Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
school
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1979
Stijlen
Brutalisme
Inventaris(sen)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Koekelberg (DPC-DCE - 2020-2023)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2020-2022
id
Urban : 40242
Beschrijving
Schoolgebouw in brutalistischePeriode: ca. 1950 – 1980.
Het brutalisme is een stroming die voortkomt uit het modernisme en ontstaat na
de Tweede Wereldoorlog. In België ontwikkelt de stroming zich vanaf ca. 1960. Het
brutalisme laat zich inspireren door de late werken van Le Corbusier, gekenmerkt
door expressieve en rauwe vormen. De stijl benadrukt de eerlijkheid van de
architectuur door bouwmaterialen zichtbaar en onafgewerkt te tonen. Kenmerkend
zijn zichtbaar metselwerk en ruw beton, waarin vaak de afdruk van de bekisting behouden
blijft. De gebouwen hebben doorgaans een massieve en monumentale uitstraling,
met repetitieve geometrische vormen en een sober, soms streng karakter. De
architectuur is functioneel opgevat en gericht op eenvoud en structurele
leesbaarheid.
In Brussel wordt de stijl vooral toegepast op kantoor- en appartementsgebouwen,
vaak opgevat als grootschalige gehelen, maar ook in kerken - onder meer in de
context van het Tweede Vaticaans Concilie - en openbare gebouwen. Het
brutalisme kadert in de naoorlogse stedelijke expansie van de tweede kroon van
het Gewest, die gepaard ging met een sterke vraag naar moderne en functionele
infrastructuur. Hoewel het brutalisme minder vaak voorkomt in individuele
woningen en kleinschalige gebouwen, heeft de stijl een belangrijk bijdrage geleverd
aan het Brusselse architectuurlandschap van de tweede helft van de 20e eeuw. stijl gebouwd in
1979 als uitbreiding van het atheneum (zie nr. 34).
OpstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. van vier of vijf bouwlagen, de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. volgt de helling van de straat en wordt hierbij de gelijkvloerse verdieping. De gevel bestaat voornamelijk uit geprefabriceerde modules in architectonisch beton. Vooruitspringend, rechthoekig volume van drie bouwlagen aan de rechterzijde van de gevel. Onderbouw/gelijkvloerse verdieping en zijdelingse traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) (waarachter traphal) in bruingekleurde bakstenen. Schuiframen - die kantelen op een horizontale as - bewaard.
OpstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. van vier of vijf bouwlagen, de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. volgt de helling van de straat en wordt hierbij de gelijkvloerse verdieping. De gevel bestaat voornamelijk uit geprefabriceerde modules in architectonisch beton. Vooruitspringend, rechthoekig volume van drie bouwlagen aan de rechterzijde van de gevel. Onderbouw/gelijkvloerse verdieping en zijdelingse traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) (waarachter traphal) in bruingekleurde bakstenen. Schuiframen - die kantelen op een horizontale as - bewaard.
Bronnen
Publicaties en studies
SUTTER, D., Koekelberg. Au fil du temps… Au cœur des rues…, Drukker, Paris, 2012, pp. 122-123.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid













