Typologie(ën)

woning of opbrengsthuis (onbepaald)

Ontwerper(s)

Juridisch statuut

Beschermd sinds 20 september 2001

Stijlen

Classicerende barok

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 31416
lees meer

Beschrijving

den Gulden Wagen, cf. gevelsteenStenen plaat of blok, aangebracht in of op een gevel, met opschrift.. Imposant diephuis met drie bouwlagen en vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met gewolfde dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap..

Bepleisterde en beschilderde topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. in classicerende barokPeriode: einde 17e eeuw – eerste helft van de 18e eeuw De classiciserende barok (of laatbarok) ontwikkelt zich in Frankrijk als een voortzetting van de barok, maar grijpt sterker terug naar de klassieke vormentaal (regelmaat, de kolossale orde, het gebruik van zuilengangen en koepels). Aan het einde van de 17e eeuw wordt de barokstijl lichter; de kolossale orde verdwijnt geleidelijk en de smeedijzeren decoratie verschijnt in rocailleachtige motieven. De periode wordt ook gekenmerkt door de aanleg van monumentale stedelijke pleinen. In Brussel blijft het woonhuis trouw aan de traditie van de vorige eeuw (zie barokstijl) en aan de middeleeuwse topgevel. Het barokke decor van horizontale en verticale banden die de geledingen van de gevel benadrukken, blijft behouden, terwijl de topgevel de barokke contouren van de dakranden met hun uiteenlopende vormen bewaart. In laatbarokke topgevels wisselen de trapjes af met gebogen en naar binnen gekrulde vleugelstukken. Ook vensters met kruiskozijnen blijven in gebruik, maar de ruimte tussen de roeden wordt groter zodat meer daglicht kan binnendringen. De ornamentale vormentaal omvat onder meer decoratieve vazen, vuurpotten, bloemslingers, balusters, onderdorpelpanelen met afgeronde hoeken en beeldhouwwerk . Het fronton wordt pas vanaf de jaren 1730–1740 algemeen toegepast. Vanaf 1735, en onder Franse invloed, verschijnen nieuwe dakvormen: het schilddak en het mansardedak. De meest originele gevels nemen een symmetrische compositie van Italiaanse inspiratie over: zuilen of pilasters, ontleend aan de antieke orde, worden boven elkaar geplaatst. Aangezien ze echter worden aangepast aan de smalle gevels verliezen zij hun oorspronkelijke dragende functie en worden zij gereduceerd tot verticale lisenen. In de eeuwwisseling van de 17e naar de 18e eeuw blijft baksteen zeer ruim gebruikt, in combinatie met wit- en hardsteen, een kostbaar materiaal dat vooral wordt toegepast voor decoratieve elementen en constructieve onderdelen (plinten, vensterstijlen, lintelen, gebeeldhouwde deuromlijstingen)., eertijds in topstuk gedateerd 1696. Voorheen dubbelhuisopstand (?) met geblokte pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op benedenverdieping; herhaaldelijk verbouwd, onder meer opgesplitst tot twee afzonderlijke winkel- of cafépuien, in loop van de
19e en 20e eeuw.
Tweede en derde bouwlaag geritmeerd door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. Ionische pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met geprofileerde basis en vlakke schachtDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn. , waarop breed hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. gevormd door architraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden., friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). en geprofileerde kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., gescheiden door borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met vlak paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. in zijtraveeën, bas-reliëf met voorstelling van tweespan en wagen gemend door Sint-Michiel in centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Versmallende attiekgeleding met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), geflankeerd door postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. met siervaas; ritmerende composiet pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en zelfde hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel.; zelfde venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in geriemde omlijsting met orenUitstekend deel van sommige bouwelementen of -constructies, meestal louter decoratief. en dito versierde vleugelstukkenZijstuk, veelal in voluutvorm, van een topgevel, dakkapel of dakvenster.. Bekronend, breed geprofileerd, gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening., waarin oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. met sluitsteenSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf. tussen spiegels1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting.; door volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer. geflankeerd topstuk met siervaas.
Verankerde achterpuntgevel met aandak.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 31224, 20410-20411, 15831-15832, 41455, 64025.

Tijdschriften
L'Emulation, 1897, pl. 30.

Websites
BALat KIK-IRPA