Typologie(ën)

woning

Ontwerper(s)

INCONNU - ONBEKEND1600-1700

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Traditionele architectuur
Vlaamse Renaissance

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 31201
lees meer

Beschrijving

Op hoek van de Onze-Lieve-Vrouw van Gratiestraat. Zogenaamd Spaans Huis. TraditioneelPeriode: 17e-18e eeuw In Brussel verwijst traditionele architectuur naar een specifieke bouwwijze tijdens de periode die de 17e eeuw en de eerste helft van het 18e eeuw omvat. Het betreft een bouwtechniek waarbij bakstenen metselwerk, gemetseld met kalkmortel, wordt gecombineerd met natuursteen (onderbouw of plint, kruisvensters, kroonlijst, enz.) op een draagstructuur die bestaat uit een assemblage van zichtbare hoofdbalken en houten vloerbalken, die de muurvlakken onderling verbinden door middel van smeedijzeren ankers, zichtbaar in de gevel (rechte ankers of lelieankers). De vloeren zijn opgebouwd uit vrij brede planken, en de vertrekken worden soms ontsloten door een houten wenteltrap met centrale kern. De ruimte onder het dakgebinte beschikt over een verhoogde dakvoet en genummerde spanten. Onder het gebouw bevindt zich een stenen kelder, gemetseld met kalkmortel en overdekt door een groot, licht afgeplat tongewelf, dat haaks op de straat is georiënteerd. Die techniek wordt gebruikt voor de bouw van woonhuizen en komt voornamelijk voor in het historische centrum van Brussel. Gezien de woondichtheid en de smalle percelen is het meest voorkomende woningtype het diephuis. Een diephuis heeft een rechthoekig grondplan en bestaat uit drie opeenvolgende delen: een voorhuis, een binnenkoer en een achterbouw (het achterhuis). Beide volumes worden verbonden door een zijvleugel. Dwarshuizen, met een zadeldak evenwijdig met de straat, komen eerder voor buiten de gebieden met hoge dichtheid of langs invalswegen. De gevel blijft trouw aan de middeleeuwse puntgevel, waarvan het prototype in Brussel in de 15e eeuw opduikt. Bij dat type gevel versmallen de bovenzijden trapsgewijs of lopen ze, zij het minder frequent, via doorlopende hellingen uit in een punt. In de loop van de 17e eeuw wordt de topgevel verrijkt met decoratie die aan lokale varianten van de renaissance- en barokstijlen ontleend zijn (gebogen lijnen, voluten, rechte of omgekeerde consoles). Het fronton wordt pas courant toegepast vanaf de jaren 1730–1740. diephuis met drie bouwlagen en respectievelijk drie en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken., uit de 17e eeuw. Huidig uitzicht na een grondige restauratie vanaf 1975 door de Stad Brussel: ontpleistering, grondig herstel en vernieuwing van de gevelparementen gepaard met steenvervanging, reconstructie van de kozijnenSamenstel van stijlen en regels, geplaatst in een venster- of deuropening, waarin de ramen en/of deuren zijn gevat., en toevoeging van de achtergevel, tevoren een gemene muur; inwendige kaalslag en invoering van een betonstructuur.

Baksteenbouw met grotendeels vernieuwde natuurstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. en kozijnenSamenstel van stijlen en regels, geplaatst in een venster- of deuropening, waarin de ramen en/of deuren zijn gevat. met kwartholle negblokken; muurankers met gekrulde spie. TrapgevelGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. (8 treden + topstuk) met geprofileerde dekstenenNatuurstenen of keramische plaat, op bijvoorbeeld een geveltop, om het onderliggend metselwerk tegen regen te beschermen.. Kruiskozijnen met wigvormig ontlastingssysteem, in verkleinende ordonnantie, op beneden- en bovenverdieping, ter hoogte van de dorpelsOnderdorpel van een deur. belijnd door speklagen; deurkozijn met hergebruikte imposten (?) met “ann. 641” en getralied bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. in de rechter traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).

Tweeledige geveltop waarin drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., gevormd door een rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. middenluik met imposten, sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf. en waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. tussen rechthoekige venstertjes; vierkant luikje erboven.

Zijgevel belijnd door een getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. en steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel., met schaarser zandsteengebruik, en gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. ontlastingsboogjes boven de kruiskozijnen. Achtertuitgevel met muurvlechtingen, rechthoekige vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en rondboogluikje in de top, voorts zelfde karakteristieken.


Bronnen

Archieven
AVB/TP 86233 (1974-1980).
KIK, 104846 A en 75316 A.