Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Voormalige eigen woning van Adrien Blomme, rectoraat van de Université libre de Bruxelles
Franklin Rooseveltlaan 52
Antoine Depagelaan 1
Typologie(ën)
appartementsgebouw
kantoorgebouw
Ontwerper(s)
Adrien BLOMME – architect – 1928
Ossip ZADKINE – beeldhouwer
Stijlen
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
De architect was toen reeds vijftig en vader van zes kinderen. Het gebouw werd ingericht om aan eventuele toekomstige familiale noden tegemoet te komen. Stad Brussel weigerde aanvankelijk ontwerp omdat modernismeHet modernisme duidt elke architectuur aan die getuigt van een streven naar innovatie door middel van een uitgepuurde vormentaal. De zuiverste vorm, die vaak wordt aangeduid als de internationale stijl, wordt gekenmerkt door een rationele plattegrond, eenvoudige geometrische vormen, een draagstructuur (vaak in beton) met een plat dak, lichte wanden en het gebruik van moderne materialen (industriële materialen zoals gewapend beton, staal, glas). Hoewel maar weinig gebouwen de zuiverheid van de internationale stijl bereiken, drukken vele modernistische bouwwerken toch een duidelijk verlangen tot rationalisering uit. Kenmerkend zijn regelmatige bakstenen bekleding, sobere volumes en sterk gereduceerde decoratie. Het modernisme zal wereldwijd diverse architectuurstromingen beïnvloeden. Modernisme van het interbellum Periode: ca. 1920 – 1940 In Brussel is het modernisme van het interbellum soms moeilijk te onderscheiden van de art deco (zie “pakketbootstijl”), vooral in de beginfase van de stroming: hoewel met nieuwe bouwkundige vormen wordt geëxperimenteerd, blijft er nog een duidelijke gehechtheid aan het ornamentale gebruik van traditionele materialen. De rode draad van het modernisme bestaat uit de soberheid van de vormen, het gebruik van vensterregisters of liggende rechthoekige vensters en de afwezigheid van decoratie. De geaccentueerde horizontale voegen (of schaduwvoegen), de platte daken en de vensters die op het gevelvlak aansluiten zijn evenzeer kenmerkend voor de stijl. Naoorlogs modernisme Periode: ca. 1940 – 1960 Het naoorlogse modernisme (jaren 1940-1960) is herkenbaar aan verschillende karakteristieke elementen: een gevelindeling met een sobere esthetiek (eenvoudige lijnen, geen ornamenten), grote gevelopeningen die door het glas het natuurlijke licht en het gevoel van openheid versterken alsook de keuze en toepassing van materialen, zoals zichtbare baksteen, breuksteen en metaal. Deze architectuur verwerkt in sommige gevallen subtiele details, zoals reliëfspel in het metselwerk, omlijstingen van gevelopeningen in natuursteen en/of uitgevoerd in uitspringend metselwerk, kordons in natuursteen die de verdiepingen benadrukken en soms een decoratief bas-reliëf. Gevelopeningen worden zeer vaak als vensterregisters (vensterstroken) uitgevoerd, soms met metalen vensterleuning (met een sober en functioneel ontwerp, zonder overbodige details, gericht op het gebruiksgemak). Voor eengezinswoningen wordt vaak gekozen voor de bel?etagetypologie, aangezien in die periode de auto toegankelijker wordt. Ludiek modernisme, ook wel Expo 58-stijl genoemd Periode: ca. 1950 – 1965 Het ludiek modernisme of de expostijl (soms ook Robbedoesstijl, naar de stripreeks waarin dergelijke woningen in die periode figureerden), dankt zijn naam aan de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Het is een kortstondige tendens binnen het modernisme die zich ontwikkelt eind de jaren 1950 en verdwijnt begin de jaren 1960. De Expo 58?stijl weerspiegelt het optimisme van die periode en geeft het functionalisme een menselijke toets door een nieuwe vormentaal te introduceren, die onder meer bestaat uit V?kolommen, uitstekende kroonlijsten en luifels, boemerangvormige deurklinken, zigzagvormige borstweringen, stervormige motieven, gekleurde sandwichpanelen en decoratief latwerk. De stijl hanteert graag diagonale lijnen, onregelmatige, hoekige of gebogen vormen. De toegepaste structuren zijn licht (de draagstructuur wordt vaak zichtbaar gelaten) en de kleuren zijn dikwijls levendig en contrastrijk. De voorkeur gaat uit naar moderne materialen zoals beton, metaal en grote glaspartijen. In Brussel kent de tendens een groot succes in de wijken van de stadsrand die tegen het einde van de jaren 1950 worden ontwikkeld. Laat modernisme Periode: ca. 1970-1980 Tijdens de jaren 1970 en 1980 haalt de residentiële architectuur de mosterd bij de uiteenlopende tendensen van die periode. In het late modernisme zijn niet alleen de basisprincipes van het modernisme terug te vinden (rationaliteit, eenvoudige volumes, weinig ornamenten, functionele organisatie van de ruimte), maar ook elementen van het brutalisme (leesbaarheid van de structuur en benadrukking van ruwe materialen). Toch worden die principes verzacht door toegevingen die de wens weerspiegelen om moderniteit te verzoenen met de verwachtingen van de middenklasse, die geeft om comfort en streeft naar inpassing in het bestaande stadsweefsel. In die laat modernistische realisaties staan zichtbare (ruwe) baksteen, het samenspel van open en gesloten vlakken (blinde muren en glaspartijen), insprongen en hoogteverschillen en sobere kubusvormige volumes centraal. Bepaalde contextbepalende elementen worden ingewerkt, zoals hellende daken met dakpannen in residentiële wijken. Ook daken lenen zich tot spelen met in- en uitsprongen, hoogteverschillen, open en gesloten vlakken. In appartementsgebouwen krijgen de gevels ritme aan de hand van prefabmodules en brede balkons met metalen en glazen borstweringen (rookglas). Het Brusselse laat modernisme van de jaren 1970-1980 kan dan ook worden gezien als een fase van rationalisering en verspreiding van het modernisme, toegepast op een breed scala aan residentiële typologieën. Het getuigt van een periode waarin architectuur tegelijk praktisch, economisch en modern wilde zijn en zich tevens wilde verankeren in een lokale materialiteit en in vormen aangepast aan het dagelijkse gebruik. Dat erfgoed, dat niet spectaculair is en soms als strak wordt beschouwd, vertegenwoordigt niettemin een essentiële fase in de evolutie van het Brusselse stadslandschap en luidt de overgang in tussen het naoorlogse klassieke modernisme en de opkomst van het postmodernisme in de jaren 1980. van gevels niet strookte met stijl van toenmalige Natiënlaan (huidige F. Rooseveltlaan). Blomme deed toen beroep op zijn collega-architecten en stagemeesters Georges Hobé en Alexis Dumont, en ook op arch. Victor Horta, Fernand Petit en Adolphe Puissant om druk uit te oefenen op de stad.

Uiteindelijk werd zijn ontwerp onvoorwaardelijk aanvaard. In 1964 kocht de Université libre de Bruxelles het gebouw om er zijn rectoraat in onder te brengen en verbouwde het volledig tot kantoren.
Indrukwekkend hoekgebouw in vorm van asymmetrische V. In F. Rooseveltlaan domineren horizontale lijnen, in A. Depagelaan de verticale. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels met schaarse elementen in hardsteen op dito onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen.. Platte daken. In F. Rooseveltlaan vier bouwlagen, in A. Depagelaan zes bouwlagen en in elke straat vier of vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), verbonden door brede afschuiningSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Overal rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., gevat in gemeenschappelijke nisUitsparing in de dikte van een muur, kan rechthoekig zijn of onder een boog, achtervlak kan vlak, segmentvormig, halfrond of gebogen zijn; diepe nis voor standbeeld. of in registerVensterstrook in een topgevel., met hardstenen omlijsting.
Eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van A. Depagelaan terugspringend met halfverzonken garage. Tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) of toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. tot bureaus en appartementen; inkom met hardstenen omlijsting. TraveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) doorbreekt kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en is bekroond met bas-reliëf van beeldhouwer Ossip Zadkine, vriend van Adrien Blomme, motief: twee menselijke figuren. Laatste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) verbonden met afgeronde hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. met in derde bouwlaag ronde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld..
Afgeschuinde hoek en eerste drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in F. Rooseveltlaan vormen gigantische uitbouw van drie bouwlagen. Overgang tussen beide gevels wordt in eerste twee bouwlagen opgelost door een driehoekige insprong. AfgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoek voorafgegaan door monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met op benedenverdieping uitgespaarde hoofdingang, loggiaOverdekte, halfopen ruimte; schaduwrijke inham in de gevel van een gebouw. met drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. in tweede bouwlaag en bekronend terras met drie glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. in derde bouwlaag. Hoofdingang geflankeerd door twee bas-reliëfs van Ossip Zadkine, met attributen van architect: links T-lat, driehoek, gradenboog, passer en tekenpapier; rechts maquette, rol papier en arm met passer.

In laatste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in F. Rooseveltlaan, oorspronkelijke garage verbouwd tot kantoren ten behoeve van ULB. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen; oorspronkelijk tuinhek; oorspronkelijke metalen deuren; garagepoort in A. Depagelaan vervangen.
Interieur. Ondanks verbouwing tot kantoren is oorspronkelijke indeling en bestemming van verschillende ruimten thans nog leesbaar.
Algemene indeling. Via toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. in A. Depagelaan waren op eerste drie verdiepingen drie kleine appartementen bereikbaar. Vervolgens twee grote appartementen over hele vleugelbreedte op twee hoogste verdiepingen. Achter vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. in vierde bouwlaag groot atelier bestaande uit groot landschapsbureau in afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en deze van F. Rooseveltlaan. Daarbij aansluitend aan kant van A. Depagelaan, kantoor van secretaresse en wachtzaal voor klanten.
Rest van gebouw, nl. op benedenverdieping en eerste twee verdiepingen van afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en deze in F. Rooseveltlaan, en grootste deel van eerste en tweede verdieping in Depagelaan waren voorbehouden voor familie Blomme. Met uitzondering van landschapsbureau doen talrijke, vaak smalle kamers denken aan pakketbootesthetica.
Circulatie. Afzonderlijke appartementen en architectenbureau op verdieping in A. Depagelaan, bereikbaar via klassieke trap of lift. TrappaalHoofdbaluster aan de eerste trede van een trap. met gedreven metalen bas-reliëf, motief: twee hagedissen. Centrale cirkelvormige ontvangsthal bereikbaar via hoofdingang in afschuiningSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel., geflankeerd door twee trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.. Links met achthoekige eretrap naar hal op eerste verdieping en rechts, via zijgang in sas, diensttrap naar drie verdiepingen van woning van familie Blomme.
Vertrekken met oorspronkelijk decor. Cirkelvormige ontvangsthal geplaveid met verschillende soorten roze (Prémeau, Imperor's red) en zwart marmer.

Oorspronkelijk met centrale fontein. Centrale deur naar tuin. In wand geïntegreerde lampen achter mooi smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… traliewerk. Indirect licht in keellijst van plafond waarin zeshoekige ster is verwerkt. Achthoekige eretrap met dezelfde materialen als hal; getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. muurvlakken vormen leuning. Opmerkelijke achthoekige kegelvormige plafondlamp.
Op bel-etage, grote leefruimte verlicht door drie rondboogvensters van afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
![Franklin Rooseveltlaan 52 - Antoine Depagelaan 1, living ([i]La Technique des Travaux[/i], 8, 1931, p. 479).](/medias/500/buildings/10516062_0052_W01.jpg)
Thans verbouwd tot kantoor van rector; oorspronkelijk aankleding deels verloren. Oorspronkelijke schouw met spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en geïntegreerde wandlampen, maar verborgen achter wand. Oorspronkelijk via enkele treden verbonden met eetkamer aan kant van F. Rooseveltlaan en klein halfcirkelvormig muzieksalon aan kant van A. Depagelaan. Muzieksalon gaf uit op kantoor van Blomme, thans nog met oorspronkelijke in palissander lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … geïntegreerde bibliotheek.
Huidige staat. Toen rectoraat en deel van administratie van Université libre de Bruxelles gebouw betrokken, werd interieur op meerdere plaatsen sterk verbouwd. Ingrijpende wijzigingen van grondplannen hebben perceptie van bepaalde vertrekken of zelfs hele verdiepingen verstoord. Verdieping met voormalig architectuurbureau, volledig in kleine kamers verdeeld. Bovendien groot deel van aankleding verdwenen, met uitzondering van hoger vermelde elementen. Oorspronkelijk meubilair en tapijten volledig verwijderd. In achtergevel oorspronkelijk metalen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Bescherming 27.09.2007
Bronnen
Archieven
SAB/OW 35454 (1928), 39748 (1928).
Publicaties en studies
BLOMME, F., À la rencontre d'Adrien Blomme (1878-1940), CIVA, Brussel, 2004, pp. 97-107, 153.
DE HENS, G., MARTINY, V.-G., Une école d'architecture, des tendances 1766-1991, Académie royale des Beaux-Arts de Bruxelles, Brussel, 1992, p. 81.
Itinéraire de l'Université libre de Bruxelles, coll. Hommes et paysages, 34, Société Royale Belge de Géographie, Université libre de Bruxelles éd., Brussel, 2004, p. 42.
Tijdschriften
“L'œuvre de l'arch. Adrien Blomme”, Le Document, 8, 1933, s.p.
IMBERT, C. “la maison d'un arch., 52, avenue des Nations, Bruxelles”, La Technique des Travaux, 8, 1931, pp. 471-482.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid



















































