Typologie(ën)
burgerwoning
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1858-1863
Edouard VANDEN BOSCH – schilder – 1863-1869
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Neoclassicisme
Neobarok
Neo-Lodewijk XV, neorococo
Inventaris(sen)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2013-2014
id
Urban : 23229
Beschrijving
Burgerhuis in neoclassicistischeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. stijl met symmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit drie gelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de centrale travee wordt in vele gevallen rijker uitgewerkt en benadrukt door haar licht te laten uitspringen en/of door één of meerdere balkons; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers., ontworpen tussen 1858 en 1876, en in 1939 verhoogd met een verdieping (n.o.v. architect Léon Smets).
Benedenverdieping met verdiepte schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Balkon met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… traliewerk tussen gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. balustersVaasvormige spijl van een borstwering., voor een glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. SleutelsSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf. aan de zijkant met rocaillewerk. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Interieur
Het gebouw vertoont een typisch plan van een Brusselse burgerwoning, met op de benedenverdieping drie opeenvolgende kamers die elk volgens een eigen stijl zijn uitgewerkt. Vooral de eerste twee vertrekken vallen op door hun rijk gedecoreerde stucplafonds.
De kamer aan de straatzijde fungeerde als een representatieve ruimte. Ze is ingericht in barokstijl met geprofileerde muren, een witmarmeren schouw en een rijk beschilderd plafond met putti in een azuurblauwe hemel. De schildering is gevat in een verguld stucdecor met een centraal rond medaillonRonde of ovale cartouche., omgeven door acanthusbladeren, rocailles1. Schelp- of rotsachtig, asymetrisch ornament, waaraan rococo haar naam dankt. - 2. Tuinfolies of rotsachtige tuinconstructies. en krulmotieven.
De centrale kamer, vroeger ingericht als bibliotheek, wordt gekenmerkt door lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en houten deuren met frontonsDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. versierd met ogieven en volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer.. De witmarmeren schouw wordt bekroond door een spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met een omlijsting die aansluit bij het deurdecor. Het plafond is volledig uitgevoerd in stuc dat beschilderd is in houtimitatie. Centraal bevindt zich een ovaal paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met een donker fond bezaaid met gouden sterren en een ornamentaal medaillonRonde of ovale cartouche.. In de hoeken zijn geschilderde stillevens opgenomen in cartouchesOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.; één ervan draagt de signatuur “E. Vanden Bosch” en is gedateerd 1863/69.
Ook op de eerste verdieping behielden de eerste twee kamers hun rijk gedecoreerde plafonds. In de kamer aan de straatzijde is het plafond opgebouwd rond een centraal rechthoekig paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer., krul- en gestileerde bloemmotieven in blauwe en gouden tinten, omgeven door vier medaillonsRonde of ovale cartouche. met geschilderde engeltjes. In de achterkamer is een gelijkaardige compositie aanwezig met een centraal paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en vier florale medaillonsRonde of ovale cartouche., uitgevoerd in een rococostijl met pastelkleuren en verguld stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer..
Motivering Erfgoedwaarden
Historische waarde
De woning is representatief voor de Brusselse 19de eeuwse burgerwoning en heeft een contextuele waarde binnen de ontwikkeling van de buurt (zie straatnotitie), de periode waarin de straat bebouwd werd met burger- en herenhuizen.
De decoratieve elementen vormen een representatieve getuigenis van de interieurornamentiek van Brusselse burgerwoningen uit de 19de eeuw. Ze maken het mogelijk decoratieve praktijken te identificeren die eigen zijn aan een periode die werd gekenmerkt door eclecticisme, waarin barokke, rococo- en neoklassieke referenties naast elkaar voorkomen.
De aanwezigheid van een gesigneerd en gedateerd werk — een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. toegeschreven aan Edouard Vanden Bosch — versterkt de historische waardeHet onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem). van het geheel doordat het een nauwkeurig documentair aanknopingspunt biedt. Dit element bevestigt de tussenkomst van de kunstenaar, gespecialiseerd in stillevens, en werpt licht op de ambachtelijke netwerken en vakkennis die in de tweede helft van de 19de eeuw in Schaarbeek actief waren.
De organisatie van de ruimtes en het gedeeltelijke behoud van hun decoratieve hiërarchie illustreren op exemplarische wijze de typologie van Brusselse woningen met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). De representatieve vertrekken, gelegen aan de straatzijde en in het hart van de woning, vertonen de kenmerken die typisch zijn voor pronkruimten: verzorgde decoraties, plafonds die als visuele focuspunten zijn behandeld en een samenhangend decoratief programma.
Artistieke waarde
De woning is representatief voor het neoclassicismeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. van midden 19de eeuw waarbij reeds oneigen elementen werden aan toegevoegd zoals het rankwerkVersiering bestaande uit een buigzame, slingerende tak, versierd met lofwerk. boven de twee laterale venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de eerste verdieping.
De bewaarde interieurensembles tonen een opmerkelijke technische beheersing, zowel in de uitvoering van het stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer. als in de ornamentale schilderkunst. Hun esthetische waardeHistorisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde. ligt in de diversiteit van stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust., in de kwaliteit van het gemodelleerde stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer. — verguld, polychroom of toegepast als imitatie van houtwerk — en in de harmonieuze integratie van de schilderingen in de architecturale structuren.
Daarnaast draagt het gebruik van iconografische en ornamentale motieven die representatief zijn voor de artistieke cultuur van de 19de eeuw bij aan de esthetische waardeHistorisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde. van het geheel. Dit wijst op een decoratief programma dat als een samenhangend geheel werd ontworpen.
De verscheidenheid aan toegepaste technieken — stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer., allegorische schilderingen, trompe-l’oeil en houtimitatie — verleent het ensemble een belangrijke esthetische waardeHistorisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde. en getuigt van het vakmanschap van gespecialiseerde ambachtslieden en van de diversiteit aan decoratieve praktijken in die periode.
Een deel van de plafondschilderingen kan worden toegeschreven aan de Belgische kunstschilder en graveur Edouard Vanden Bosch (Antwerpen, 1828 – Brussel, 1878), bekend om zijn stillevens, bloemstukken en scenes met dieren. De gesigneerde cartouchesOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. zijn representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voor het werk van deze kunstenaar.
Deze plafonds getuigen van een verfijnde beheersing van stuc- en schildertechnieken en illustreren een eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. combinatie van barokke, rococo- en neoklassieke invloeden die kenmerkend is voor de burgerlijke interieurdecoratie uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Stedenbouwkundige waarde
Woning met ensemblewaarde omdat het deel uitmaakt van een groep coherente gebouwen van burger- en herenhuizen die in eenzelfde periode zijn ontworpen.
Benedenverdieping met verdiepte schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Balkon met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… traliewerk tussen gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. balustersVaasvormige spijl van een borstwering., voor een glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. SleutelsSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf. aan de zijkant met rocaillewerk. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Interieur
Het gebouw vertoont een typisch plan van een Brusselse burgerwoning, met op de benedenverdieping drie opeenvolgende kamers die elk volgens een eigen stijl zijn uitgewerkt. Vooral de eerste twee vertrekken vallen op door hun rijk gedecoreerde stucplafonds.
De kamer aan de straatzijde fungeerde als een representatieve ruimte. Ze is ingericht in barokstijl met geprofileerde muren, een witmarmeren schouw en een rijk beschilderd plafond met putti in een azuurblauwe hemel. De schildering is gevat in een verguld stucdecor met een centraal rond medaillonRonde of ovale cartouche., omgeven door acanthusbladeren, rocailles1. Schelp- of rotsachtig, asymetrisch ornament, waaraan rococo haar naam dankt. - 2. Tuinfolies of rotsachtige tuinconstructies. en krulmotieven.
De centrale kamer, vroeger ingericht als bibliotheek, wordt gekenmerkt door lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en houten deuren met frontonsDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. versierd met ogieven en volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer.. De witmarmeren schouw wordt bekroond door een spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met een omlijsting die aansluit bij het deurdecor. Het plafond is volledig uitgevoerd in stuc dat beschilderd is in houtimitatie. Centraal bevindt zich een ovaal paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met een donker fond bezaaid met gouden sterren en een ornamentaal medaillonRonde of ovale cartouche.. In de hoeken zijn geschilderde stillevens opgenomen in cartouchesOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.; één ervan draagt de signatuur “E. Vanden Bosch” en is gedateerd 1863/69.
Ook op de eerste verdieping behielden de eerste twee kamers hun rijk gedecoreerde plafonds. In de kamer aan de straatzijde is het plafond opgebouwd rond een centraal rechthoekig paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer., krul- en gestileerde bloemmotieven in blauwe en gouden tinten, omgeven door vier medaillonsRonde of ovale cartouche. met geschilderde engeltjes. In de achterkamer is een gelijkaardige compositie aanwezig met een centraal paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en vier florale medaillonsRonde of ovale cartouche., uitgevoerd in een rococostijl met pastelkleuren en verguld stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer..
Motivering Erfgoedwaarden
Historische waarde
De woning is representatief voor de Brusselse 19de eeuwse burgerwoning en heeft een contextuele waarde binnen de ontwikkeling van de buurt (zie straatnotitie), de periode waarin de straat bebouwd werd met burger- en herenhuizen.
De decoratieve elementen vormen een representatieve getuigenis van de interieurornamentiek van Brusselse burgerwoningen uit de 19de eeuw. Ze maken het mogelijk decoratieve praktijken te identificeren die eigen zijn aan een periode die werd gekenmerkt door eclecticisme, waarin barokke, rococo- en neoklassieke referenties naast elkaar voorkomen.
De aanwezigheid van een gesigneerd en gedateerd werk — een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. toegeschreven aan Edouard Vanden Bosch — versterkt de historische waardeHet onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem). van het geheel doordat het een nauwkeurig documentair aanknopingspunt biedt. Dit element bevestigt de tussenkomst van de kunstenaar, gespecialiseerd in stillevens, en werpt licht op de ambachtelijke netwerken en vakkennis die in de tweede helft van de 19de eeuw in Schaarbeek actief waren.
De organisatie van de ruimtes en het gedeeltelijke behoud van hun decoratieve hiërarchie illustreren op exemplarische wijze de typologie van Brusselse woningen met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). De representatieve vertrekken, gelegen aan de straatzijde en in het hart van de woning, vertonen de kenmerken die typisch zijn voor pronkruimten: verzorgde decoraties, plafonds die als visuele focuspunten zijn behandeld en een samenhangend decoratief programma.
Artistieke waarde
De woning is representatief voor het neoclassicismeArchitectuurstroming (vanaf eind 18e eeuw tot ca. 1914) met voorliefde voor orde en symmetrie, gekenmerkt door bepleisterde en wit beschilderde lijstgevels die het stadsbeeld uniformiseren. Verhoudingen en vormentaal van deze stroming evolueren met de tijd. van midden 19de eeuw waarbij reeds oneigen elementen werden aan toegevoegd zoals het rankwerkVersiering bestaande uit een buigzame, slingerende tak, versierd met lofwerk. boven de twee laterale venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de eerste verdieping.
De bewaarde interieurensembles tonen een opmerkelijke technische beheersing, zowel in de uitvoering van het stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer. als in de ornamentale schilderkunst. Hun esthetische waardeHistorisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde. ligt in de diversiteit van stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust., in de kwaliteit van het gemodelleerde stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer. — verguld, polychroom of toegepast als imitatie van houtwerk — en in de harmonieuze integratie van de schilderingen in de architecturale structuren.
Daarnaast draagt het gebruik van iconografische en ornamentale motieven die representatief zijn voor de artistieke cultuur van de 19de eeuw bij aan de esthetische waardeHistorisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde. van het geheel. Dit wijst op een decoratief programma dat als een samenhangend geheel werd ontworpen.
De verscheidenheid aan toegepaste technieken — stucwerkModelleerbare, snel hardende massa van gips, kalk en zand; in gepolijste vorm ter vervanging van marmer., allegorische schilderingen, trompe-l’oeil en houtimitatie — verleent het ensemble een belangrijke esthetische waardeHistorisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde. en getuigt van het vakmanschap van gespecialiseerde ambachtslieden en van de diversiteit aan decoratieve praktijken in die periode.
Een deel van de plafondschilderingen kan worden toegeschreven aan de Belgische kunstschilder en graveur Edouard Vanden Bosch (Antwerpen, 1828 – Brussel, 1878), bekend om zijn stillevens, bloemstukken en scenes met dieren. De gesigneerde cartouchesOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. zijn representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voor het werk van deze kunstenaar.
Deze plafonds getuigen van een verfijnde beheersing van stuc- en schildertechnieken en illustreren een eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. combinatie van barokke, rococo- en neoklassieke invloeden die kenmerkend is voor de burgerlijke interieurdecoratie uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Stedenbouwkundige waarde
Woning met ensemblewaarde omdat het deel uitmaakt van een groep coherente gebouwen van burger- en herenhuizen die in eenzelfde periode zijn ontworpen.
Bronnen
Archieven
GAS/DS 204-188.
Kaarten / plannen
POPP, P. C., Atlas du Royaume de Belgique, plan parcellaire de la commune de Schaerbeek, ca. 1858.
Plan de la commune de Schaerbeek 1876, Nationaal Geografisch Instituut.















































