Typologie(ën)
kantoorgebouw
garage
garage (show room)
garage
garage (show room)
Ontwerper(s)
René STAPELS – architect – 1962-1967
Robert BARDINET – architect – 1962-1967
B. LEFÈVRE-FERAGEN – architect – 1962-1967
LEMAÎTRE – architect – 1962-1967
JAMAR – aannemer, architect – 1962-1967
René STAPELS – architect – 1969
René STAPELS – architect – 1963
Fernand BADOUX – architect – 1956
Stijlen
Internationale Stijl
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Inventaris van het Hedendaags Erfgoed (Urbat - 1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Inventaris van engineering erfgoed (2011)
- Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2005-2007
id
Urban : 16807
Beschrijving
Bedrijf voor import, distributie en verhuur van voertuigen van het merk Volkswagen.
Het complex van de firma D'Ieteren ligt op de vierhoek gevormd door de Malie -, Amerikaanse -, Tenbos - en Provooststraat.
In Maliestraat, kantoor- en handelsgebouw in modernistische stijl met functionalistische inslag, n.o.v. arch. René Stapels bijgestaan door arch. Robert Bardinet, B. Lefèvre-Feragen, Lemaître en Jamar, 1962-1967.
In Amerikaansestraat, industrieel gebouw, oorspronkelijk in modernistische stijl, n.o.v. arch. Fernand Baudoux, 1956. Het werd in de richting van het Albert Leemansplein vergroot door arch. René Stapels (1963). De gevel werd sterk verbouwd en verloor zijn oorspronkelijke kenmerken.
In 1969 voorzag René Stapels in de Provoostraat de renovatie van de garages voor auto-onderhoud, een ondergrondse parking, een verhoogde parking en een binnenstraat en ook ruimten voor nieuwe diensten waardoor het hele terrein in beslagVerzameling van metalen elementen op een deur of raam. zou worden genomen.

Geschiedenis
De firma ‘D'Ieteren Frères' werd in 1878 opgericht. In 1906, lieten Alfred en Émile D'Ieteren – kleinzonen van de wagenmaker Jean-Joseph D'Ieteren, die ca. 1805 opdrachten uitvoerde voor Brusselse carrosseriebouwers – in de Maliestraat hun nieuwe ruimten bouwen, waaronder een ‘ultramodern atelier' voor hun activiteiten in de carrosseriebouw. Het bedrijf deed goede zaken en in de loop van de tijd werden de bedrijfsgebouwen grondig verbouwd en in opeenvolgende fasen vergroot.
In de jaren 1960 besloot de firma D'Ieteren om haar maatschappelijke zetel te vergroten, gezien de permanente uitbreiding van hun activiteiten. Het gebouw in de Maliestraat werd gebouwd in twee fasen en op het centrale gedeelte van het terrein verschenen steeds meer ateliers.
Beschrijving
In de Maliestraat bestaat het gebouw horizontaal uit twee delen: het eerste volume bestaat uit een skelet in beton en staal en het tweede volume uit in Preflex voorgevormde pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) en vloeren in gewapend beton.
Het onderste volume telt vier bouwlagen: benedenverdieping, twee ondergrondse verdiepingen en een parkingverdieping die bereikbaar is via een oprit aan de buitenzijde. In dit gebouw zijn de technische lokalen, de showroom, het atelier en de parking ondergebracht.
Het bovenste volume telt vijf bouwlagen. GordijngevelsNiet dragende gevel, meestal bestaande uit een opeenstapeling van vensterregisters. bestaande uit een reeks verticale stijlen in aluminium. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en lateien in groen geëmailleerde buitenpanelen. De metalen structuur (skelet, vloeren en dak) in de vorm van een parallellogram rust door middel van metalen zuilen op een verhoogd plateau dat is ingericht als parking; dit terras vormt het dak van het onderste volume. In dit volume zijn voornamelijk kantoren ondergebracht.
Het complex van de firma D'Ieteren ligt op de vierhoek gevormd door de Malie -, Amerikaanse -, Tenbos - en Provooststraat.
In Maliestraat, kantoor- en handelsgebouw in modernistische stijl met functionalistische inslag, n.o.v. arch. René Stapels bijgestaan door arch. Robert Bardinet, B. Lefèvre-Feragen, Lemaître en Jamar, 1962-1967.
In Amerikaansestraat, industrieel gebouw, oorspronkelijk in modernistische stijl, n.o.v. arch. Fernand Baudoux, 1956. Het werd in de richting van het Albert Leemansplein vergroot door arch. René Stapels (1963). De gevel werd sterk verbouwd en verloor zijn oorspronkelijke kenmerken.
In 1969 voorzag René Stapels in de Provoostraat de renovatie van de garages voor auto-onderhoud, een ondergrondse parking, een verhoogde parking en een binnenstraat en ook ruimten voor nieuwe diensten waardoor het hele terrein in beslagVerzameling van metalen elementen op een deur of raam. zou worden genomen.

Geschiedenis
De firma ‘D'Ieteren Frères' werd in 1878 opgericht. In 1906, lieten Alfred en Émile D'Ieteren – kleinzonen van de wagenmaker Jean-Joseph D'Ieteren, die ca. 1805 opdrachten uitvoerde voor Brusselse carrosseriebouwers – in de Maliestraat hun nieuwe ruimten bouwen, waaronder een ‘ultramodern atelier' voor hun activiteiten in de carrosseriebouw. Het bedrijf deed goede zaken en in de loop van de tijd werden de bedrijfsgebouwen grondig verbouwd en in opeenvolgende fasen vergroot.
In de jaren 1960 besloot de firma D'Ieteren om haar maatschappelijke zetel te vergroten, gezien de permanente uitbreiding van hun activiteiten. Het gebouw in de Maliestraat werd gebouwd in twee fasen en op het centrale gedeelte van het terrein verschenen steeds meer ateliers.
Beschrijving
In de Maliestraat bestaat het gebouw horizontaal uit twee delen: het eerste volume bestaat uit een skelet in beton en staal en het tweede volume uit in Preflex voorgevormde pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) en vloeren in gewapend beton.
Het onderste volume telt vier bouwlagen: benedenverdieping, twee ondergrondse verdiepingen en een parkingverdieping die bereikbaar is via een oprit aan de buitenzijde. In dit gebouw zijn de technische lokalen, de showroom, het atelier en de parking ondergebracht.
Het bovenste volume telt vijf bouwlagen. GordijngevelsNiet dragende gevel, meestal bestaande uit een opeenstapeling van vensterregisters. bestaande uit een reeks verticale stijlen in aluminium. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en lateien in groen geëmailleerde buitenpanelen. De metalen structuur (skelet, vloeren en dak) in de vorm van een parallellogram rust door middel van metalen zuilen op een verhoogd plateau dat is ingericht als parking; dit terras vormt het dak van het onderste volume. In dit volume zijn voornamelijk kantoren ondergebracht.
Bronnen
Archieven
GAE/DS 219-50-60, 16-135, 16-155-163, 255-58 à 70, 255-74-76, 255-58-82.
Publicaties en studies
ARON, J., BURNIAT, P., et al., Inventaire du patrimoine contemporain de la région de Bruxelles, Bruxelles, 1994, fiche nr. 97.
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Ixelles, AAM, Brussel, 1980-1982, fiche nr. 141.
PUTTEMANS, P., HERVE, L., Architecture Moderne en Belgique, Marc Vokaer ed., Brussel, 1974, p. 144.
LAMBOTTE-VERDICQ, G., Contribution à une anthologie de l'espace bâti bruxellois de Léopold II à nos jours, Agglomération de Bruxelles, Louis Musin éd., Brussel, 1978, pp. 226-227.
Tijdschriften
‘Nouveau complexe des anciens établissements D'Ieteren Frères S.A. à Bruxelles', La Maison, 7-8, 1967, pp. 229-238.
‘Des portes Overdoor automatiques pour le nouveau garage "D'Ieteren Mail"', Neuf, 13, 1968, p. 17.
ZACZEK, S., TAMIGNIAUX, R., ‘Nouveau complexe commercial et administratif des Anc. Établ. D'Ieteren S.A. à Bruxelles', Acier-Stahl-Steel, 1, 1964, pp. 1-10.
GAE/DS 219-50-60, 16-135, 16-155-163, 255-58 à 70, 255-74-76, 255-58-82.
Publicaties en studies
ARON, J., BURNIAT, P., et al., Inventaire du patrimoine contemporain de la région de Bruxelles, Bruxelles, 1994, fiche nr. 97.
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Ixelles, AAM, Brussel, 1980-1982, fiche nr. 141.
PUTTEMANS, P., HERVE, L., Architecture Moderne en Belgique, Marc Vokaer ed., Brussel, 1974, p. 144.
LAMBOTTE-VERDICQ, G., Contribution à une anthologie de l'espace bâti bruxellois de Léopold II à nos jours, Agglomération de Bruxelles, Louis Musin éd., Brussel, 1978, pp. 226-227.
Tijdschriften
‘Nouveau complexe des anciens établissements D'Ieteren Frères S.A. à Bruxelles', La Maison, 7-8, 1967, pp. 229-238.
‘Des portes Overdoor automatiques pour le nouveau garage "D'Ieteren Mail"', Neuf, 13, 1968, p. 17.
ZACZEK, S., TAMIGNIAUX, R., ‘Nouveau complexe commercial et administratif des Anc. Établ. D'Ieteren S.A. à Bruxelles', Acier-Stahl-Steel, 1, 1964, pp. 1-10.
Files