Typologie(ën)

appartementsgebouw

Ontwerper(s)

L. DUHAYONarchitect1924

M. JULIENarchitect1924

Stijlen

Beaux-Artsstijl

Onderzoek en redactie

2006-2008

id [nl]

Urban : 18433
lees meer

Beschrijving

Appartementsgebouw in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., i.o.v. de Société belge immobilière en gesigneerd door architect van ‘Gouvernement français' en plannen getekend door architect M. Julien en L. Duhayon, 1924.

Voor de maatschappij was het gebouw ‘het beste resultaat van de grote wedstrijd van de stad Parijs voor burgerappartementen met gematigde huurprijzen'. De veertien appartementen werden op plan verkocht. Het geheel was ‘een van de eerste toepassingen van de wet op de indeling van gebouwen per appartement', goedgekeurd op 8 juli 1924. Gezien de omvang van het project, gaf de Stad de maatschappij de uitzonderlijke toestemming om af te wijken van de reglementaire 21 meter hoogte en 18 meter breedte, zodat het mogelijk werd een zesde verdieping te bouwen. Deze laatste heeft bovendien een te grote uitsprong, die echter ook werd goedgekeurd.

Gebouw ter vervanging van nr. 7 tot 10, die werden beschouwd als vier ‘echte krotten die in puin vallen'. Het betrof gebouwen van voor 1866 (HEYMANS, V., 1994, t. II, fiches 160-163), dat wil zeggen voor de stedenbouwkundige inrichting van de wijk, die aan wat toen nog de Etterbeeksesteenweg heette, stonden.

Maria-Louizasquare 8, opstand, SAB/OW 37746 (1924).

Appartementsgebouw van zes verdiepingen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Skelet in gewapend beton. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. met in middelste bouwlagen elementen in baksteen. Benedenverdieping en tweede bouwlaag met bossageIn oorsprong een gevelbehandeling waarbij ruwgehakte, rechthoekige blokken natuursteen uit de loodlijn steken en de gevel op die manier een fors, rustiek (rustica) karakter verleent; later op gevel vormelijk geïmiteerd door middel van uitspringend al dan niet bepleisterde bakstenen blokken of banden (doorlopende schijnvoegen).. Op verdiepingen symmetrische gevel van zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarvan tweede en vijfde breder in gebogen risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. vanaf tweede verdieping tot aan kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Toegangsdeur in derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met plantenmotieven. Rechthoekige muuropeningen, uitgezonderd die van eerste verdieping; deze hebben rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. of korfboogBoog samengesteld uit een aantal ineenvloeiende cirkelbogen die samen nagenoeg een liggende ellips vormen., met kunstig bewerkte sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf. onder borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. voor glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. op tweede verdieping. Op benedenverdieping balustradesHekwerk van spijlen of balusters.; op verdiepingen smeedijzeren borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. of vensterleuningenLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.. Op vijfde verdieping venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. geflankeerd door taps naar beneden toelopende pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met voluutvormig kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen. en guirlande; centrale ovale cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.. Op zesde verdieping doorlopend  balkon met balustradeHekwerk van spijlen of balusters., dat terras vormt boven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.; venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. onder frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. of met vleugelstukken en gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. waarin cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.. Rechthoekige dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.; dubbele rij boven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Beglaasde smeedijzeren deur. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  grotendeels bewaard. Bewaard tuinhek.

Maria-Louizasquare 8, grondplan van een van de verdiepingen, SAB/OW 37746 (1924).

Interieur

Per verdieping twee appartementen: salon, eetkamer en kamer vooraan; keuken, badkamer en één of twee slaapkamers achteraan. Appartement op benedenverdieping links heeft geen salon, gezien de ruimte daarvan wordt ingenomen door de toegangsvestibule van het gebouw. Op zolderRuimte onder het dak. dienstbodekamers. TrappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en lift in centrum van gebouw.

Garages achter gebouw van 1928; bereikbaar via toegangsportiek links van het gebouw, op een deel van het perceel van het voormalige nr. 7. In 1956 werd dit portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. vervangen door een inrijpoort, geïntegreerd in nieuwe appartementsgebouw op nr. 6-7.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 37746 (1924), 33774 (1928); 6-7: 71614 (1956).

Publicaties en studies
HEYMANS, V., Architecture et Habitants. Les intérieurs privés de la bourgeoisie à la fin du XIXe siècle (Bruxelles, quartier Léopold – extension nord-est) (verhandeling voor het behalen van een doctorsgraad in de kunstgeschiedenis), Université Libre de Bruxelles, Bruxelles,1994, t. II, fiches 160-163.