Typologie(ën)

kerk/kathedraal/basiliek

Ontwerper(s)

ATELIER DE BRUXELLESarchitectenbureau1995

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Postmodernisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016-2017

id

Urban : 37473
lees meer

Beschrijving

Parochiecentrum van de Sint-Rochuskerk en het Sint-Rochus Voorplein. Dit complex werd in 1995 door het Atelier de Bruxelles gebouwd ter vervanging van de neogotischeDe Neogotische stijl in Brussel is een van de meest invloedrijke en langdurige neostijlen van de negentiende eeuw, en vormt een essentieel hoofdstuk in de geschiedenis van het Belgische eclecticisme en de katholieke heropleving na 1830. Deze stijl herneemt en herinterpreteert de vormen, constructieprincipes en symboliek van de middeleeuwse gotiek, en kreeg in Brussel zowel een religieuze, ideologische als nationale dimensie. De neogotiek ontstond in België in de context van het romantische nationalisme en de restauratie van religieuze architectuur, geïnspireerd door voorbeelden uit Engeland (Pugin, Ruskin) en Frankrijk (Viollet-le-Duc). In Brussel vond de stijl vruchtbare grond dankzij de samenwerking tussen de katholieke kerk, de overheid en invloedrijke architecten die de gotiek beschouwden als de ware christelijke bouwstijl van het middeleeuwse Europa. Tussen 1830 en 1914 ontwikkelde de Brusselse neogotiek zich van een restauratiestijl naar een volwaardig scheppende stroming, toegepast op kerken, scholen, kloosters en zelfs burgerlijke gebouwen. De Brusselse neogotiek herneemt de structurele en esthetische principes van de oorspronkelijke gotiek, maar vertaalt deze met negentiende-eeuwse middelen en materialen. Typische kenmerken zijn: verticalisme en sterke opwaartse dynamiek; spitsbogen, kruisribgewelven en pinakels; gebruik van natuursteen en baksteen, soms gecombineerd in polychrome patronen; rijk uitgewerkte venstertraceringen en maaswerk; toepassing van iconografische programma’s (beelden, glasramen) met religieuze of symbolische betekenis; nadruk op ambachtelijke detaillering en het expressieve karakter van de constructie. Daarnaast werden talloze interieurs, altaren, glasramen en meubilair in neogotische stijl ontworpen door kunstenaars en ateliers zoals dat van Jean-Baptiste Bethune, die de stijl vanuit Vlaanderen in Brussel hielp verspreiden. De neogotiek in Brussel omvat verschillende varianten: een romantisch geïnspireerde vroege fase, een wetenschappelijk-constructieve richting als restauratie-architectuur onder invloed van Viollet-le-Duc (vb: Broodhuis, Onze-Lieve-Vrouw ter Zavelkerk), in parallel met een creatieve scheppende stijl (vb: Sint-Bonifaaskerk), en een laat-eclectische fase waarin gotische motieven worden gecombineerd met neoromaanse of neorenaissance-elementen (vb: Redemptoristenklooster en de Sint-Magdalenakerk, Jette). De Neogotische stijl vertegenwoordigt in Brussel niet enkel een historische revival, maar ook een cultureel programma dat de identiteit van de hoofdstad mede vormgaf. Zij beïnvloedde de stedelijke morfologie, de beeldtaal van de religieuze architectuur en zelfs de decoratieve kunsten (glasramen, meubilair, smeedwerk)., aan dezelfde heilige toegewijde kerk die in 1860 door architect Raymaekers was ontworpen. Deze kerk lag meer noordwaarts en werd in 1972 gesloopt in het kader van het Manhattanplan. Ze stond op het eerste Sint-Rochus Voorplein, een rechthoekig plein loodrecht op de steenweg, op de plaats van het huidige derde straatdeel van de Simon Bolivarlaan.

Na talrijke discussies over de nieuwe locatie werd geopteerd voor het uiteinde van het huizenblok gevat tussen de Voorstadsstraat en de Nicolaystraat, aan de kant van de Antwerpsesteenweg. Na verscheidene voorontwerpen werd beslist om een breed voorplein aan te leggen, verfraaid met bomen langs de steenweg, om een voormalige garage binnen het huizenblok tot kerk om te bouwen, en om twee aangrenzende appartementsgebouwen te renoveren (nr.3 Voorstadsstraat en 2-4 Nicolaystraat). Het voorplein werd pas in 2004 ingehuldigd.

Aan de kant van het voorplein vormt de kerk een lang gebouw van twee bouwlagen met een lichtjes gebogen gevel in oranjekleurige baksteen, versierd met stroken rode baksteen en hardsteen. Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met rechthoekige muuropeningen die op de benedenverdieping door een reeks kleine venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. worden doorbroken. Het gebouw mondt uit in twee paviljoenen met een betongevel gescandeerd door monelenStenen vensterstijl., met daarin de sacristie en de weekkapel. Rechts vormt een losstaande bakstenen gevel met zaagtanddecor het portaal1. In muur uitgespaarde ruimte voor een deur of toegang; - 2. Meer gesloten, voor of achter een gebouw geplaatste beschutting (voorbouw, vestibule).; daarin geeft een rondbogige arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn. toegang tot de beglaasde ingang en de vestibule. Op de rechterhoek hangen drie klokken (1946, 1951 en 2000) in twee openingen in de muur, en daarachter verrijst een fijn cilindervormig traptorentje.

Tussen de twee paviljoenen onder plat dak strekt zich een zinken dakbedekking in de vorm van een kwart cilinder uit. Ze rust op een lange beglaasde muuropening achteraan en dient als lichtschacht voor de eerste ruimte van de kerk, een zijbeuk die links in de doopkapel uitmondt. Daarachter bevindt zich, onder de dekplaatNatuurstenen of keramische plaat, op bijvoorbeeld een geveltop, om het onderliggend metselwerk tegen regen te beschermen. van de voormalige garage, het schip, dat wordt verlicht door een glaspartij boven het altaar.

De zijbeuk wordt verlicht door de muuropeningen van de gevel, die bijna allemaal zijn versierd met glas-in-loodramen van Pierre Majerus, gesigneerd en “1995” gedateerd. De grote ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vormen caissons: die aan de buitenkant zijn afgeschuindSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. aan de onderzijde en aan de binnenkant een smal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. vormen; die bovenaan zijn voorzien van dubbele ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met een afwisseling van doorzichtig glas en veelkleurige glas-in-loodramen. De kleine muuropeningen zijn versierd met glas-in-loodramen die de Kruisweg voorstellen. De doopkapel wordt verlicht door een daklicht en een smal glas-in-loodraam dat even hoog is als het lokaal zelf.

Bronnen

Archieven
SAB/ARCH 149.
SAB/OW 97601 (1967-1981), 97602 (1969-1985), 88850 (1982), 96757 (1991).

Publicaties en studies
COSYN, A., Laeken Ancien et Moderne, Imprimerie scientifique Charles Bulens, Brussel, 1904, pp. 171.