Typologie(ën)

woning
Spoorwegerfgoed

Ontwerper(s)

INCONNU - ONBEKEND1880-1890

Juridisch statuut

Beschermd sinds 20 mei 2010

Stijlen

Eclectisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016-2017

id

Urban : 36580
lees meer

Beschrijving

Voormalig overwegwachtershuis. Woning in eclectischePeriode: ca. 1840-1914. Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850 ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl, ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen, fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van Brussel (de Brusselse voorsteden). In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te weerspiegelen. In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer, keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel, erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken, zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken. De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis: een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap, vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas). De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt: een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of bow-windows. Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel. De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk, uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk, soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz. Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl, gebouwd in de jaren 1880 op het kruispunt van de Antwerpsesteenweg en de verbindingsspoorlijn van de Groendreef, thans de Helihavenlaan.

Geschiedenis
Het gebouw stond oorspronkelijk langs de gebogen spoorlijn die vanaf ongeveer 1858 het Groendreefstation verbond met de nieuwe lijn van het Noordstation, die in 1846 in gebruik was genomen. Voordien stond de lijn van de Groendreef in verbinding met het nieuwe tracé in de aslijn van de huidige Masuistraat en kruiste ze de Antwerpsesteenweg dus meer noordwaarts.
Het terrein van het huis werd in 1859 gekocht door de Société Concessionnaire du Chemin de Fer du Luxembourg. Een eerste, wellicht voorlopig gebouw, kleiner en loodrecht op de steenweg, kwam voor op de plannen van 1858 tot 1881. Op een schets uit 1893 is de huidige ligging van de woning aangegeven – evenwijdig met de steenweg – samen met het bijgebouw achteraan dat duidelijk van latere datum is. De architectuur van het gebouw sluit aan bij een type spoorweggebouw dat pas vanaf de jaren 1870-1880 courant werd.

Beschrijving
Hoofdvolume van twee bouwlagen in baksteen (oorspronkelijk niet gekalkt) en hardsteen, onder een uitstekend zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met pannen. Op de voorgevel, drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met steekboogvenstersBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. onder een fijne omgekeerde archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog.. Uitspringende stenen onderdorpels, op de verdieping verbonden door een bakstenen band die op de andere gevels doorloopt.
Links geeft een afsluitpoort toegang tot een betegelde doorgang waarin zich de ingang van het huis bevindt, onder een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de verdieping; deze twee muuropeningen zijn analoog aan de vorige. Een laatste vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. van hetzelfde type (dichtgemetseld) bevindt zich op de benedenverdieping van de achtergevel, nabij de linkerhoek, in de aslijn van de oude verkeerswegen.
Het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn., thans in slechte staat, is T-vormig, met een ijzeren roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. in het impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak..

Het bijgebouw heeft twee bouwlagen die minder hoog zijn, ook in gekalkte baksteen. Het verbergt bijna de hele achtergevel van het huis, en zijn hellend pannendak verlengt het dakvlak van het huis. In de achtergevel zijn twee deuren ingewerkt, waaronder die van een toilet, en drie venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met een uitspringende stenen vensterbank.

Interieur: Binnen bestaat het hoofdvolume per bouwlaag uit twee vertrekken met een schoorsteen, die links over één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). De overige bevatten de houten trap, in trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. op de verdieping. Onder het linkerdeel van het huis loopt een kelder die via een stenen trap toegankelijk is. Hij is overdekt met bakstenen welfsels op metalen balken en wordt verlicht door twee kelderramen, een in de voorgevel en een in de rechtertopgevel.

Kleine driehoekige achtertuin afgeboord door een opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. betonnen afsluiting die herinnert aan een typische spoorwegafsluiting.

Beschermd 20.05.2010.

Bronnen

Archieven
SAB/OW Laken 1483 (1893).


Publicaties en studies
Brusselse wandelingen.
 4. Industrieel erfgoed in Laken
, Cel Historisch Erfgoed van de Stad Brussel, Brussel, 1999, pp. 4-5.
CULOT, M. [o.l.v..], Bruxelles Hors Pentagone. Inventaire visuel de l’architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Brussel, 1980, fiche 15.

Kaarten / plannen
HUVENNE, J., Carte topografische et hypsométrique de Bruxelles et ses environs, ca. 1858.
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1881.
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1893.