Typologie(ën)

herenhuis
klooster/abdij
bijgebouwen

Ontwerper(s)

Joseph PRÉMONTarchitect1912

Jean-Louis FRANCHIMONTarchitect1964

Stijlen

Eclectisme
Modernisme

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

  • Artistiek
  • Esthetisch
  • Historisch
  • Stedenbouwkundig

Onderzoek en redactie

2005-2007

id [nl]

Urban : 17217
lees meer

Beschrijving

Groot complex bestaande uit meerdere onderling verbonden gebouwen met het nationale en internationale catechistisch centrum ‘Lumen Vitae', de kantoren en reserves van de uitgeverij Foyer Notre-Dame en de religieuze gemeenschap Sint-Ignatius.

Washingtonstraat 180-184, opstand, GAE/DS 314-184.

Washingtonstraat nr. 180-184 – Hector Denisstraat nr. 13. Opmerkelijk herenhuis in eclectische stijl met bijgebouwen, gebouwd voor graaf de Merode, n.o.v. arch. Joseph Prémont, 1912. Omgevormd tot religieus instituut in de jaren 1950.

Similigevel van witsteen met natuurstenen elementen op hardstenen sokkel. Drie bouwlagen en vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Op drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) indrukwekkende gestapelde stenen erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. waarboven imposante dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met vleugelstukken. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft., rechthoekig of getoogd; omlijstingen met sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf.. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met panelen of balustersVaasvormige spijl van een borstwering..

Hector Denisstraat 13, opstand van de bijgebouwen, GAE/DS 314-184.

Links aansluitend toegangsportiek onder plat dak afgesloten met attiekbalustrade en uitgevend op bijgebouwen in Hector Denisstraat, in 1913 verbouwd tot garage. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... . Sluitingsmuur langs eigendom van 1925. In 1954 werden achter deze muur kantoren ingericht.

Interieur. Talrijke oorspronkelijke elementen bewaard: inkomhal met bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met verstrengelde initialen W en M (Werner de Merode) en blazoen (‘ou serasse Mérode' ‘plus d'honneur que d'honneurs'); in grote salon met allegorieën beschilderde panelen boven deuren; in voormalige slaapkamers (thans klaslokalen), schouwen, lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en beschilderde panelen boven deuren; enkele plafondlampen, muurtextiel, lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, ….

Washingtonstraat 186-196 (foto 2005).

Washingtonstraat nr. 186-196. Gebouw in modernistische stijl, gebouwd op terrein van tuin van herenhuis, n.o.v. arch. J. L Franchimont, 1965.

Zes bouwlagen en elf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak. In gevel zichtbaar blauw geschilderd metalen skelet. Daartussen borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in wit marbrietOndoorschijnend, stevig en soms gemarmerd glas, vaak gebruikt voor wandbekleding. en aluminium klapramen. Benedenverdieping in oneffen baksteen.

Interieur. Kapel in souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping.. Op benedenverdieping groot auditorium met foyer via grote venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. uitgevend op tuin. De kantoren van de uitgeverij van het instituut zijn gevestigd op de eerste verdieping; op tweede verdieping bevindt zich een oratorium en een leeszaal. De bovenste verdiepingen zijn bestemd voor het gemeenschapsleven van de religieuze gemeenschap.

Bronnen

Archieven
GAE/DS 314-184.

Tijdschriften
NOVGORODSKY, L., ‘Le nouvel Institut Saint-Ignace, Washingtonstraat à Bruxelles', Acier-Stahl-Steel, 7-8, 1967, pp. 351-355.
‘Institut St.-Ignace à Bruxelles. Arch.: J.L. Franchimont, Bruxelles. Ingénieur Conseil: I. Folon, Huy', Architecture, 78, 1967, pp. 739-741.

Persartikels
‘Les communes bruxelloises au passé et au présent', dossier du journal Le Soir, deel II, Brussel, 11, octobre 1996.