Typologie(ën)

kinderbewaarplaats

Ontwerper(s)

Louis Ernest S'JONGHERSarchitect1909

BUREAU D’ÉTUDES EN ARCHITECTURES URBAINESarchitectenbureau2016-2018

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neobarok
Eclectisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016, 2019

id

Urban : 37240
lees meer

Beschrijving

Kinderdagverblijf in eclectischePeriode: ca. 1840-1914. Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850 ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl, ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen, fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van Brussel (de Brusselse voorsteden). In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te weerspiegelen. In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer, keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel, erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken, zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken. De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis: een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap, vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas). De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt: een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of bow-windows. Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel. De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk, uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk, soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz. Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl met invloed van de barokstijl, ontworpen door gemeentelijk architect Ernest S’Jonghers in 1909.

Geschiedenis

Het kinderdagverblijf werd in 1868 in Anderlecht opgericht en La Goutte de Lait, een instelling die melk verdeelde onder moeders die geen borstvoeding konden geven, in 1904. Ze vestigden zich allebei in het nieuwe complex aan de Transvaalstraat dat op 23.12.1912 werd ingehuldigd. De instelling, die zich voor de arbeidersklasse inzette, verstrekte volgende diensten: prenatale consultaties en consultaties voor zuigelingen en voor minnen, voedingswerk voor moeders, babyuitzet, zuigelingenmelkdistributie, kinderopvang, crèche, internaat, infirmerie, kinderoppas voor onder toezicht gestelde kinderen of kinderen bij opvangmoeders, en praktische cursussen zuigelingenzorg.
Van 2016 tot 2018 werd het complex volledig gerenoveerd (Bureau d’Etudes en Architectures Urbaines).

Beschrijving

Ligging

De plattegrond van het complex vormt een elleboog die naar het oosten afbuigt, met aan de noordkant een tuin.
Het complex bestond oorspronkelijk uit vijf hoofdvolumes, met aan de straatkant een ondiep gebouw van twee bouwlagen onder onder- en bovenschild, gevolgd door een dwarsgelegen volume van drie bouwlagen onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken., verlengd door nog een ander volume, oorspronkelijk onder plat dak met daklicht. Langs deze minder brede volumes lopen doorgangen, rechts onder een afdak, links berijdbaar en leidend naar een klein lokaal, eveneens onder daklicht. In de hoek van de elleboog en naar links verschoven, rechthoekig volume van twee bouwlagen, de eerste als onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen., onder een zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. evenwijdig aan de straat. Het tweede deel van de elleboog wordt gevormd door twee volumes met dezelfde hoogte, oorspronkelijk eveneens onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.; van het eerste volume is het zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. aan de westelijke kant vervangen door een plat dak, het tweede volume is naar de noordzijde verschoven voor de aanleg van een lager gelegen binnenplaats en een overdekte binnenplaats met sanitaire voorzieningen, ruimten die van dan af bebouwd waren. Loodrecht op laatstgenoemd volume ligt een lange lage vleugel die ca. 1945-1950 is gebouwd, bestemd voor een wasruimte.

Gevels

Aan straatzijde, symmetrische opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
Gevel in oranjekleurige baksteen met hardstenen elementen. Vensters met lateiBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt. onder een of meer ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast., met tussendorpelStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt. op de benedenverdieping en kruiskozijn op de verdieping; tussendorpelsStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt. met waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen.. Doorlopende geprofileerde onderdorpels. Borstweringen met ventilatierooster afgedekt met een metalen plaat. Brede middentravee, in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden., bekroond door een klokgevelGevel waarvan de top klokvormig is.. Drie blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. en getraliede spleetvormige keldervensters. Drie venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping, twee op de verdieping. Geveltop met vleugelstukkenZijstuk, veelal in voluutvorm, van een topgevel, dakkapel of dakvenster. met volute en een gewelfde stenen bekroning met een schelp, een anker(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief. en een boogvormige kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., opengewerkt met een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. waarvan de borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. is versierd met een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. in bas-reliëf met schelpmotief en met het opschrift “CRECHE – KRIBBE”. Bewerkte ankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Aan de zijkanten, rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. en gekoofdeConvex gebogen lijst. inrijpoorten met hoekkettingenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel. en kegelvormige schamppalen, bekroond door een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. met schelpmotief en respectievelijk de jaartallen “1868” en “1912”. In het onderschild, twee houten dakkappellen onder boogvormige kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Kroonlijst op geprofileerde bakstenen consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Oorspronkelijke deuren met vleugels met spijkers en een getralied raamVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn., onder een bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met metalen roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. en gehamerd glas, verdeeld door drie zuilvormige stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.. Raamwerk oorspronkelijk met metalen roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd., thans vervangen. Vlaggenstok in het midden van de verdieping verwijderd.

Dwarsliggend volume met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels. Achteraan, naar de tuin, zijn de gevels ook (opnieuw) bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen., met muuropeningen (vroeger onder doorlopende  I-balk) die zijn laag in de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. en ranker in de bovenste bouwlaag. Het hoekvolume werd vroeger afgeboord door een galerie op een platform van metalen balken en met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., oorspronkelijk met korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken. in art-nouveaustijl. De twee achtervolumes zijn elk voorzien van drie venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. en werden vroeger gekenmerkt door een afgesneden hoek. Oude wasruimte met brede rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder doorlopende  I-balkIJzeren latei met I-profiel..

Interieur

Het gebouw aan de straatkant bevatte oorspronkelijk een conciërgewoning op de benedenverdieping en twee lokalen op de verdieping, met achter de midden- en de rechtertravee een vergaderzaal voor het personeel.
Nadien werd het vertrek op de benedenverdieping een consultatielokaal. Het dwarsliggende volume bevatte een speelzaal op de benedenverdieping en de directiewoning op de verdieping, verbonden door een trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. achteraan, terwijl het volume onder plat dak een vestiaire bevatte. De vertrekken op de benedenverdieping werden nadien omgevormd tot respectievelijk kleedzaal en consultatielokaal met aanpalende melkkeuken. Aan het uiteinde ervan gaf de doorgang rechts oorspronkelijk toegang tot twee overlopen: de overloop aan de linkerkant, aan de tuinzijde, werd verlengd door een gebogen helling (verwijderd) en leidde naar het hoekvolume, dat diende als speelzaal en dan als kinderopvang; de overloop aan de rechterkant lag langs het bureau van de directrice en twee klassen die tot crèchelokaal en slaapzaal werden omgevormd. Ter hoogte van de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. bevatten deze twee volumes respectievelijk de keuken en de refter.


Bronnen

Archieven
GAA/Gemeentelijk eigendom.
 
Archief van het Erasmushuis.