Tramstelplaats en onderhoudswerkplaatsen
Haachtsesteenweg 327
Rubensstraat 95
Koninklijke Sinte-Mariastraat 174a
Typologie(ën)
tramstelplaats
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1874-1900
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Eclectisme
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Landschappelijk Een landschap is een gebied, zoals waargenomen door de mens, waarvan het karakter het resultaat is van ondernomen actie en interactie van natuurlijke en/of menselijke factoren. Het is een schaalbegrip bestaande uit verschillende (erfgoed)componenten, die elk, al of niet hun intrinsieke waarde hebben, maar alles samen tot een groter meerwaardegeheel verheffen én dat dit ook zo word gepercipieerd vanop een bepaalde afstand. Wijde stadspanorama’s zijn het landschap bij uitstek, denk bijvoorbeeld aan het zicht over de benedenstad van Brussel vanop het Koningsplein, maar ook op kleinere schaal kunnen dergelijke landschappen die uit verschillende componenten zijn samengesteld voorkomen.
- Wetenschappelijk De wetenschappelijke waarde wordt vaak erkend in het geval van landschappen (parken, halfnatuurlijke gebieden). Binnen de context van een onroerend goed kan het gaan om de aanwezigheid van een (bouw)element (bijzonder materiaal, experimenteel materiaal, bouwprocédé of -component) of getuigenis van een ruimtelijk-structurele ruimte (stedenbouwkundig) waarvan het behoud moet worden overwogen met het oog op wetenschappelijk onderzoek. In het geval van archeologische vindplaatsen en overblijfselen wordt de wetenschappelijke waarde erkend in relatie tot het uitzonderlijke karakter van de resten op het gebied van ouderdom (bijvoorbeeld de Romeinse villa in Jette), de uitzonderlijke bewaringsomstandigheden (bijvoorbeeld de site van het vroegere dorp Oudergem) of de uniciteit van de elementen (bijvoorbeeld een volledig bewaard dakspant) en derhalve op dat vlak een uitzonderlijke en prominente wetenschappelijke bijdrage vormen tot de kennis van ons stedelijk en pre-stedelijk verleden.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2012-2013
id
Urban : 22057
Beschrijving
Geheel van gebouwen waarvan de meeste tussen 1874 en 1900 zijn gebouwd, op een perceel in het noorden afgeboord door de Rubensstraat, in het oosten door de Haachtsesteenweg, in het zuiden het Athénée Alfred Verwée en in het westen door de Koninklijke Sint-Mariastraat.
Geschiedenis
De stelplaats, die in 1874 werd gebouwd, bevond zich toen aan de terminus van de eerste tramlijn van Brussel, die het Terkamerenbos met Schaarbeek verbond. Deze lijn werd in 1870 aangelegd op initiatief van de Compagnie Morris. Vanaf 1875 ging de exploitatie ervan over naar de nieuwe Compagnie des Tramways Bruxellois. De eerste bouwwerken omvatten een groot gebouw langs de Rubensstraat, misschien bestemd voor stallen, en een tweede, smaller, loodrecht op de Haachtsesteenweg, als opslagplaats (A). Na de elektrificatie van de tramlijn werd in 1896 een plan ontworpen voor een stelplaats voor elektrische rijtuigen en paardenrijtuigen aan de Haachtsesteenweg (B). In een eerste fase werd enkel de benedenverdieping gebouwd, lichtjes afwijkend van het plan. Vóór 1899 werd de oorspronkelijke stelplaats loodrecht op de steenweg (A) herbouwd en werd het gebouw langs de Rubensstraat vervangen door een volume met een vergelijkbare breedte bestemd voor stallen (C). In 1900 kreeg de stelplaats voor rijtuigen (B) een verdieping. Het geheel onderging nadien weinig veranderingen, tot aan het begin van de jaren 2000: de stelplaats loodrecht op de steenweg (A) werd toen gerenoveerd, verlengd naar de steenweg en aan de Koninklijke Sint-Mariastraat afgeboord door een kantoorgebouw (D).
Beschrijving

A. Loodrecht op de Haachtsesteenweg, grote stelplaats met twee schepen onder metalen gebinte met daklicht, gebouwd tussen 1894 en 1899 en begin jaren 2000 gerenoveerd.
B. Langs de Haachtsesteenweg en op de hoek met de Rubensstraat, stelplaats ontworpen in 1896, verhoogd met een tweede bouwlaag in 1900. Rechthoekig gebouw onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. met daklicht. Bakstenen gevel met witstenen en hardstenen elementen. Opstand geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en voorzien van drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., onder I-balkIJzeren latei met I-profiel. en ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. op de benedenverdieping, onder getoogde bogenConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. op de verdieping. Twaalf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) langs de steenweg en één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de straat, verbonden door een hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. voorzien van een inrijpoort (verbreed), bekroond door een paneel met het opschrift “TRAMWAYS BRUXELLOIS”.
Binnen, benedenverdieping met plafond met tongewelven en metalen balken rustend op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen.
C. In de Rubensstraat, thans buiten gebruik, gebouw van twee-en-een-halve bouwlaag, de eerste oorspronkelijk met de stallen, de tweede met de zadelmakerij en de werkplaats, de laatste als voederzolder. Gebouw van zeven diep, de meeste geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en voorzien van drie muuropeningen in elke bouwlaag. Elke traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) heeft een schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde., behalve de tweede en de zesde, onder trapgevelGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. en zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Bakstenen gevels met hardstenen elementen. Steekboogvormige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., de meeste laag, met moneelStenen vensterstijl. en gevat in een arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn.. TopgevelsHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. en aandaken met decor van uitspringende bakstenen. Op de voorgevel, drie deuren met bewaarde deurvleugels. Op de achtergevel, eerste bouwlagen die een kleine binnenplaats vormen. Op de zijgevel aan de Koninklijke Sint-Mariastraat, centrale glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. met balkon, onder een topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. die de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). doorbreekt. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). bewaard. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met metalen roedeverdeling deels bewaard.

Binnen, benedenverdieping met tongewelven op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen. Bewaarde oude smidse, voor de fabricage van de stukken die nodig waren voor de reparaties. Dak met metalen Polonceau-gebinte op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen.
Geschiedenis
De stelplaats, die in 1874 werd gebouwd, bevond zich toen aan de terminus van de eerste tramlijn van Brussel, die het Terkamerenbos met Schaarbeek verbond. Deze lijn werd in 1870 aangelegd op initiatief van de Compagnie Morris. Vanaf 1875 ging de exploitatie ervan over naar de nieuwe Compagnie des Tramways Bruxellois. De eerste bouwwerken omvatten een groot gebouw langs de Rubensstraat, misschien bestemd voor stallen, en een tweede, smaller, loodrecht op de Haachtsesteenweg, als opslagplaats (A). Na de elektrificatie van de tramlijn werd in 1896 een plan ontworpen voor een stelplaats voor elektrische rijtuigen en paardenrijtuigen aan de Haachtsesteenweg (B). In een eerste fase werd enkel de benedenverdieping gebouwd, lichtjes afwijkend van het plan. Vóór 1899 werd de oorspronkelijke stelplaats loodrecht op de steenweg (A) herbouwd en werd het gebouw langs de Rubensstraat vervangen door een volume met een vergelijkbare breedte bestemd voor stallen (C). In 1900 kreeg de stelplaats voor rijtuigen (B) een verdieping. Het geheel onderging nadien weinig veranderingen, tot aan het begin van de jaren 2000: de stelplaats loodrecht op de steenweg (A) werd toen gerenoveerd, verlengd naar de steenweg en aan de Koninklijke Sint-Mariastraat afgeboord door een kantoorgebouw (D).
Beschrijving

A. Loodrecht op de Haachtsesteenweg, grote stelplaats met twee schepen onder metalen gebinte met daklicht, gebouwd tussen 1894 en 1899 en begin jaren 2000 gerenoveerd.
B. Langs de Haachtsesteenweg en op de hoek met de Rubensstraat, stelplaats ontworpen in 1896, verhoogd met een tweede bouwlaag in 1900. Rechthoekig gebouw onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. met daklicht. Bakstenen gevel met witstenen en hardstenen elementen. Opstand geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en voorzien van drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., onder I-balkIJzeren latei met I-profiel. en ontlastingsbogenBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast. op de benedenverdieping, onder getoogde bogenConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. op de verdieping. Twaalf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) langs de steenweg en één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de straat, verbonden door een hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. voorzien van een inrijpoort (verbreed), bekroond door een paneel met het opschrift “TRAMWAYS BRUXELLOIS”.
Binnen, benedenverdieping met plafond met tongewelven en metalen balken rustend op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen.
C. In de Rubensstraat, thans buiten gebruik, gebouw van twee-en-een-halve bouwlaag, de eerste oorspronkelijk met de stallen, de tweede met de zadelmakerij en de werkplaats, de laatste als voederzolder. Gebouw van zeven diep, de meeste geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en voorzien van drie muuropeningen in elke bouwlaag. Elke traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) heeft een schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde., behalve de tweede en de zesde, onder trapgevelGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. en zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Bakstenen gevels met hardstenen elementen. Steekboogvormige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., de meeste laag, met moneelStenen vensterstijl. en gevat in een arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn.. TopgevelsHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. en aandaken met decor van uitspringende bakstenen. Op de voorgevel, drie deuren met bewaarde deurvleugels. Op de achtergevel, eerste bouwlagen die een kleine binnenplaats vormen. Op de zijgevel aan de Koninklijke Sint-Mariastraat, centrale glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. met balkon, onder een topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. die de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). doorbreekt. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). bewaard. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met metalen roedeverdeling deels bewaard.

Binnen, benedenverdieping met tongewelven op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen. Bewaarde oude smidse, voor de fabricage van de stukken die nodig waren voor de reparaties. Dak met metalen Polonceau-gebinte op gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilen.
Bronnen
Archieven
GAS/DS 129-327, 237-174, 238-97.
Publicaties en studies
CULOT, M. [o.l.v.], Schaerbeek. Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Brussel, 1980-1982, fiche 120.