Leidt op grondgebied van Sint-Gillis van Stefaniaplein naar Waterloosesteenweg. Doorkruist Berckmansstraat, Bronstraat, Veydtstraat, Faiderstraat, Tasson-Snelstraat, Paul Jansonplein, Amerikastraat en Ducpétiauxlaan.

Aangelegd volgens rooilijnenplan bij K.B. van 13.03.1840. Geografische benaming. Vanaf de flessenhals van Louizalaan bebouwd door befaamde projectontwikkelaars Philippe De Joncker en Jean-Baptiste Jourdan. In ruil voor aanleg van bestrating krijgen beide vennoten de nieuwe steenweg in privé-concessie met recht op tolheffing (afgeschaft na dood van De Joncker, 1865).

Van eerste bouwfase (ca. 1850), met voornamelijk paviljoenen of landhuizen in neoclassicistische stijl, rest nu weinig. Fase gekenmerkt door grote percelen met open tot half-open bebouwing, onder meer huizen van schilders Jean Robie en Balthazar Tasson-Snel, en aan de straatkant afgesloten door tuinmuren.

Reeds vanaf 1865 tot aan begin van W.O. I, snelle en dichte verstedelijking met voornamelijk burgerwoningen of herenhuizen met neoclassicistische inslag, onder meer nr. 3, ontsierd door inbreng van winkelpui van twee bouwlagen (1966); nr. 11 (1860), voorzien van vitrine (1957); nr. 13 met winkelpui (arch. Alphonse Aubrebis, 1921), later gewijzigd (arch. Paul Dhaeyer, 1951) en uitgebreid (arch. A. Bourgeois, 1966); nr. 52 tot 56, respectievelijk van 1871 (arch. Jean Segers), 1887 en 1875, worden samengevoegd (arch. Jacques Obozinski, 1947) en later visueel eengemaakt (arch. A. Fremineur, 1967); nr. 53 (1866), met een winkelpui uit XIX c, met een bouwlaag verhoogd (1925); nr. 78 n.o.v. arch. Gustave De Man, 1866, verbouwd tot art-decogevel in simili-natuursteen met houten trapezoïdale erker (arch. A. Kielbaey, 1926); nr. 115 en 117 (XIX B), met winkelpui respectievelijk van 1900 (meermaals verbouwd; travertijnbekleding van 1938) en 1905; nr. 181 (waarschijnlijk n.o.v. arch. Émile Janlet, 1888), met bouwlaag verhoogd (arch. Léon Sneyers, 1908), winkelpui en brikettenbekleding (1954); nr. 197 (1874), met vernieuwde gevel (arch. Jean Dumont, 1945); nr. 199 (1867), met vitrine en brikettenbekleding (1923); nr. 245 (1887), vitrine (1927); nr. 251 (1887), met toegevoegde erker (1903) en winkelpui (1933).
Ook huizen met neo-Vlaamse renaissance-elementen, voornamelijk tussen Paul Jansonplein en Waterloosesteenweg. Daarnaast tal van huizen in eclectische stijl, onder meer nr. 137 (aannemer Charles Joseph Davaux, 1904) met winkelpui van twee bouwlagen (1958); nr. 261 (1892), met handelsruimte (1911), maar verbouwd (1961).
Straatbeeld vanaf ca. 1905 sterk bepaald door laat-eclecticisme en Beaux-Artsstijl, vaak ter vervanging van bestaande gebouwen, onder meer op nr. 168-170 opbrengsthuis met drie handelspanden, waarvan twee nog bewaard (arch. Josse Van Kriekinge, 1905) ter vervanging van oude schuur; nr. 244-246 (1898), winkelpui bewaard, maar momenteel bekleed.


Sinds 1900 tot vandaag en met hoogtepunt tijdens interbellum (voornamelijk art deco), benedenverdieping herhaaldelijk en volgens eigentijdse mode verbouwd, onder meer nr. 231 (1874), met winkelpui (1932), maar nu gedeeltelijk verbouwd door vervanging van art deco-inkompartij en toevoeging van gebogen erker.

Straatbeeld verandert ingrijpend vanaf jaren 1950. Oudere gebouwen wijken voor vaak imposante kantoor- en flatgebouwen in diverse stijlen, onder meer op nr. 2-8 en hoek met Louizalaan (deels op Brussel, deels op St.-Gillis), z.g. ‘Stéphanie Square', uitgebreid postmodern complex met kantoren en winkels n.o.v. L'Atelier d'Architecture de Genval, 1985, ter vervanging van vier oude gebouwen, waaronder een grote bank n.o.v. arch. Louis Sauvage, 1922; nr. 15-17 opbrengsthuis in Beaux-Artsstijl (arch. Charles De Wys) vervangen door handelsgebouw en hotel n.o.v. arch.bureau Jean-Pierre Coulonvaux, 1977, maar recent verbouwd (arch. Bernard Delwarde, 1995); nr. 24-26b kantoorgebouw (arch. Georges Vranckx, 1968), ter vervanging van twee herenhuizen (respectievelijk 1870 en 1866); nr. 24 voordien wintertuin i.o.v. Jean Cousin en n.o.v. arch. Victor Horta, 1900 (momenteel gedemonteerd opgeslagen in de Koninklijke Musea van België); nr. 27 kantoorgebouw n.o.v. arch. Robert Blanpain, 1959; nr. 32-34 op hoek met Berckmansstraat, postmodern gebouw (arch. bureau C. Collard, 1990) ter vervanging van drie huizen (1870); nr. 36-48, uitgebreid complex i.o.v. hotelketen Holiday Inn en n.o.v. arch. Maurice Mambour, 1971, op plaats van zes huizen met neoclassicistische inslag, waarvan nr. 36 en 38 (arch. Wynand Janssens, 1867), nr. 44 (A. Mennester, 1870, met veranda en bijgebouw n.o.v. arch. Albert Dumont, 1895) en nr. 48 (arch. Henr.i Rieck, 1880); nr. 51 opbrengsthuis n.o.v. arch. Georges Stockhem, 1961; nr. 58-60, tweeledig modernistisch kantoorgebouw (nr. 58, arch. Robert Devroye, 1974 en nr. 60 op hoek met Veydtstraat nr. 2, arch. André en Jean Polak, 1959), ter vervanging van huizen in neoclassicistische stijl (1867 en 1863); nr. 87 opbrengsthuis n.o.v. arch. Édouard Draps, 1961, ter vervanging van huis (arch. Émile Janlet, 1888); nr. 90 smal appartementsgebouw n.o.v. arch. Marc Spinnael, 1957, ter vervanging van een neoclassicistisch huis (1875); nr. 92 modernistisch kantoorgebouw van 1953; nr. 98 appartementsgebouw n.o.v. arch. Henr.i Saint-Jean, 1955, ter vervanging van neoclassicistisch huis met fraaie vitrine (arch. Gustave Ca.rlier, 1929); nr. 110-114 groot kantoorgebouw i.o.v. Siemens en n.o.v. arch. Jean F. Petit, 1981, ter vervanging van twee huizen (arch. Léon Emmanuel Govaerts, 1869) en een fraai eclectisch herenhuis (arch. Léon Laureys, 1900); nr. 111 kantoorgebouw (arch. E. Delvaux, 1963); nr. 116 groot kantoorgebouw (voordien nr. 116-120) i.o.v. Siemens en n.o.v. arch. Robert Heintz-Sturm, 1954-1955, later op voormalige nr. 122-130 uitgebreid (arch. Maurice Van Eyck, 1968); het bedrijf Siemens is trouwens sinds 1926 op de Charleroisesteenweg gevestigd; nr. 121a-123 n.o.v. arch. Léon Stynen,1963; nr. 125 n.o.v. arch. Ca.rl Steyaert, 1967; nr. 131 n.o.v. arch. Jacques Vellut, 1966; nr. 132-134 op hoek met Tasson-Snelstraat, gebouw in internationale stijl n.o.v. arch. Émile Verhaegen, 1965; nr. 136-144 groot kantoorgebouw van 1963 (nr. 136-138) en 1965 n.o.v. arch. Jean F. Petit; nr. 141 appartementsgebouw n.o.v. arch. Léon Smets, 1948, ter vervanging van herenhuis Tasson-Snel (1859); nr. 145 kantoorgebouw n.o.v. arch. Robert Swaelens, 1966, ter vervanging van herenhuis (arch. Émile Janlet, 1904); nr. 146-150 kantoorgebouw n.o.v. arch. Christian en Jean-Pierre Housiaux, 1963, op doorlopend perceel naar Defacqzstraat (nr. 113-115); nr. 162-164 klein modernistisch opbrengsthuis n.o.v. arch. Ivon Falise, 1957, ter vervanging van huis in neo-Vlaamse renaissance (arch. Émile Tirou, 1886); nr. 164a appartementsgebouw in modernistische stijl n.o.v. arch. Ivon Falise, 1954, ter vervanging van huis met neoclassicistische inslag (1874); nr. 190 huis n.o.v. arch. Jules Weill, 1950, ter vervanging van prachtig herenhuis in eclectische stijl i.o.v. senator Hanr.ez en n.o.v. arch. Hendrik Beyaert, 1888; nr. 236 gebouw n.o.v. arch. Raymond Decorte, 1957; op hoek met Veydtstraat vier recent gesloopte panden: nr. 62 prachtig herenhuis in eclectische stijl (arch. Tasnier, 1862), later licht verbouwd (arch. François Kielbaey, 1912); nr. 64 en 66 huizen met neoclassicistische inslag (1860), nr. 66 met winkelpui uit 1948 n.o.v. arch. Michel Polak; nr. 68 huis met neoclassicistische inslag (1859).
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

GASG/DS 2-8: 37 (1985); 3: 43 (1966); 4-6: 148 (1922); 8: 1242 (1871); 10: 1652 (1872); 11: 16 (1860), 133 (1945), 73 (1957); 13: 147 (1921), 45 (1951), 49 (1966); 15-17: 178 (1923), 68 (1977); 19: 628 (1870); 24: 726 (1870), 2114 (1900); 24-26b: 13 (1968); 24: 726 (1870); 26: 2114 (1900); 26-28: 519 (1866); 27: 72 (1959); 32: 920 (1870), 483 (1929), 157 (1958), 224 (1990); 36-48: 29, 76 (1971); 36-38: 561 (1867); 36: 165 (1937); 38: 308 (1925); 40: 642 (1896), 123 (1946); 42: 1910 (1873), 322 (1910), 80 (1921); 44: 727 (1870), 135 (1895), 861 (1897); 46: 6685 (1880), 35 (1919), 83 (1920); 48: 6744 (1880), 16 (1969); 51: 3 (1961); 52: 1423 (1871); 53: 3392 (1866), 226 (1925); 54: 1552 (1887); 56: 3347 (1875); 52-56: 98 (1947), 34 (1967); 58: 136 (1935), 12 (1974); 60: 119 (1863), 144 (1959); 62: 150 (1862), 409 (1912); 66: 68 (1860), 52 (1948); 68: 30 (1859), 86 (1913), 33 (1930); 78: 509 (1866), 230 (1926), 115 (1941); 87: 1822 (1888), 107 (1961); 98: 56 (1929); 110-114: 129 (1981); 111: 18 (1963); 115: 2305 (1900), 1 (1934), 228 (1938), 142 (1951); 116: 94 (1955); 117: 340 (1905), 202 (1931); 118-120: 1717 (1954); 123: 73 (1963); 125: 79 (1967); 131: 44 (1966); 132-134: 54 (1965); 136-138: 140 (1963); 137: 234 (1904), 17 (1958); 140-144: 61 (1965); 141: 20 (1859), 106 (1948); 145: 239 (1904), 45 (1966); 146-150: 127 (1962), 79 (1963); 162-164: 1320 (1886), 51 (1957): 164a: 2300 (1874), 16 (1954); 168-170: 609 (1969), 321 (1905); 181: 1958 (1888), 202 (1908), 19 (1954); 185: 2914 (1858), 35 (1947); 190: 1859 (1889), 5 (1950); 197: 2527 (1974), 48 (1945); 199: 598 (1867), 138 (1923); 231: 2325 (1874), 65 (1932); 236: 424 (1896), 46 (1957); 244-246: 1478 (1898); 245: 1596 (1887), 459 (1927); 251: 1645, 284 (1903), 249 (1933); 261: 3024 (1892), 77 (1911), 119 (1961).
CHDStG.
Collectie postkaarten Dexia Bank.
KIK, B206302.

Publicaties en studies
BORSI, F., PORTOGHESI, P., Horta, fr. vert. J.-M. Van Der Meerschen, éd. J.-M. Collet, Braine l'Alleud, 1996, p. 405.
DE KEYSER, G., Les dossiers de l'urbanisme de Saint-Gilles, Gemeente van Sint-Gillis, 1996, pp. 36-40.
JACQMAIN, A., LOZE, P., Entretien sur l'architecture, Eiffel éd., 1988, pp. 65, 67, 160, 168-171.
VICTOIR, J., VANDERPERREN, J., Hendrik Beyaert: van Classicisme tot Art nouveau, De Dijle, Sint-Martens-Latem, 1992, pp. 215-216.

Tijdschriften
'Immeuble de bureaux à Bruxelles, arch. E. Verhaegen', Architecture 68, 83, 1968, pp. 156-159.
OP DE BEECK, E., 'Un musée indien à Saint-Gilles (œuvre du peintre J. Robie)', Le Foklore brabançon, 162, 1964, pp. 232-251.
DONS, R., 'Les voies de communication à Obbrussel-Saint-Gilles jusqu'au début de 1840', Le Folklore brabançon, 269, 1991, pp. 61-98.
DONS, R., 'Les voies de communication à Obbrussel-Saint-Gilles jusqu'au début de 1840 (2e partie)', Le Folklore brabançon, 272, 1991, pp. 328-356.
'Les établissements Siemens, à Bruxelles', La Maison, 2, 1963, pp. 61-63.