Typologie(ën)

rustoord/tehuis

Ontwerper(s)

Louis SPAAKarchitect1865

Stijlen

Eclectisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2011-2013

id

Urban : 21333
lees meer

Beschrijving

Verzorgingsinstelling in eclectische stijl n.o.v. architect Louis Spaak, 1865.

Geschiedenis
Oudste verzorgingsinstelling van Elsene. Werd gesticht in 1482 uit nalatenschap van Jan Van Aa, voormalige proost van de abdij van Vorst, en voorzag in oprichting van godshuis voor 13 arme of gebrekkige bejaarde mannen. Het tehuis werd ondergebracht op zijn eigendom, langs huidige de Vergniesstraat. In nasleep van Franse Revolutie werd de stichting Van Aa ontbonden en haar bestuur overgedragen aan een wereldlijke commissie. In 1806 waren er slechts 5 bejaarden meer, maar vanaf 1847 steeg hun aantal tot 18. In 1851 werden de bestuurlijke commissies van het oord samengevoegd met deze van de openbare onderstand. De nieuwe commissie voorzag in de renovatie van de gebouwen, maar de stijgende vraag naar opvang noodde tot de oprichting van een nieuw tehuis. In 1865 werd het nieuwe gasthuis n.o.v. architect Louis Spaak plechtig ingehuldigd langs de Boondaalsesteenweg. Het bood plaats aan 72 bejaarden, mannen én vrouwen. De oude gebouwen in de de Vergniesstraat daarentegen verdwenen uit het straatbeeld tussen 1866 en 1870.
Op de achterliggende tuinen van het nieuwe tehuis verrees in 1884 het eerste burgerlijke ziekenhuis van Elsene. Gelegen langs de Jean Paquotstraat kende het hospitaal verschillende uitbreidingen (zie Jean Paquotstraat).
Ook het tehuis groeide in capaciteit. Tegen 1940 ontving het tehuis reeds 170 bejaarden en werd een bijhuis opgericht in de Vleurgatsesteenweg voor 35 invaliden. Na uitbreidings- en moderniseringswerk n.o.v. architect Decuyper veranderde het gasthuis in 1952 haar naam in Home van Aa. Het telde toen 260 bedden. Sinds 2011 brengt het OCMW van Elsene de bejaarden onder in de nieuwe gebouwen naast het oorspronkelijke Home Van Aa, de Residentie Jean Van Aa. Het biedt onderdak aan 180 personen.

Gasthuis Van Aa, rond 1900 (Verzameling Dexia Bank-ARB-BHG).

Beschrijving
Symmetrisch complex bestaande uit hoger gelegen hoofdvolume met voortuin en aan beide zijden geflankeerd door lagere dwarse volumes. Bakstenen gevel met elementen in witte steen en hardsteen; oorspronkelijk bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en witgeschilderd. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  vervangen.

Dwarse volumes
(nr. 92 en 96) bestaande uit twee bouwlagen op hoge sokkel, een traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) breed en zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) diep. Benedenverdieping met rondboogvensters en verdieping met rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.; alle onder archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog.. Geheel onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en straatzijde onder puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met tweelichtenTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. en rondboogvenstertje. Nr. 92 later uitgebreid met bijkomende traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan straatkant en onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Beide volumes via bakstenen rondboogportiek verbonden met hoofdgebouw.
Op nr. 98 bijgebouw in vergelijkbare stijl, laatste kwart 19e eeuw. Bakstenen gebouw van twee bouwlagen, twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) breed en vijf diep. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geleed door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Veelal getoogde muuropeningen. HoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met tandfries. PuntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster..

Gasthuis Van Aa, dwars volume (nr. 96) (foto 2012).

Hoge tuinmuur met breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. en onder smeedijzeren hekwerk met lateraal fraaie hardstenen portieken1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met blazoen van de gemeente en centraal hekken tussen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) naar hoofdingang; recent smeedwerk. Verhoogde tuin met centrale trappenpartij naar hoofdingang.

Hoofdvolume
met symmetrische voorgevel van twee bouwlagen op hoge sokkel en negen traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met midden- en hoekrisalieten. Middenrisaliet en onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. met bewaarde similiBepleistering ter imitatie van natuursteen.. OnderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. met doorlopende  schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en getraliede keldervensters. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op benedenverdieping en rondboogvormige op verdiepingen, alle met archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog.. Hoekrisalieten met tweelichtenTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. en tussen brede pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Middenrisaliet met rondboogvormige portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. en op verdieping bifora, oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. tussen aandaken en onder stenen klokstoel met aandaken en piron. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Oorspronkelijk onder zadeldakenDak met twee hellende dakvlakken., maar thans onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. en boven hoekrisalieten met tweeledige dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is..
Hoofdvolume oorspronkelijk met U-vormig grondplan, maar later uitgebreid tot vier vleugels rond binnentuin.

Bronnen

Archieven
GAE/DS 41-92; 41-94; 41-96.

Publicaties en studies
GONTHIER, A., Histoire d'Ixelles, Le Folklore Brabançon, Impr. De Smedt, Brussel, 1960, pp. 185-186.
GUILLAUME, A., MEGANCK, M., et al., Atlas van de archeologische ondergrond van het Gewest Brussel: 15 Elsene, Brussel, 2005, pp. 49-50.
LE ROY, P., Monographie de la commune d'Ixelles, Imprimerie Générale, Brussel, 1885, pp. 321-332.