Typologie(ën)
woning
Ontwerper(s)
Hector GÉRARD – architect, landmeter / meetkundig schatter – 1906
Stijlen
Eclectische stijl met polychroom parement
Art nouveau
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Anderlecht-Kuregem (Archistory - 2017-2019)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2014, 2019
id
Urban : 37040
Beschrijving
Huis in eclectische stijl met
art-nouveau-invloed, in 1906 door architect Hector Gérard ontworpen voor
schilder-decorateur Victor Peereboom.
Opstand van twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarvan de smallere toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden., de kroonlijst doorbreekt. Bakstenen gevel met witte voegen en versierd met simili en hardsteen. Deur onder luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. met houten korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. en hoefijzervormig venster. De toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. wordt bekroond door een houten erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. bekleed met planchetten met lambrekijnuitsnijding, op twee consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en onder lessenaarsdakDak bestaande uit één hellend dakvlak.. Op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., benedenverdieping met een getoogd drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met een hoger centraal raam; muuropeningen met smeedijzeren traliewerk. Op de verdieping, houten erker met korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. die een kwart van een stuurrad evoceren, en een uitspringend drieledig dak op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Borstwering versierd met drie in bronskleur beschilderde bas-reliëfs, met een voorstelling van putti, geïnspireerd op de werken van beeldhouwer François Duquesnoy. De erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. zit gevat in een grote blinde rondboogarcade met aanzetstenenGeprofileerd of versierd blok (natuur)steen waarop een boog of een strek steunt. versierd met een smeedijzeren anker(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Weelderig sgraffitidecor dat een eerbetoon is aan de Vlaamse kunstenaars uit de 14e tot de 17e eeuw. In de arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn., vrouwelijke allegorieën van de schilder- en de beeldhouwkunst aan weerszijden van de erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., vergezeld van respectievelijk banderollen met de namen “Jordaens 1593”, “Memling 1495” en “Blondeel 1501”, “David 1490”. Boven de erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., twee knielende vrouwen, rug-aan-rug, die bloemenkransen vasthouden, onder een banderol met het Latijnse opschrift “honos alit artes” (De eer voedt de kunsten). In de zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. en aan weerszijden van de korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken., panelen met een blazoen omringd door een banderol met volgende namen: “Lucas van Leiden 1494”, “Hubre(c)ht Jan van eyck 1370”, “Jan van de(r) meeren 1308” en “Rogier van (d)er weiden 1399”. Op de borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., sgraffiti met een blazoen en een lege banderol. Brede houten dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel.; het oorspronkelijk plan voorzag in een klimmende lichtkap. Oorspronkelijk schrijnwerk. Kroonlijst op twee lange zijconsoles. Deur met oorspronkelijke metalen spijkers, hengselsSmeedijzeren beslag waarmee deuren, ramen of luiken worden opgehangen., stootstangen, slotplaatje, spion en belstang. Raamwerk met loodstrips met geel en mauve glas, dat van de erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. versierd met blazoenen.
Interieur. Salon in neo-Vlaamse renaissancestijl met de oorspronkelijke schoorsteen in baksteen en hout, lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en cassetteplafond versierd met schilderijen op doek die mannenhoofden voorstellen.
Opstand van twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarvan de smallere toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden., de kroonlijst doorbreekt. Bakstenen gevel met witte voegen en versierd met simili en hardsteen. Deur onder luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. met houten korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. en hoefijzervormig venster. De toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. wordt bekroond door een houten erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. bekleed met planchetten met lambrekijnuitsnijding, op twee consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en onder lessenaarsdakDak bestaande uit één hellend dakvlak.. Op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., benedenverdieping met een getoogd drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met een hoger centraal raam; muuropeningen met smeedijzeren traliewerk. Op de verdieping, houten erker met korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. die een kwart van een stuurrad evoceren, en een uitspringend drieledig dak op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Borstwering versierd met drie in bronskleur beschilderde bas-reliëfs, met een voorstelling van putti, geïnspireerd op de werken van beeldhouwer François Duquesnoy. De erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. zit gevat in een grote blinde rondboogarcade met aanzetstenenGeprofileerd of versierd blok (natuur)steen waarop een boog of een strek steunt. versierd met een smeedijzeren anker(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Weelderig sgraffitidecor dat een eerbetoon is aan de Vlaamse kunstenaars uit de 14e tot de 17e eeuw. In de arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn., vrouwelijke allegorieën van de schilder- en de beeldhouwkunst aan weerszijden van de erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., vergezeld van respectievelijk banderollen met de namen “Jordaens 1593”, “Memling 1495” en “Blondeel 1501”, “David 1490”. Boven de erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., twee knielende vrouwen, rug-aan-rug, die bloemenkransen vasthouden, onder een banderol met het Latijnse opschrift “honos alit artes” (De eer voedt de kunsten). In de zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. en aan weerszijden van de korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken., panelen met een blazoen omringd door een banderol met volgende namen: “Lucas van Leiden 1494”, “Hubre(c)ht Jan van eyck 1370”, “Jan van de(r) meeren 1308” en “Rogier van (d)er weiden 1399”. Op de borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., sgraffiti met een blazoen en een lege banderol. Brede houten dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel.; het oorspronkelijk plan voorzag in een klimmende lichtkap. Oorspronkelijk schrijnwerk. Kroonlijst op twee lange zijconsoles. Deur met oorspronkelijke metalen spijkers, hengselsSmeedijzeren beslag waarmee deuren, ramen of luiken worden opgehangen., stootstangen, slotplaatje, spion en belstang. Raamwerk met loodstrips met geel en mauve glas, dat van de erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. versierd met blazoenen.
Interieur. Salon in neo-Vlaamse renaissancestijl met de oorspronkelijke schoorsteen in baksteen en hout, lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en cassetteplafond versierd met schilderijen op doek die mannenhoofden voorstellen.
Bronnen
Archieven
GAA/DS 10869 (19.06.1906).
Tijdschriften
Almanach du Commerce et de l’Industrie, “Georges Moreau (rue)”, 1908.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid