Typologie(ën)

appartementsgebouw

Ontwerper(s)

J. RAMAEKERSarchitect1935

Robert MICHIELSarchitect1935

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art deco

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2006-2007

id

Urban : 16167
lees meer

Beschrijving

Twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. appartementsgebouwen achter gemeenschappelijke symmetrische gevel in art decoPeriode: 1920-1940 De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes, die in 1925 in Parijs plaatsvond. De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale periode op de Brusselse architectuur. De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken (soms voorzien van een gestileerde koepel). Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd (badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd. In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken, waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot een courante bouwstijl. In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door elementen van het modernisme te integreren en met name van de scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie “pakketbootstijl”).. Grondplan n.o.v. arch. J. Ramaekers, gevel en interieur n.o.v. Robert Michiels, 1935.

Vier bouwlagen onder dakterras. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel. Laterale halfverzonken garages. Op verdiepingen vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. met op uiteinden klein halfrond balkon. Centrale uitgespaarde toegangsdeur onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft., symmetrie en scheiding van gebouw benadrukt door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. pilasterPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. MonumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. omlijsting. Hoogste bouwlaag onder sterk uitspringende luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak., waarop smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… attiekbalustradeMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt.. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  vervangen. Metalen deur en tuinhek oorspronkelijk.
Elke, diep op perceel doorlopende  helft georganiseerd rond binnenplaatsje tegen gemeenschappelijke scheidingsmuren. Per verdieping ruim appartement. Centrale lift voor bewoners en twee dienstliften.

Interieur. Inkomhal met oorspronkelijk decor; muuropeningen met rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft.. Bruine marmeren vloer met zwarte randen.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 48396 (1935).

Tijdschriften
SERNEELS, H., “Maison de rapport avenue des Nations à Bruxelles”, Bâtir, 49, 1936, p. 962.