Typologie(ën)
woning
Ontwerper(s)
Antoine MENNESSIER – architect – 1884-1886
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Neo-Vlaamse renaissance
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Bouwen door de eeuwen heen in Brussel. Stad Brussel (1989-1993)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 32310
Beschrijving
Twee
symmetrische hoekhuizen in neo-Vlaamse-renaissancestijl, die het noordelijke
uiteinde van de Van Gaverstraat markeren, een ensemble naar ontwerp van
architect Antoine Mennessier, van 1884-1886. Jaarankers 1885 in de westgevel
van nr. 30-32, gevelsteenStenen plaat of blok, aangebracht in of op een gevel, met opschrift. met jaartal 1886 en opschrift “a. mennessier - architecte - de cette rue”
in de oostgevel van
nr. 34-36.
Monumentale trapgevels (7 treden) met schouderstukken aan de Van Gaverstraat, in de middenas gemarkeerd door de over de bovenverdieping uitkragende schoorsteen op korbeeltjes en met meerledig topstuk bekroond door een gesmeed ijzeren windvaanDraaibare, metalen versiering op een daknok of torenspits in de vorm van een vaan die de windrichting aanwijst.; flankerende rondboogvormige vensternissen in nr. 30-32. Klimmende boogfriezenReeks van kleine (decoratieve) bogen, vaak steunend op kraagstenen. als aflijning van de geveltoppen. Onderaan afgeschuinde hoekpenanten, de overkraging opgevangen door iconische consoles met middeleeuwse figuren.
Voorgevels volgens spiegelbeeldschema, met gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. centrale deuren, en balkons met consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en ijzeren hek op de eerste verdieping KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., boven de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met tandlijst en consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. DakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. in nr. 30; getrapte dakvensters in het verlengde van zijrisalieten in nr. 34-36.
Telkens samenstel van twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. woningen, met drie bouwlagen
en elk één brede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met bijkomende deur, onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. (nok parallel met Koopliedenstraat)
met getrapte aandaken; later mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. in nr. 32. Identiek volume en
ordonnantie, doch bescheiden variaties in de detailuitwerking. Decoratief
parement van rode baksteen, gekarakteriseerd door een druk patroon van geel
bakstenen platte banden, in nr. 30-32 met rasterstructuur, doorlopend in de
omlijsting van venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. en nissen. Gebruik van hardsteen voor de plint, kordons
en al of niet doorlopende dorpelsHorizontaal bouwonderdeel van een venster of deur (onderdorpel, tussendorpel, bovendorpel).. Markante versiering door middel van
statuettes, reliëfs en maskerkoppen, geïnspireerd op gotisch en renaissance
beeldhouwwerk, met terracottakleurige beschildering. Gesmeed ijzeren
sierankers. Rechthoekige deur en venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de begane grond, getoogde
bovenvensters.
Monumentale trapgevels (7 treden) met schouderstukken aan de Van Gaverstraat, in de middenas gemarkeerd door de over de bovenverdieping uitkragende schoorsteen op korbeeltjes en met meerledig topstuk bekroond door een gesmeed ijzeren windvaanDraaibare, metalen versiering op een daknok of torenspits in de vorm van een vaan die de windrichting aanwijst.; flankerende rondboogvormige vensternissen in nr. 30-32. Klimmende boogfriezenReeks van kleine (decoratieve) bogen, vaak steunend op kraagstenen. als aflijning van de geveltoppen. Onderaan afgeschuinde hoekpenanten, de overkraging opgevangen door iconische consoles met middeleeuwse figuren.
Voorgevels volgens spiegelbeeldschema, met gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. centrale deuren, en balkons met consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en ijzeren hek op de eerste verdieping KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., boven de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met tandlijst en consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. DakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. in nr. 30; getrapte dakvensters in het verlengde van zijrisalieten in nr. 34-36.
Bronnen
SAB/OW 26128 en 23730 (1884-1886).