuropeningen; soms geprofileerd of afgeschuind.. Oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... . Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., metalen deur, traliewerk van venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van benedenverdieping en van tuinhek bijzonder verzorgd.
Nr. 160. Asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers.. Witstenen benedenverdieping en bakstenen verdieping met witstenen vensteromlijstingen met neggenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel.. Boven toegangsdeur uitspringend trapezoïdaal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op druiper. In borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. reliëf van bloemenkrans.
Houten schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... en garagepoort oorspronkelijk. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., toegangsdeur en metalen tuinhek oorspronkelijk.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 48288 (1937).
Publicaties en studies
VERHOFSTADT, T., Alexis Dumont (1877-1962): een overzicht van het architecturale oeuvre (eindverhandeling Kunstwetenschappen & Archeologie), VUB, Brussel, 2002.
SAB/OW 48288 (1937).
Publicaties en studies
VERHOFSTADT, T., Alexis Dumont (1877-1962): een overzicht van het architecturale oeuvre (eindverhandeling Kunstwetenschappen & Archeologie), VUB, Brussel, 2002.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid


















































