Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

M. SCHMITZarchitect1922

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Eclectisme

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 35947
lees meer

Beschrijving

Rug aan rug gebouwd, twee gehelen van vier burgerwoningen in eclectischePeriode: ca. 1840-1914. Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850 ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl, ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen, fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van Brussel (de Brusselse voorsteden). In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te weerspiegelen. In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer, keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel, erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken, zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken. De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis: een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap, vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas). De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt: een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of bow-windows. Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel. De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk, uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk, soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz. Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl, twee aan twee identiek, elk met een compositie volgens spiegelbeeldschema, n.o.v. architect M. Schmitz i.o.v. de Union Bancaire Belge, 1922.

Opstanden van drie bouwlagen, symmetrisch op de verdiepingen. Benedenverdiepingen en hoeken van de verdiepingen op de zijgevels in oranjekleurige baksteen, versierd met similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. en met witstenen elementen. Bepleisterde verdiepingen. Sokkels in breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. van Belgisch rood marmer. Op de benedenverdieping, muuropeningen met geprofileerde bakstenen omlijsting: terugwijkende toegang onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. en met pilastervormige monelenStenen vensterstijl.; twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Op elk van de verdiepingen, muuropening met dubbel kruisraam, op de eerste verdieping van de zijgevels als trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.; aan de Félix Sterckxstraat, centrale gevels met drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met een oorspronkelijk blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. muuropening, thans versierd met een geprofileerd paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met diamantkopPiramidaal ornament (3 of 4 zijden), onder andere gebruikt in banden en friezen.. Gemetselde centrale dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met moneelStenen vensterstijl. en bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. geveltop. Hoofdgestel met gladde friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). en een kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). waarvan de consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. verdwenen zijn. Gedeeltelijk bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... ; deuren met bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. in de vorm van een spinnenweb, en raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd..
Smeedijzeren traliewerk van de tuintjes bewaard op nr. 31 en 37 Sterckxstraat en 76 Stevens-Delannoystraat.

Op nr. 31 Sterckxstraat, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping verbouwd tot één brede muuropening in 1932 (n.o.v. architect François Cornelis). Schrijnwerk vervangen.
Op nr. 33 Sterckxstraat, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping vervangen door een garagepoort (na 1959) en opening van de centrale blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. muuropening op de tweede verdieping. Geveltop van de dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. gewijzigd. Bewaarde deur.
Op nr. 35 en 37 Sterckxstraat, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .

Op nr. 72 Stevens-Delannoystraat, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping in 1959 vervangen door een garagepoort. Geveltop van de dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. gewijzigd. Bewaarde deur.
Op nr. 74 Stevens-Delannoystraat, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de benedenverdieping in 1972 vervangen door een garagepoort. Geveltop van de dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. verwijderd. Bewaarde deur.
Op nr. 76 Stevens-Delannoystraat, bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , behalve het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. van de dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Al het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. is versierd met glas-in-lood in art-decostijl. Geveltop van de dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. gewijzigd.
Op nr. 78 Stevens-Delannoystraat, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping in 1967 vervangen door een garagepoort. DakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. verwijderd. Bewaarde deur.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 48874 (1922); 31:
 39298 (1932); 33: 66 779 (1953); 72: 71236 (1959); 74: 82846 (1972); 78: 79017 (1967).