Typologie(ën)
woning
Ontwerper(s)
J. VAN CAMP – architect – 1923
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Eclectisme
Beaux-Artsstijl
Regionalistische architectuur
Inventaris(sen)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 35948
Beschrijving
Geheel
van vijftien eengezinswoningen in eclectischePeriode: ca. 1840-1914.
Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit
verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen
historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt
zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de
grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850
ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot
dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en
rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor
eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl,
ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en
daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de
industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om
flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke
voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich
zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen,
fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het
eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van
Brussel (de Brusselse voorsteden).
In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt
gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de
middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een
religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit
voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance
symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die
manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te
weerspiegelen.
In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en
herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen
met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer,
keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor
te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel,
erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken,
zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken.
De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en
tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis:
een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het
burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs
ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap,
vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en
soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas).
De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt:
een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie
bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één
brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt
in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend
met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een
driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of
bow-windows.
Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de
stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele
straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert
in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade
of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van
een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd
door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen
dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde
stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel.
De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische
stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de
polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in
uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk,
uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en
stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door
elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk,
soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters
in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art
nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale
motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten
elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz.
Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de
Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog
lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden
verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren
uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen
gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als
laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische
woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen
geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of
regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl met invloed van de
Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930
De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl
waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École
des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt
de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de
tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de
18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en
neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van
Parijs in 1900.
De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk
via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect
Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling.
Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het
Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op
de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote
Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken.
De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen,
luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze
semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een
respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels
in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met
elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes,
mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur
onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het
intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en
inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de
plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende
vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw,
wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door
het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere
circulatie binnen het huis. en de cottagestijl, n.o.v. architect J. Van Camp, 1923.
Woningen in drie types (A, B en C), symmetrisch verdeeld: de huizen van type A en C wisselen elkaar een op twee af, een ritme dat tweemaal wordt doorbroken door huizen van type B, per twee gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd.. Smeedijzeren tuinhekken enkel bewaard op nr. 51 (afwijkend van het oorspronkelijk plan), gedeeltelijk op nr. 45.
Alle woningen hebben dezelfde type plattegrond, met vooraan woonkamer (salle de famille) en eetkamer (salle à dîner) en keuken achteraan, evenals twee kamers en een badkamer op de verdieping.
Op nr. 41, 45, 51, 55, 59, 65 en 69, zeven huizen van type A. Opstand van twee bouwlagen, in baksteen op de benedenverdieping en beraaptMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. op de verdieping, met witstenen en hardstenen elementen. Rondboogdeur onder archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog. en vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met twee betonnen monelenStenen vensterstijl. onder een houten entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. die in het midden boogvormig is. Twee gelijke venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de verdieping. Fries op het hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. versierd met twee groepen van drie bakstenen vierkanten. Twee klimmende houten dakkappelen. Bewaard schrijnwerk met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd..
Op nr. 41, schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen, behalve de deur. Kroonlijst van het vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping gewijzigd.
Op nr. 45, pleisterkalk in 1931 vervangen door gele en groene keramiektegels (n.o.v. architect François De Bondt). Bewaard schrijnwerk.
Op nr. 51, houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Schrijnwerk vervangen.
Op nr. 55, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap..
Op nr. 59, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Op nr. 65, kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). vereenvoudigd. Bewaard raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn..
Op nr. 69, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap..
Op nr. 47, 49 en 61, 63, vier huizen van type B. Opstanden volgens spiegelbeeldschema, met een symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. van twee bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Bepleisterde gevels met imitatievoegen, versierd met witstenen en hardstenen elementen. Smeedijzeren vensterleuningenLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.. Drie dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder gewelfde kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Houten kroonlijsten op vier gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Schrijnwerk met gewelfde dwarsregelEen dwarsregel deelt het kozijn van een deur of raam horizontaal op. en roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd., waaiervormig in het bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. van de deur. Behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap., bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... op nr. 47, 49 en 61.
Op nr. 43, 53, 57, 67, vier huizen van type C. Opstanden van twee bouwlagen onder centrale puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is.. Beraapte gevels met elementen in baksteen. Onderbouw in breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. van zandsteen. Muuropeningen onder houten entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. Op de benedenverdieping, twee muuropeningen onder een laag impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. belijnd door een friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). van opstaande bakstenen: deur en trapezoïdale uitbouw met houten structuur. Drielicht op de verdieping. Geveltop met uitspringende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met gebogen uiteinden, voorzien van een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met een houten vensterbank op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., bekroond door een klein ruitvormig paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. in baksteen. Bewaard schrijnwerk met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd.; impostvenstersVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. op de benedenverdieping met glas-in-lood.
Op nr. 43, gevel verbouwd en met één verdieping verhoogd in 1943.
Op nr. 53, gevel opnieuw bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen.. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Op nr. 57, Houten kroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en deur.
Op nr. 67, gevel opnieuw bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen.. Kroonlijsten en het meeste schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Woningen in drie types (A, B en C), symmetrisch verdeeld: de huizen van type A en C wisselen elkaar een op twee af, een ritme dat tweemaal wordt doorbroken door huizen van type B, per twee gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd.. Smeedijzeren tuinhekken enkel bewaard op nr. 51 (afwijkend van het oorspronkelijk plan), gedeeltelijk op nr. 45.
Alle woningen hebben dezelfde type plattegrond, met vooraan woonkamer (salle de famille) en eetkamer (salle à dîner) en keuken achteraan, evenals twee kamers en een badkamer op de verdieping.
Op nr. 41, 45, 51, 55, 59, 65 en 69, zeven huizen van type A. Opstand van twee bouwlagen, in baksteen op de benedenverdieping en beraaptMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. op de verdieping, met witstenen en hardstenen elementen. Rondboogdeur onder archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog. en vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met twee betonnen monelenStenen vensterstijl. onder een houten entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. die in het midden boogvormig is. Twee gelijke venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de verdieping. Fries op het hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. versierd met twee groepen van drie bakstenen vierkanten. Twee klimmende houten dakkappelen. Bewaard schrijnwerk met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd..
Op nr. 41, schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen, behalve de deur. Kroonlijst van het vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping gewijzigd.
Op nr. 45, pleisterkalk in 1931 vervangen door gele en groene keramiektegels (n.o.v. architect François De Bondt). Bewaard schrijnwerk.
Op nr. 51, houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Schrijnwerk vervangen.
Op nr. 55, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap..
Op nr. 59, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Op nr. 65, kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). vereenvoudigd. Bewaard raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn..
Op nr. 69, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap..
Op nr. 47, 49 en 61, 63, vier huizen van type B. Opstanden volgens spiegelbeeldschema, met een symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. van twee bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Bepleisterde gevels met imitatievoegen, versierd met witstenen en hardstenen elementen. Smeedijzeren vensterleuningenLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.. Drie dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder gewelfde kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Houten kroonlijsten op vier gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Schrijnwerk met gewelfde dwarsregelEen dwarsregel deelt het kozijn van een deur of raam horizontaal op. en roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd., waaiervormig in het bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. van de deur. Behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap., bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... op nr. 47, 49 en 61.
Op nr. 43, 53, 57, 67, vier huizen van type C. Opstanden van twee bouwlagen onder centrale puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is.. Beraapte gevels met elementen in baksteen. Onderbouw in breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. van zandsteen. Muuropeningen onder houten entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. Op de benedenverdieping, twee muuropeningen onder een laag impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. belijnd door een friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). van opstaande bakstenen: deur en trapezoïdale uitbouw met houten structuur. Drielicht op de verdieping. Geveltop met uitspringende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met gebogen uiteinden, voorzien van een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met een houten vensterbank op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., bekroond door een klein ruitvormig paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. in baksteen. Bewaard schrijnwerk met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd.; impostvenstersVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. op de benedenverdieping met glas-in-lood.
Op nr. 43, gevel verbouwd en met één verdieping verhoogd in 1943.
Op nr. 53, gevel opnieuw bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen.. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Op nr. 57, Houten kroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en deur.
Op nr. 67, gevel opnieuw bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen.. Kroonlijsten en het meeste schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 49291 (1923); 43: 57501 (1943); 45: 40449 (1931-1932).























