Typologie(ën)
Ontwerper(s)
Pierre-Paul BONENFANT – archeoloog – 1988
Jean-Paul JOURDAIN – architect – 1993
SOCIÉTÉ ROYALE D'ARCHÉOLOGIE DE BRUXELLES – archeologen – 2020-2023
URBAN – Openbare dienst – 2020-2023
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Inventaris(sen)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Bouwen door de eeuwen heen in Brussel. Stad Brussel (1989-1993)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Archeologisch Naast de archeologische vindplaatsen, gaat het ook om overblijfselen, fragmentarische elementen of betekenisvolle sporen van oudere gebouwen die in een onroerend goed bewaard zijn gebleven en zodoende getuigenissen zijn van bouwkundige activiteiten door de mens. De belangstelling gaat dan meestal uit naar de overblijfselen zelf. De selectie van het onroerend goed (gebouw of fragment) is gemotiveerd als een omhulsel van die fragmenten, die waardevolle informatie verschaffen over de bouwevolutie en -geschiedenis van het goed. Voorbeelden zijn constructieve elementen in kelders, kelders die oudere elementen bevatten (bv. kelders van de abdij van Koudenberg of de kapel van Nassau), originele dakspanten, resten van middeleeuwse muuropstanden enz.
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Wetenschappelijk De wetenschappelijke waarde wordt vaak erkend in het geval van landschappen (parken, halfnatuurlijke gebieden). Binnen de context van een onroerend goed kan het gaan om de aanwezigheid van een (bouw)element (bijzonder materiaal, experimenteel materiaal, bouwprocédé of -component) of getuigenis van een ruimtelijk-structurele ruimte (stedenbouwkundig) waarvan het behoud moet worden overwogen met het oog op wetenschappelijk onderzoek. In het geval van archeologische vindplaatsen en overblijfselen wordt de wetenschappelijke waarde erkend in relatie tot het uitzonderlijke karakter van de resten op het gebied van ouderdom (bijvoorbeeld de Romeinse villa in Jette), de uitzonderlijke bewaringsomstandigheden (bijvoorbeeld de site van het vroegere dorp Oudergem) of de uniciteit van de elementen (bijvoorbeeld een volledig bewaard dakspant) en derhalve op dat vlak een uitzonderlijke en prominente wetenschappelijke bijdrage vormen tot de kennis van ons stedelijk en pre-stedelijk verleden.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
De minderbroeders worden voor het eerst vermeld in Brussel in 1238. Zij lieten vanaf 1241 hun kerk bouwen aan de oevers van de Zenne, in de commerciële Sint-Niklaaswijk. Ondanks de grote schade veroorzaakt door de religieuze onrust aan het einde van de 16e eeuw en het bombardement van Brussel in 1695, bleef het klooster op deze plek staan tot de gemeenschap in 1796 werd verdreven. Na de afbraak van de kloostergebouwen werd de plaats vanaf 1800 ingenomen door de Botermarkt, die op zijn beurt in 1867 verdween om plaats te maken voor de bouw van de huidige Handelsbeurs, die in 1873 werd ingehuldigd.
De Stad Brussel besloot om de archeologische vondsten van 1988 te ontsluiten door ze ter plaatse tentoon te stellen in het museum Bruxella 1238, naar een ontwerp van de architect Jean-Paul Jourdain en met de medewerking van het ingenieursbureau B Group; ingehuldigd op 27 mei 1993, maakt het de straat ‘transparant’, in die zin dat een glazen dak uitzicht geeft op de restanten van het kerkkoor, terwijl het tracé van de muren werd ingelegd in de bestrating.
In de aanloop naar de werken om de voormalige Handelsbeurs om te vormen tot Belgian Beer World, zal vanaf de zomer van 2020, een preventieve archeologische operatie worden uitgevoerd op de museumsite waar de overblijfselen van het voormalige klooster zullen worden ondergebracht. De opgravingen, gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. aan een systematische (archeologische en topografische) registratie van het bewaarde metselwerk, worden uitgevoerd door de Société royale d'Archéologie de Bruxelles, in opdracht van de Directie Cultureel Erfgoed van urban.brussels. Om de archeologische site toegankelijker te maken voor het publiek, werd een tunnel gegraven door de funderingen van de Beurs, tussen de site en de Beurs. De opgravingen die voor het graven van deze tunnel werden uitgevoerd, zullen de reeds beschikbare gegevens aanvullen, met name wat betreft de begraving van een groot aantal mensen in dit gebied tussen de 13e en 18e eeuw. Ze bevestigen ook dat de site bewoond is sinds de tweede helft van de 10e eeuw.
De betonnen platen en het glazen dak van het eerste museum (1993) worden ontmanteld om de straat zijn uitzicht uit het begin van de 20e eeuw terug te geven.
Het nieuwe Bruxella 1238-museum moet in de zomer van 2023 opengaan voor het publiek.
Bronnen
Publicaties en studies
BONENFANT, P.-P., LE BON, M., Bruxella
1238. Sous les pavés l’histoire, Brussel, 1993.
D’AOÛT, T., Histoire de l’ancien couvent
des Frères mineurs de Bruxelles, dit «Couvent des Récollets» (XIIIe - XVIIIe s.), mémoire de master en
Histoire, ULB, Brussel, 2007.
DOPERÉ, F., 2015, Les fouilles du chœur
de l’église et du couvent des Récollets. Étude des techniques de taille des
pierres (niet gepubliceerd rapport), Brussel, 2015.
LE BON, M., L’ancien couvent des Récollets.
Fouilles à la rue de la Bourse, de juin à septembre 1988, rapport de
fouilles (état définitif), Brussel, 2016.
VANHUYSSE, M., Fouilles archéologiques rue de la Bourse à
Bruxelles: campagnes 2020-2021 (Br.) in Archaeologia Mediaevalis, 45, Gent, 2022, pp. 125-128.
VANHUYSSE, M., Des nouvelles du «Bruxella 1238»
in Bulletin d’information de la
Société royale d’Archéologie de Bruxelles, 87, februari, 2022, pp. 11-17.