Typologie(ën)

herenhuis

Ontwerper(s)

Octave VAN RYSSELBERGHEarchitect1898

Henry VAN DE VELDEarchitect1898

Juridisch statuut

Beschermd sinds 04 december 1997

Stijlen

Art nouveau

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2005-2006

id

Urban : 15908
lees meer

Beschrijving

Op hoek met De Craeyerstraat. Herenhuis in art nouveauPeriode: 1890 – 1914 De art nouveau is een kunststroming die zich in Europa voornamelijk tussen 1890 en 1910 ontwikkelt en een duidelijke breuk met de historische stijlen en de academische kunst van de 19e eeuw nastreeft. In België ontstaat de art nouveau in Brussel in 1893 met de bouw van het Huis Tassel door Victor Horta (1861-1947) en de privéwoning van Paul Hankar (1859-1901). Door af te stappen van de traditionele typologie met drie opeenvolgende vertrekken, holt Horta het centrum van de woning uit om er daglicht naar binnen te brengen. Vanuit die lichtkern ontvouwt zich vervolgens de binnenruimte. Hij ontwikkelt een esthetiek die vrijelijk is geïnspireerd op de plantenwereld, terwijl Hankar daar een geometrische vormentaal tegenover plaatst, waarbij hij sterker inzet op de kleureffecten die voortkomen uit het gebruik en de afwerking van verschillende materialen. Uit die twee benaderingen komen twee stromingen voort: de ene is geïnspireerd door de flora, met vloeiende en organische lijnen, de andere vertrekt van geometrische elementen en heeft een strakker en repetitiever vormenvocabularium. De art nouveau wordt toegepast op heel uiteenlopende bouwwerken: burgerwoningen en herenhuizen, schoolgebouwen, sociale woningen en handelszaken. Aanvankelijk wordt de art nouveau ontworpen voor een progressieve en welgestelde burgerij, maar de stijl wordt al snel gedemocratiseerd en groeit uit tot de modieuze vormentaal van een nieuwe generatie architecten. Zij leggen minder nadruk op de complexiteit van de binnenruimtes en meer op de uitwerking van de gevels. De versoepeling van de binnenstructuur van de woning leidt tot een vrijere gevelcompositie, met vensters in uiteenlopende vormen, verfraaid met bow-windows of erkers, loggia’s en balkons. Gevels veranderen bovendien door het gebruik van nieuwe materialen, zoals geglazuurde gekleurde baksteen, mozaïeken, decoratieve keramiek, zuiltjes en metalen lintelen. Daardoor beperkt de art nouveau zich vaak tot een toepassing binnen het eclecticisme, waarbij vooral de zorgvuldig uitgewerkte decoratieve details de geest van de stroming uitdrukken, zoals sgraffito, glas-in-loodramen, smeedijzerwerk en het artistiek ontwerp van het schrijnwerk of van allerlei boogvormige vensters., n.o.v. arch. Octave Van Rysselberghe en Henry Van de Velde, i.o.v. weduwe Florence De Brouckère, vlg. bouwvergunning van 1898. Deels vrijstaand.

Geschiedenis. Florence De Brouckère was de schoonmoeder en tante van Louis De Brouckère, militant van de BWP (Belgische Werkliedenpartij) en professor aan de Université libre de Bruxelles. Dit huis werd gebouwd voor haar en haar zoon, Léon, voor wie ze een bijzondere opvoeding wenste, de zogenaamde “école des petites études”, bestaande uit bijzondere leraren zoals de anarchist en geograaf Elisée Reclus (die haar met Henry Van de Velde in contact had gebracht), de realistische schilder Alfred Bastien en de dichteres Marie Closset. Een deel van de benedenverdieping was voorzien als klaslokaal voor Léon en enkele vriendjes.
Het aandeel van elke arch. afzonderlijk is niet duidelijk. Plannen voor bouwaanvraag gesigneerd door O. Van Rysselberghe. Dit was de tweede samenwerking tussen beide arch. na huis Otlet (zie Florencestraat nr. 13), maar draagt meer het stempel van Van de Velde, onder meer regelmatige tekening van gevel en eenvoudig interieur dat herinnert aan dat van Bloemenwerf. Meubilair (verdwenen) en details van interieur zouden ontworpen zijn door Henri Van de Velde, vlak voor hij naar Duitsland vertrok. Van Rysselberghe zou zich hebben beziggehouden met technische aspecten als steenssnede van gevelstenenStenen plaat of blok, aangebracht in of op een gevel, met opschrift., bouwaanvraag bij de stad en opvolging van de werf.
In 1899 diende mevrouw De Brouckère bouwaanvraag in voor achterhuis (thans gesloopt). Hek naar tuin in 1927 hertekend in oorspronkelijke stijl door arch. Léon Smets. In 1981 interne indeling gewijzigd na plaatsing van sanitair. Bestemming gewijzigd: thans centrum voor bijeenkomsten. Thans gebruikt door de Deutschprachigen Gemeinschaft Belgiens; interieur slechts deels bewaard.
Door KB van 04.12.1997 bescherming van gevel, dak en onderdelen van interieur: inkomhal, trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en erop uitgevend glas-in-loodvenster, diensttrap, indeling van ruimten.

Straatgevels. Sterke horizontaliteit, benadrukt door kordonUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels. boven sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel., door kordonUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels. tussen bouwlagen en door brede doorlopende  kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Op hardstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.; straatgevels volledig in witsteen; ontvouwen zich als een huid: uiterst precieze steensnedeVormbepaling van of vormgeving aan de stukken steen van een constructie in natuursteen; in het bijzonder met betrekking tot de constructie van gewelven en bogen. en vloeiende overgang tussen verschillende elementen.

Rue Jacques Jordaens 34, balkon met japoniserende uitsnijding van de <a href='/nl/glossary/39' class='info'>borstwering<span>1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.</span></a> (foto 2007).

In tegenstelling tot huis Otlet, vier jaar eerder door zelfde arch. ontworpen, gevels bijzonder regelmatig. Twee bouwlagen, brede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in De Crayerstraat, hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en vier ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Jakob Jordaensstraat. GetoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder inspringende omlijsting met soepele lijnen. Toegangsdeur onder dubbele inspringende omlijsting. In buitenste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Op verdieping venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder hanenkamVlakke samengestelde latei, waarvan de stenen als boogstenen functioneren; in ruime zin slaat de term ook op een boog met een getrapte (pseudo-) boogrug., die van buitenste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. In De Craeyerstraat balkon met opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met japoniserende motieven, op drie consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op verwijdende friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…)., geritmeerd met fijne stenen consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. In Jordaensstraast naast huis binnenplaats met omheiningmuur en hekwerk met stengelmotieven tussen postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering..

Jakob Jordaensstraat 34, aangrenzende koer (foto 2005).

Zijgevel in baksteen met witstenen banden en hoekblokkenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel.; twee ongelijke voorgebouwen met venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder I-balkIJzeren latei met I-profiel. of met stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust.. Leistenen schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.; schouwen in baksteen en witsteen; daklantaarn van de lichtkoepel. Metalen deur en schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  oorspronkelijk. Op benedenverdieping venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. vervangen naar oorspronkelijk model.

Interieur. Rond losstaande trap in grote polygonaleRegelmatige veelhoek. hal, die grootste ruimte en hart vormt van geheel; van boven invallend licht door grote rechthoekige lichtkoepel met glas-in-lood met geometrische en florale motieven.

Jakob Jordaensstraat 34, lichtkoepel die hal verlicht (foto 2006).

Eiken parket. Trap in fruitbomenhout, met gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. trappaalHoofdbaluster aan de eerste trede van een trap.. Relatief kleine woonruimten met onregelmatig grondplan uitgevend op hal; schoorsteenmantelHouten of natuurstenen bekleding rond de opening of mond van een schouw. soms in hoek. Een van vertrekken met eigen ingang aan tuinkant werd als klaslokaal gebruikt. In eetkamer schoorsteenmantelHouten of natuurstenen bekleding rond de opening of mond van een schouw. in Lodewijk XV, gerecupereerd uit ander gebouw. Grondplan van verdiepingen min of meer hetzelfde als benedenverdieping. Op eerste verdieping gaanderij in verlengde van trap leidt naar kamers. Op tweede verdieping polygonaleRegelmatige veelhoek. kamer loodrecht boven centrale hal; twee rechthoekige koepelsBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis. boven elkaar: eerste ter hoogte van de vloer, verlicht lager gelegen verdieping en is voorzien van bloemmotieven; tweede in plafond met glas-in-lood met geometrisch motief.
Deuren met oorspronkelijk beslagVerzameling van metalen elementen op een deur of raam., verschilt per verdieping; dat op verdiepingen met middeleeuwse inslag. Oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  met spanjoletten met art nouveauPeriode: 1890 – 1914 De art nouveau is een kunststroming die zich in Europa voornamelijk tussen 1890 en 1910 ontwikkelt en een duidelijke breuk met de historische stijlen en de academische kunst van de 19e eeuw nastreeft. In België ontstaat de art nouveau in Brussel in 1893 met de bouw van het Huis Tassel door Victor Horta (1861-1947) en de privéwoning van Paul Hankar (1859-1901). Door af te stappen van de traditionele typologie met drie opeenvolgende vertrekken, holt Horta het centrum van de woning uit om er daglicht naar binnen te brengen. Vanuit die lichtkern ontvouwt zich vervolgens de binnenruimte. Hij ontwikkelt een esthetiek die vrijelijk is geïnspireerd op de plantenwereld, terwijl Hankar daar een geometrische vormentaal tegenover plaatst, waarbij hij sterker inzet op de kleureffecten die voortkomen uit het gebruik en de afwerking van verschillende materialen. Uit die twee benaderingen komen twee stromingen voort: de ene is geïnspireerd door de flora, met vloeiende en organische lijnen, de andere vertrekt van geometrische elementen en heeft een strakker en repetitiever vormenvocabularium. De art nouveau wordt toegepast op heel uiteenlopende bouwwerken: burgerwoningen en herenhuizen, schoolgebouwen, sociale woningen en handelszaken. Aanvankelijk wordt de art nouveau ontworpen voor een progressieve en welgestelde burgerij, maar de stijl wordt al snel gedemocratiseerd en groeit uit tot de modieuze vormentaal van een nieuwe generatie architecten. Zij leggen minder nadruk op de complexiteit van de binnenruimtes en meer op de uitwerking van de gevels. De versoepeling van de binnenstructuur van de woning leidt tot een vrijere gevelcompositie, met vensters in uiteenlopende vormen, verfraaid met bow-windows of erkers, loggia’s en balkons. Gevels veranderen bovendien door het gebruik van nieuwe materialen, zoals geglazuurde gekleurde baksteen, mozaïeken, decoratieve keramiek, zuiltjes en metalen lintelen. Daardoor beperkt de art nouveau zich vaak tot een toepassing binnen het eclecticisme, waarbij vooral de zorgvuldig uitgewerkte decoratieve details de geest van de stroming uitdrukken, zoals sgraffito, glas-in-loodramen, smeedijzerwerk en het artistiek ontwerp van het schrijnwerk of van allerlei boogvormige vensters. profiel. Met uitzondering van fraai parket, erg eenvoudig decor: sobere sierlijsten, deuren en schouwen.
Geheel gerenoveerd in 2003.

Beschermd (gevels, dak en sommige delen van interieur) 04.12.1997.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 3627 (1898), 5223 (1899), 34967 (1927), 88559 (1981).
Archieven van de Directie Monumenten en Landschappen.

Publicaties en studies
PLOEGAERTS, L., PUTTEMANS, P., L'œuvre architecturale de Henry Van de Velde, Atelier Vockaer, Brussel, Presses Universitaires Laval, Québec, 1987, pp. 49-52, 273.
VAN DE VELDE, H., Récit de ma vie, t.1, 1863-1900, Versa-Flammarion, Brussel, 1972, pp. 374-375.

Tijdschriften
HENVAUX, E., STEVENS, H., “Octave Van Rysselberghe (1855-1929)”, A+, 16, 1975, pp. 17-55.