Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

Adolphe PIRENNEarchitect1905

Stijlen

Neo-Vlaamse renaissance

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

1997-2004

id

Urban : 1768
lees meer

Beschrijving

Burgerwoning in neo-Vlaamse renaissanceVlaams renaissance (vanaf 16e eeuw). Stijl die elementen uit de Italiaanse renaissance toepast op de traditionele bak- en zandsteenstijl. De neo-Vlaamse renaissance (ca 1860-1914) grijpt vanuit een nationalistische tendens terug naar de Vlaamse renaissance en haar specifieke ornamentiek. De stijl kenmerkt zich door een polychroom materiaalgebruik en een volumespel d.m.v. erkers, torentjes, trapgevels, enz. met asymmetrische compositie, gesigneerd en gedateerd ‘(Adolphe) Pirenne Architecte 1905'. Vervangt huis (1870) dat ensemble vormde met nr. 73.

Gevel in Gobertange met hardstenen elementen. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Op toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. beglaasde deur tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en onder impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer. op onderdorpel; hoogste vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met balusterborstwering. Op hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.; hardstenen erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder balkon met balustradeHekwerk van spijlen of balusters.. ArchitraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden. en getande kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst.. MansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met velux en hardstenen dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder uitgelengd topstuk.

Bronnen

Archieven
GASG/DS 765 (1870), 120 (1904).