

Typologie(ën)
stadhuis/gemeentehuis
Ontwerper(s)
Jules Jacques VAN YSENDIJCK – architect – 1884-1887
Maurice VAN YSENDIJCK – architect – 1912-1919
Stijlen
Neo-Vlaamse renaissance
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Landschappelijk Een landschap is een gebied, zoals waargenomen door de mens, waarvan het karakter het resultaat is van ondernomen actie en interactie van natuurlijke en/of menselijke factoren. Het is een schaalbegrip bestaande uit verschillende (erfgoed)componenten, die elk, al of niet hun intrinsieke waarde hebben, maar alles samen tot een groter meerwaardegeheel verheffen én dat dit ook zo word gepercipieerd vanop een bepaalde afstand. Wijde stadspanorama’s zijn het landschap bij uitstek, denk bijvoorbeeld aan het zicht over de benedenstad van Brussel vanop het Koningsplein, maar ook op kleinere schaal kunnen dergelijke landschappen die uit verschillende componenten zijn samengesteld voorkomen.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2013-2014
id
Urban : 22498
Beschrijving
Monumentaal gemeentehuis in neo-Vlaamse renaissancestijl, gebouwd tussen 1884 en 1887 door architect Jules-Jacques Van Ysendyck, laureaat van de wedstrijd die de gemeente in 1881 had georganiseerd, en plechtig ingehuldigd op 21.07.1887. In april 1911 raakte het gebouw deels vernield door opzettelijke brandstichting, maar vanaf 1912 werd het heropgebouwd naar oorspronkelijk ontwerp en uitgebreid door de zoon van de architect, Maurice Van Ysendyck. Het werd op 01.06.1919 ingehuldigd.
Vanaf 1871 onderzochten de stadsbestuurders de noodzaak om, op de as tussen het Justitiepaleis en het station van Schaarbeek en in het hart van een nauwelijks bebouwde zone, een vierde en ultieme gemeentehuis te bouwen waarin de gemeentelijke diensten, die over verschillende locaties verspreid lagen, zouden worden samengebracht. Het gebouw zou aan het Colignonplein komen, de kern van een nieuwe wijk waarvan het stratenplan werd getekend door gemeentelijk ingenieur Bouchez en werd aangenomen tijdens de gemeenteraadszitting van 28.02.1881, bekrachtigd bij K.B. van 20.04.1882.
Terwijl het oorspronkelijke gebouw U-vormig was, rond een binnenplaats afgesloten door een hek, kreeg het nieuwe gebouw de vorm van een grote vierhoek ingericht rond een centrale binnenplaats; daartoe werden de zijvleugels verlengd tot aan een monumentale achtervleugel, die de binnenplaats van dan af afsloot. In de vier hoofdvleugels van het gebouw bevinden zich de ontvangstzalen en de kantoren, die een grote stilistische eenheid vertonen, gekenmerkt door ornamentenNiet-zelfstandig sierelement om een voorwerp of gebouw op te luisteren. uit het repertoire van de Vlaamse renaissance. Hoewel Maurice Van Ysendyck in het heropgebouwde gedeelte grotendeels trouw bleef aan het werk van zijn vader door de gehele decoratie te reconstrueren op basis van de bewaarde originele plannen en tekeningen, ontwierp hij de nieuwe inrichting, tekende hij een reeks details en paste hij recente bouwtechnieken en moderne installaties toe (structuren in gewapend beton, metalen gebinten, stalen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn., liften en een huistelefoonnet).
Beschermd 13.04.1995
Vanaf 1871 onderzochten de stadsbestuurders de noodzaak om, op de as tussen het Justitiepaleis en het station van Schaarbeek en in het hart van een nauwelijks bebouwde zone, een vierde en ultieme gemeentehuis te bouwen waarin de gemeentelijke diensten, die over verschillende locaties verspreid lagen, zouden worden samengebracht. Het gebouw zou aan het Colignonplein komen, de kern van een nieuwe wijk waarvan het stratenplan werd getekend door gemeentelijk ingenieur Bouchez en werd aangenomen tijdens de gemeenteraadszitting van 28.02.1881, bekrachtigd bij K.B. van 20.04.1882.
Terwijl het oorspronkelijke gebouw U-vormig was, rond een binnenplaats afgesloten door een hek, kreeg het nieuwe gebouw de vorm van een grote vierhoek ingericht rond een centrale binnenplaats; daartoe werden de zijvleugels verlengd tot aan een monumentale achtervleugel, die de binnenplaats van dan af afsloot. In de vier hoofdvleugels van het gebouw bevinden zich de ontvangstzalen en de kantoren, die een grote stilistische eenheid vertonen, gekenmerkt door ornamentenNiet-zelfstandig sierelement om een voorwerp of gebouw op te luisteren. uit het repertoire van de Vlaamse renaissance. Hoewel Maurice Van Ysendyck in het heropgebouwde gedeelte grotendeels trouw bleef aan het werk van zijn vader door de gehele decoratie te reconstrueren op basis van de bewaarde originele plannen en tekeningen, ontwierp hij de nieuwe inrichting, tekende hij een reeks details en paste hij recente bouwtechnieken en moderne installaties toe (structuren in gewapend beton, metalen gebinten, stalen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn., liften en een huistelefoonnet).
Beschermd 13.04.1995
Bronnen
Websites
Collections.heritage.brussels