Voormalige lagere gemeenteschool nr. 19, thans Annexe fondamentale Émile Jacqmain – Alfred Mabille
Veronesestraat 21
Correggiostraat 30
Typologie(ën)
school
Ontwerper(s)
Théo SERRURE – architect – 1902
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Eclectisme
Inventaris(sen)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Brussel Uitbreiding Oost (Apeb - 2006-2009)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2006-2008
id
Urban : 18406
Beschrijving
Voormalige lagere gemeenteschool nr. 19, thans Annexe fondamentale Émile Jacqmain – Alfred Mabille en bijgebouw van het Centre pédagogique de Vlaesendael. Gebouw in eclectischePeriode: ca. 1840-1914.
Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit
verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen
historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt
zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de
grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850
ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot
dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en
rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor
eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl,
ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en
daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de
industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om
flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke
voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich
zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen,
fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het
eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van
Brussel (de Brusselse voorsteden).
In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt
gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de
middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een
religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit
voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance
symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die
manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te
weerspiegelen.
In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en
herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen
met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer,
keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor
te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel,
erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken,
zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken.
De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en
tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis:
een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het
burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs
ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap,
vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en
soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas).
De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt:
een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie
bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één
brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt
in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend
met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een
driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of
bow-windows.
Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de
stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele
straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert
in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade
of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van
een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd
door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen
dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde
stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel.
De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische
stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de
polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in
uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk,
uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en
stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door
elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk,
soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters
in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art
nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale
motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten
elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz.
Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de
Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog
lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden
verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren
uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen
gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als
laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische
woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen
geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of
regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl, n.o.v. architect Théo Serrure, 1902.
Geschiedenis
School nr. 19 werd als tweede gemeentelijke lagere school van de wijk gebouwd om de eerste, school nr. 9 van 1864 in de Eburonstraat (zie nr. 46, 50) te ontlasten. De nood aan een nieuwe instelling ontstond in de jaren 1890. Het hiertoe uitgekozen terrein ligt tussen de Veronesestraat, Correggiostraat en Franklinstraat. Tijdens de zitting van 07.10.1895 gaf de gemeenteraad de toelating voor de verwerving, in ruil voor de percelen van het zuidelijk deel van het huizenblok, eigendom van de Administration des Hospices. Het was de bedoeling hier een lagere school en een kleuterschool te bouwen. De ruil werd goedgekeurd bij K.B. van 12.12.1895 (Bulletin communal, 1901, t. II, p. 62). Théo Serrure die belast werd met de plannen, legde in 1899 een eerste ontwerp voor.
Hoewel de nood om de school in de Eburonenstraat te ontlasten erg groot was, ontstond er niettemin enige tegenwerking. Een schepen had twijfels omtrent de omvang van het complex dat de toekomstige ontwikkeling van de wijk zou aantasten en buurtbewoners organiseerden een petitie tegen de bouw van de school die ze als een bron van hinder beschouwden. De nieuwe instelling zou er niettemin komen, maar het volume werd ingekrompen en de bouw van een kindertuin werd uitgesteld (JURION-DE WAHA, 1987, p. 2). De oppervlakte van het bouwterrein werd verminderd met het gedeelte aan de Franklinstraat, dat werd verkaveld als bouwgrond voor woningen.

De definitieve plannen van architect Serrure van 1902, werden het jaar daarop goedgekeurd. De werken begonnen in 1904 en de school opende haar deuren in het begin van het schooljaar van 1907-1908. Ze werd ingewijd op 13 oktober. Het was het laatste schoolgebouw dat werd ontworpen op basis van het programma van de ‘École Modèle' dat werd opgesteld door de Ligue de l'Enseignement waarvan burgemeester Charles Buls (1881-1899) medeoprichter was. Dit programma schreef onder meer een overdekte speelplaats voor en ‘ruime, afgezonderde lokalen met voldoende licht en lucht' (JURION-DE WAHA, 1987, p. 2).
Pas in 1948 werd het complex uitgebreid met een kleuterschool (JURION-DE WAHA, 1987, p. X). In 1975 ontwierp architect Hugo De Smedt een uitbreiding aan de kant van de Veronesestraat, die blijkbaar de gebouwen van 1948 vervangt. Daarin is de peutertuin ondergebracht.

De school is onder meer genoemd naar Alfred Mabille, die Directeur-Generaal was van Openbare Opvoeding en Schone Kunsten van de Stad Brussel in de periode dat de school werd geopend. Een aan hem gewijde herdenkingsplaat versierd met reliëfs, bevindt zich op de noordelijke muur van de overdekte speelplaats.
Beschrijving
De school met rechthoekig grondplan staat in het midden van het terrein. Aan de kant van de Veronestraat en Correggiostraat wordt ze voorafgegaan door een met een muur omheinde speelplaats. De hoofdingang bevindt zich in de Veronesestraat in een volume grenzend aan de uiterste linkerkant van het gebouw.

Twee identieke gevels met drie bouwlagen en dertien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in witte baksteen, met smalle banden in groene baksteen. Elke traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) inspringend in omlijsting met getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. bakstenen bekroning. Om de twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gevel geritmeerd door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met houten stijl, onder I-balkIJzeren latei met I-profiel.. Centrale deur in Correggiostraat. Decoratieve ankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Verluchtingsgaten op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Dak met talrijke schouwen. Bewaarde guillotineramenHorizontaal in tweeën gedeeld schuifraam. in Veronesestraat. Langs elke gevel Engelse koer die souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. verlicht en afgeboord is met hek.

Omheiningmuren in witte baksteen en geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.; hardstenen dekstenenNatuurstenen of keramische plaat, op bijvoorbeeld een geveltop, om het onderliggend metselwerk tegen regen te beschermen.. In elke straat tegen omheiningmuur toiletten ter vervanging van oorspronkelijk sanitair.

Voorgevel van toegangsvolume in Veronesestraat in witsteen en hardsteen. Links twee smalle gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., bekroond door drie andere; pilastervormige postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.; deze venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. verlichten conciërgewoning. Rechts grote toegangsdeur onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft., eveneens met pilastervormige postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.. ZwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. links met decor van schrift, pen en boek en rechts naai-etui. Inkom benadrukt door twee gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met trigliefenVersiering, ontleend aan de Dorische fries, bestaande uit een vooruitspringend, rechthoekig vlak met twee gleuven in het midden en een halve aan elke zijkant; soms kan het aantal gleuven sterk afwijken. en knoppenEen knop naast elke bordesdeur waarmee de lift kan worden opgeroepen. en getandeLijst met kleine repetitieve kubusvormige elementen (tanden); guttae hebben de vorm van een afgeknotte kegel en bevinden zich eerder onder aan een console of triglief. kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Attiekmuurtje met inscriptie ‘ECOLE PRIMAIRE COMMUNALE / LAGERE GEMEENTESCHOOL / Nr. 19'. Bewaarde paneeldeur. Aan kant van speelplaats, gelijkaardige gevel als die van hoofdgebouw; vier muuropeningen waarvan één glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat..

Rechts van het complex uitbreiding van 1975 met twee bouwlagen onder plat dak. Gevel in baksteen en beton. Verbonden met hoofdgebouw.

In de Correggiostraat kon door het hoogteverschil een souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. onder de speelplaats worden voorzien. Dit is aan schoolzijde toegankelijk via de Engelse koer en aan straatzijde via een deur in het midden van de omheiningmuur; aan deze kant tevens drie getraliede gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .

In rechtergedeelte van speelplaats hoge bakstenen schouw van vroegere verwarmingsketel.

Conform aan het programma van de ‘École Modèle' liggen de klassen aan weerszijden van een overdekte speelplaats bedekt met een glazen koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis.. Die op de verdiepingen zijn toegankelijk via een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. op metalen balken die rusten op elegante smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. De galerijenOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. zijn bereikbaar via trappen aan de korte zijden van de overdekte speelplaats. Op de benedenverdieping ontdubbelt een centraal trapdeel zich naar de eerste verdieping. Van daaruit leiden twee trapdelen naar een overloop, gevolgd door twee andere die uitgeven op de tweede verdieping. De trapdelen rusten op dunne pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) en hebben, net als de galerijenOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. een ijzeren leuning met houten handlijstGeprofileerde lijst op een borstwering of tegen een muur bevestigd, waaraan men zich met de hand kan vastgrijpen.. Overlopen en galerijenOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. zijn bedekt met hardsteen. Stootborden in opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. metaal.

Overdekte speelplaats met centraal glazen zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. op metalen skelet. Dit laatste vormt in lager gedeelte een rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. gewelf bekleed met latten. In lattenbekleding openingen met drieledige rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. zoldervensters.

Korte zijden van overdekte speelplaats blindZonder opening; blind venster, schijnopening. op twee eerste verdiepingen; op tweede verdieping vijflicht en groot getoogdBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. vierlicht onder zoldering. Elke galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. loopt langs zes klassen, met uitzondering van tweede verdieping in Veronesestraat, waar de gymnastiekzaal ligt. Hier leidt een centrale trap naar de zolderRuimte onder het dak.. Elke klas heeft een deur en een drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. uitgevend op de overdekte speelplaats; deur met mijtervormige tussendorpelStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt.. Overdekte speelplaats met tegelvloer.
Geschiedenis
School nr. 19 werd als tweede gemeentelijke lagere school van de wijk gebouwd om de eerste, school nr. 9 van 1864 in de Eburonstraat (zie nr. 46, 50) te ontlasten. De nood aan een nieuwe instelling ontstond in de jaren 1890. Het hiertoe uitgekozen terrein ligt tussen de Veronesestraat, Correggiostraat en Franklinstraat. Tijdens de zitting van 07.10.1895 gaf de gemeenteraad de toelating voor de verwerving, in ruil voor de percelen van het zuidelijk deel van het huizenblok, eigendom van de Administration des Hospices. Het was de bedoeling hier een lagere school en een kleuterschool te bouwen. De ruil werd goedgekeurd bij K.B. van 12.12.1895 (Bulletin communal, 1901, t. II, p. 62). Théo Serrure die belast werd met de plannen, legde in 1899 een eerste ontwerp voor.
Hoewel de nood om de school in de Eburonenstraat te ontlasten erg groot was, ontstond er niettemin enige tegenwerking. Een schepen had twijfels omtrent de omvang van het complex dat de toekomstige ontwikkeling van de wijk zou aantasten en buurtbewoners organiseerden een petitie tegen de bouw van de school die ze als een bron van hinder beschouwden. De nieuwe instelling zou er niettemin komen, maar het volume werd ingekrompen en de bouw van een kindertuin werd uitgesteld (JURION-DE WAHA, 1987, p. 2). De oppervlakte van het bouwterrein werd verminderd met het gedeelte aan de Franklinstraat, dat werd verkaveld als bouwgrond voor woningen.

De definitieve plannen van architect Serrure van 1902, werden het jaar daarop goedgekeurd. De werken begonnen in 1904 en de school opende haar deuren in het begin van het schooljaar van 1907-1908. Ze werd ingewijd op 13 oktober. Het was het laatste schoolgebouw dat werd ontworpen op basis van het programma van de ‘École Modèle' dat werd opgesteld door de Ligue de l'Enseignement waarvan burgemeester Charles Buls (1881-1899) medeoprichter was. Dit programma schreef onder meer een overdekte speelplaats voor en ‘ruime, afgezonderde lokalen met voldoende licht en lucht' (JURION-DE WAHA, 1987, p. 2).
Pas in 1948 werd het complex uitgebreid met een kleuterschool (JURION-DE WAHA, 1987, p. X). In 1975 ontwierp architect Hugo De Smedt een uitbreiding aan de kant van de Veronesestraat, die blijkbaar de gebouwen van 1948 vervangt. Daarin is de peutertuin ondergebracht.

De school is onder meer genoemd naar Alfred Mabille, die Directeur-Generaal was van Openbare Opvoeding en Schone Kunsten van de Stad Brussel in de periode dat de school werd geopend. Een aan hem gewijde herdenkingsplaat versierd met reliëfs, bevindt zich op de noordelijke muur van de overdekte speelplaats.
Beschrijving
De school met rechthoekig grondplan staat in het midden van het terrein. Aan de kant van de Veronestraat en Correggiostraat wordt ze voorafgegaan door een met een muur omheinde speelplaats. De hoofdingang bevindt zich in de Veronesestraat in een volume grenzend aan de uiterste linkerkant van het gebouw.

Twee identieke gevels met drie bouwlagen en dertien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in witte baksteen, met smalle banden in groene baksteen. Elke traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) inspringend in omlijsting met getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. bakstenen bekroning. Om de twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gevel geritmeerd door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met houten stijl, onder I-balkIJzeren latei met I-profiel.. Centrale deur in Correggiostraat. Decoratieve ankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Verluchtingsgaten op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Dak met talrijke schouwen. Bewaarde guillotineramenHorizontaal in tweeën gedeeld schuifraam. in Veronesestraat. Langs elke gevel Engelse koer die souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. verlicht en afgeboord is met hek.

Omheiningmuren in witte baksteen en geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.; hardstenen dekstenenNatuurstenen of keramische plaat, op bijvoorbeeld een geveltop, om het onderliggend metselwerk tegen regen te beschermen.. In elke straat tegen omheiningmuur toiletten ter vervanging van oorspronkelijk sanitair.

Voorgevel van toegangsvolume in Veronesestraat in witsteen en hardsteen. Links twee smalle gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., bekroond door drie andere; pilastervormige postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.; deze venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. verlichten conciërgewoning. Rechts grote toegangsdeur onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft., eveneens met pilastervormige postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.. ZwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. links met decor van schrift, pen en boek en rechts naai-etui. Inkom benadrukt door twee gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met trigliefenVersiering, ontleend aan de Dorische fries, bestaande uit een vooruitspringend, rechthoekig vlak met twee gleuven in het midden en een halve aan elke zijkant; soms kan het aantal gleuven sterk afwijken. en knoppenEen knop naast elke bordesdeur waarmee de lift kan worden opgeroepen. en getandeLijst met kleine repetitieve kubusvormige elementen (tanden); guttae hebben de vorm van een afgeknotte kegel en bevinden zich eerder onder aan een console of triglief. kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Attiekmuurtje met inscriptie ‘ECOLE PRIMAIRE COMMUNALE / LAGERE GEMEENTESCHOOL / Nr. 19'. Bewaarde paneeldeur. Aan kant van speelplaats, gelijkaardige gevel als die van hoofdgebouw; vier muuropeningen waarvan één glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat..

Rechts van het complex uitbreiding van 1975 met twee bouwlagen onder plat dak. Gevel in baksteen en beton. Verbonden met hoofdgebouw.

In de Correggiostraat kon door het hoogteverschil een souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. onder de speelplaats worden voorzien. Dit is aan schoolzijde toegankelijk via de Engelse koer en aan straatzijde via een deur in het midden van de omheiningmuur; aan deze kant tevens drie getraliede gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .

In rechtergedeelte van speelplaats hoge bakstenen schouw van vroegere verwarmingsketel.

Conform aan het programma van de ‘École Modèle' liggen de klassen aan weerszijden van een overdekte speelplaats bedekt met een glazen koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis.. Die op de verdiepingen zijn toegankelijk via een galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. op metalen balken die rusten op elegante smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. De galerijenOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. zijn bereikbaar via trappen aan de korte zijden van de overdekte speelplaats. Op de benedenverdieping ontdubbelt een centraal trapdeel zich naar de eerste verdieping. Van daaruit leiden twee trapdelen naar een overloop, gevolgd door twee andere die uitgeven op de tweede verdieping. De trapdelen rusten op dunne pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) en hebben, net als de galerijenOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. een ijzeren leuning met houten handlijstGeprofileerde lijst op een borstwering of tegen een muur bevestigd, waaraan men zich met de hand kan vastgrijpen.. Overlopen en galerijenOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. zijn bedekt met hardsteen. Stootborden in opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. metaal.

Overdekte speelplaats met centraal glazen zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. op metalen skelet. Dit laatste vormt in lager gedeelte een rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. gewelf bekleed met latten. In lattenbekleding openingen met drieledige rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. zoldervensters.

Korte zijden van overdekte speelplaats blindZonder opening; blind venster, schijnopening. op twee eerste verdiepingen; op tweede verdieping vijflicht en groot getoogdBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. vierlicht onder zoldering. Elke galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. loopt langs zes klassen, met uitzondering van tweede verdieping in Veronesestraat, waar de gymnastiekzaal ligt. Hier leidt een centrale trap naar de zolderRuimte onder het dak.. Elke klas heeft een deur en een drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. uitgevend op de overdekte speelplaats; deur met mijtervormige tussendorpelStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt.. Overdekte speelplaats met tegelvloer.
Bronnen
Archieven
SAB/PP 3135 (1902).
SAB/OW 84774 (1975).
SAB/Bulletin communal de Bruxelles, 1901, t. II, p. 62.
Publicaties en studies
JURION-DE WAHA, Fr., La mémoire des pierres. Bruxelles Architecture scolaire, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1987, pp. X, 2.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid






























