Typologie(ën)
school
herenhuis
herenhuis
Ontwerper(s)
Pierre Victor JAMAER – architect – 1882-1884
INCONNU - ONBEKEND – 1825-1835
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Neoclassicisme
Inventaris(sen)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Bouwen door de eeuwen heen in Brussel. Stad Brussel (1989-1993)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 31187
Beschrijving
Oorspronkelijk
geheel van twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. herenhuizen, met vlak bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. lijstgevel in
neoclassicistische stijl, van ca. 1830; drie bouwlagen en totaal acht traveeën
onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken..
Gebouwd op de plaats van het voormalige refugiehuis van de benedictinessenabdij van Vorst, hier gevestigd sinds 1634, na aankoop van de gebouwen in 1632. Omvatte eertijds het Grote en het Kleine Refugiehuis, met tuinen reikend tot het visitandinenklooster. Ingenomen door markies1. Beglaasde metalen of houten afdak; 2. Opvouwbaar zonnescherm boven raam of deur. de Castanaga in 1686; Oorlogskas tijdens het Oostenrijks Bewind. Openbaar verkocht in 1794. Oude kern in twee linker traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aangegeven door resten van verankering en een steil zadeldak; resten van 17e eeuwse bijgebouwen op de binnenkoer van nr. 109-113.
Oorspronkelijk enkelhuisopstand en volgens repeterend schema, gemarkeerd door steekboogpoorten in de eerste en de vijfde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), voorts met rechthoekige vensters op lekdrempels, en een klassiek hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel., zie drie rechtertraveeën. Slechts één bewaarde inrijpoort met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. (op nr. 107). Later toegevoegd stucdecor (tweede helft 19e eeuw) in de vijf linker traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...): schijnvoegen en verticaal oplopende vensteromlijstingen met entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. en sluitsteen; klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. onder de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Begane grond herhaaldelijk verbouwd voor winkelpuien.
Op nr. 107, Gemeenteschool Nr. 15. Oorspronkelijk lagere meisjesschool, naar ontwerp van architect Pierre-Victor Jamaer van 1882- 1884, voltooid in 1887. Complex met schoolgebouwen aan vier zijden van een speelplaats, bereikbaar via een beglaasde doorgang. Klassenvleugels aan de noord- en zuidzijde: eenvoudige opstand met centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. en steekboogvensters, oorspronkelijk met twee bouwlagen; noordvleugel verhoogd met een derde bouwlaag, het risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. met frontonbekroning. Overdekte speelplaats met ijzeren structuur en Polonceauspant aan de oostzijde; later verhoogde turnzaal aan de westzijde.
Op nr. 109-113, op de binnenplaats: resten van aanhorigheden van het refugiehuis. Verankerde constructie in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17e eeuw, zie twee resterende jaarankers “16..”; één bouwlaag onder zadeldak (pannen). Kwarthol geprofileerde sokkel en daklijst boven steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel.; gedicht kozijn en rondboogdeur onder oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster.. Eveneens gedichte, barokke, hardstenen rondboogarcade in de rechtertravee: twee bewaarde van oorspronkelijk drie gekoppelde rondbogen, met sterk geprofileerde en geblokte booglijst, op Toscaanse zuilen.
Renovatie van nr. 109-113 naar ontwerp van architectenbureau BOA (Johan Van Dessel) van 1991, in voorbereiding.
Gebouwd op de plaats van het voormalige refugiehuis van de benedictinessenabdij van Vorst, hier gevestigd sinds 1634, na aankoop van de gebouwen in 1632. Omvatte eertijds het Grote en het Kleine Refugiehuis, met tuinen reikend tot het visitandinenklooster. Ingenomen door markies1. Beglaasde metalen of houten afdak; 2. Opvouwbaar zonnescherm boven raam of deur. de Castanaga in 1686; Oorlogskas tijdens het Oostenrijks Bewind. Openbaar verkocht in 1794. Oude kern in twee linker traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aangegeven door resten van verankering en een steil zadeldak; resten van 17e eeuwse bijgebouwen op de binnenkoer van nr. 109-113.
Oorspronkelijk enkelhuisopstand en volgens repeterend schema, gemarkeerd door steekboogpoorten in de eerste en de vijfde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), voorts met rechthoekige vensters op lekdrempels, en een klassiek hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel., zie drie rechtertraveeën. Slechts één bewaarde inrijpoort met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. (op nr. 107). Later toegevoegd stucdecor (tweede helft 19e eeuw) in de vijf linker traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...): schijnvoegen en verticaal oplopende vensteromlijstingen met entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. en sluitsteen; klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. onder de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Begane grond herhaaldelijk verbouwd voor winkelpuien.
Op nr. 107, Gemeenteschool Nr. 15. Oorspronkelijk lagere meisjesschool, naar ontwerp van architect Pierre-Victor Jamaer van 1882- 1884, voltooid in 1887. Complex met schoolgebouwen aan vier zijden van een speelplaats, bereikbaar via een beglaasde doorgang. Klassenvleugels aan de noord- en zuidzijde: eenvoudige opstand met centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. en steekboogvensters, oorspronkelijk met twee bouwlagen; noordvleugel verhoogd met een derde bouwlaag, het risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. met frontonbekroning. Overdekte speelplaats met ijzeren structuur en Polonceauspant aan de oostzijde; later verhoogde turnzaal aan de westzijde.
Op nr. 109-113, op de binnenplaats: resten van aanhorigheden van het refugiehuis. Verankerde constructie in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17e eeuw, zie twee resterende jaarankers “16..”; één bouwlaag onder zadeldak (pannen). Kwarthol geprofileerde sokkel en daklijst boven steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel.; gedicht kozijn en rondboogdeur onder oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster.. Eveneens gedichte, barokke, hardstenen rondboogarcade in de rechtertravee: twee bewaarde van oorspronkelijk drie gekoppelde rondbogen, met sterk geprofileerde en geblokte booglijst, op Toscaanse zuilen.
Renovatie van nr. 109-113 naar ontwerp van architectenbureau BOA (Johan Van Dessel) van 1991, in voorbereiding.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 3411-3469 (1882-1888), 25670, 12138; AA, 1884, rep. 1519, 1885, rep. 1672 en 1723, 1886, rep. 1758, 1770, 1863 en 1906, 1887, rep. 1917, 1987-1988 en 2054-2056; NPP, Q 15.
Publicaties en studies
ABEELS G., Une découverte archéologique rue Haute (Les Marolles, 1985, 2, p. 21-24).