Typologie(ën)

herenhuis

Ontwerper(s)

Henri VANDEVELDarchitect1907

Léon SNEYERSarchitect1908

Stijlen

Eclectisme
Art nouveau

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

  • Artistiek
  • Esthetisch
  • Historisch
  • Stedenbouwkundig

Onderzoek en redactie

2010-2012

id [nl]

Urban : 20994
lees meer

Beschrijving

Herenhuis in eclectische stijl met art-nouveau-invloed, ontworpen in 1907 door architecten Constant Bosmans en Henri Vandeveld i.o.v. Émile Waxweiler, Belgisch ingenieur, professor aan de Université Libre de Bruxelles en eerste directeur van het Institut de Sociologie Solvay.

In 1908, vernieuwing van het geveldecor (reliëfs, glas-in-loodramen, tralies) en van de interieurdecoratie, n.o.v. architect Léon Sneyers, in geometrische art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession..

Lichtjes geronde symmetrische gevel die het tracé van de square volgt. Gevel bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. met imitatievoegen; vier bouwlagen, de laatste inspringend en toegevoegd in 1948. Op de benedenverdieping, deur en vier ongelijke muuropeningen met inspringende omlijsting. Op de verdiepingen, links, trapezoïdale gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. van twee bouwlagen bekroond door een koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis.; rechts, drie venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., het centrale op de eerste verdieping breder, met geprofileerde omlijsting en borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Op het hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. onder de koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis., hoge friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met dambordpatroon, vroeger over de hele gevelbreedte. Op de benedenverdieping, waarschijnlijk van de hand van Léon Sneyers, gecanneleerde bossageIn oorsprong een gevelbehandeling waarbij ruwgehakte, rechthoekige blokken natuursteen uit de loodlijn steken en de gevel op die manier een fors, rustiek (rustica) karakter verleent; later op gevel vormelijk geïmiteerd door middel van uitspringend al dan niet bepleisterde bakstenen blokken of banden (doorlopende schijnvoegen). en bloemenmotieven in de bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.; op de verdiepingen, friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). van vierkanten en cirkelmotieven met stengel; opmerkelijk eikenhouten schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  bewaard; glas-in-loodramen met gestileerd bloemenmotief. Smeedijzeren traliewerk van de gevel en het tuintje bewaard. Garage uit 1948, dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. uit 1961.

Vergotesquare 33, foto uit 1948 voor de verbouwing, GAS/DS 274-33 (1948).

Interieur deels bewaard, met sterke invloed van de Wiener SezessionVan 1897 tot ca. 1914, Oostenrijkse strekking binnen de geometrische art nouveau.. Overwelfde vierkante toegangsvestibule, met een cosy corner en toegang tot de vestiaire en de grote hal. Vestibule en vestiaire met granitovloer en eiken houtwerk. Vestiaire met oorspronkelijke kast. Grote langwerpige hal met afgeronde hoeken, onder gedrukte kloosterboog. LambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … met marmerschildering. Marmeren fontein. Gestileerde rozen op de lateien en het gewelf. Deuren van licht hout, met glas-in-loodramen in Amerikaans glas met bloemenmotieven. Vloer met keramiektegels die mozaïek imiteren. Een tweede hal loodrecht op de eerste huisvest het trapdeel dat naar de verdieping leidt; granitovloer; een dubbele opengewerkte deur met gedeeltelijk bewaard beschilderd glas leidt naar de tuin en het sanitair, dat versierd is met glas-in-loodramen en keramiektegels met bloemenmotieven. In deze hal, smeedijzeren leuning met cirkels en stengels; trappaalHoofdbaluster aan de eerste trede van een trap. met bollamp. In de salon, bibliotheekhoek met bewaarde rekken. Vloerbedekking en decor van het plafond vervangen. De salon geeft uit op een eetkamer met gekoofd stucplafond, visueel geschraagd door een friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met kleine consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Metalen zuiltjes dragen de structuren van deze verschillende ruimten. Bewaarde lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … in fijn hout.

Bronnen

Archieven
GAS/DS 274-33.
AAM/fonds Léon Sneyers.

Publicaties en studies
BORSI, F., WIESER, H., Bruxelles. Capitale de l'Art nouveau, coll. Europe 1900, Marc Vokaer red., Brussel, 1992, pp. 90, 336.
Académie de Bruxelles. Deux siècles d'architecture, Archives d'Architecture Moderne, Brussel, 1989, p. 364.

Tijdschriften
BARY, J., “Une maison moderne”, Le Home, 01.12.1908, pp. 3-6.

Opmerkelijke bomen in de nabijheid