


Typologie(ën)
Ontwerper(s)
Henri-Aimé JACOBS – architect – 1933-1936
Henri-Aimé JACOBS – architect – 1939-1950
Henri JACOBS – architect – 1933-1936
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Koekelberg (DPC-DCE - 2020-2023)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Begin jaren 1930 was in twee huizen aan de Vrijheidslaan een middelbare school voor jongens met atheneumafdeling ondergebracht. De lokalen werden gauw te klein. De gemeente kocht toen van de coöperatieve en eigenaar, Le Comptoir national des matériaux, een stuk grond in de Omer Lepreuxstraat om daar een nieuwe school te bouwen. Architecten Henri en Henri-Aimé Jacobs, vader en zoon, werkten in 1933-1934 de plannen uit voor een schoolgebouw. In 1936 volgde er al gauw een tweede fase van werkzaamheden. Henri Jacobs was in 1935 overleden maar diens zoon, Henri-Aimé Jacobs werd aangezocht voor de uitbreiding van het atheneum, deze keer langs de Sint-Agatha-Berchemselaan. Met de ruwbouw werd in 1939 gestart, maar de tweede wereldoorlog maakte daar een einde aan. Pas in 1948 werden de werkzaamheden hervat, in 1950 waren ze achter de rug.
In de Omer Lepreuxstraat. Drie bouwlagen, bekleed met baksteen en voorzien van hardstenen elementen. Gevel in drie delen, waarvan de bouwlagen verspringen. Eerste deel: op de benedenverdieping twee venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. aan weerszijden van een gevelopening met bijzonder opvallende tussen- en onderdorpel; brede venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de verdiepingen, op de eerste verdieping voorzien van muurdammen bekleed met zwarte en oranje keramiektegels. Tweede deel, de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.: portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. onder luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. bestaande uit grote verticale glaspartijen in drie delen op trapezoïdaal grondvlak ter verlichting van het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. op de verdiepingen, met aan weerszijden een gecanneleerd deelzuil. Derde deel: zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met grote gevelopeningen. Metalen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.

In de Sint-Agatha-Berchemselaan. U-vormig gebouw bestaande uit drie vleugels. Een eerste vleugel betreft de inkompartij en vormt de hoek van de Vredelaan met de Sint-Agatha-Berchemselaan; een tweede ver inspringende vleugel ligt evenwijdig met de laan; een derde vleugel ligt loodrecht, op de rooilaan van de laan. De ruimte binnen deze drie vleugels vormt de speelplaats en wordt afgesloten met een breukstenenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. omheiningsmuur op een harstenen sokkel, geritmeerd door dito pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met art-decobekroning.
Gevel met oranjekleurige baksteen en overvloedig voorzien van hardstenen elementen. Platte daken en meanderfriezen onder de kroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Metalen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Gevel van het toegangsgebouw wijkt in een boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. naar binnen, over vier bouwlagen. Monumentale portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met zuilen die een balkon met een smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. dragen; grote venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. over twee bouwlagen onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles., gevat in een brede, hardstenen lijst met daarop het opschrift "ATHENEUM"; op de derde verdieping een vijflicht met daarboven het wapenschild van België. Aan weerszijden van de ingang: traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met kleine venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. waar verticaal een natuurstenen zuil doorheen loopt. De gevel aan de kant van de Vredelaan telt vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met grote gevelopeningen; vier bouwlagen, de laatste boven een entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles..
Gevels naar de speelplaats toe vormen een L en tellen vier bouwlagen, de laatste boven een entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. De verbinding tussen beide gevels is een nagenoeg helemaal beglaasde buitenwerkse hoek die de trap verlicht. De evenwijdige vleugel heeft vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met grote gevelopeningen, die van het toegangsgebouw heeft twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). De serie venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. boven het entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. van het evenwijdige gebouw loopt door boven een blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Opengewerkte schoorsteen.
Loodrechte vleugel links is slechts één bouwlaag hoog. Straatgevel met een raam en versierd met een sgraffitopaneel dat dienst doet als zonnewijzer.
Interieur. In het oudste gedeelte, naar de Omer Lepreuxstraat: lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … in keramiektegels, granito, hout- en smeedijzerwerk; in het recentste gedeelte, naar de Sint-Agatha-Berchemselaan: zichtbaar beton, gechromeerd metaal, geglazuurde geveltegels en kleurloos gevernist hout. Grote betonnen trap, verlicht door een glaspartij in de hoek. Kantoor van de prefect met geverniste houten lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … met ingebouwde kasten. Eén glas-in-loodraam illustreert de wetenschapsdisciplines, een ander geeft het wapen van de provincie Brabant weer.
Bronnen
Publicaties en studies
MEULEMANS, S., De school als totaalkunstwerk: Het œuvre van Henri Jacobs (1864-1935) in het Brusselse (licentiaatsthesis in de kunstgeschiedenis), Katholieke Universiteit Leuven, 1995.
PIRLOT, A.-M., Koekelberg à la carte, MBHG, Brussel, 2013.
ROCHETTE, D., L’Athénée royal de Koekelberg 1932-1982, Koekelberg, 1982.
STEPMAN, C., VERNIERS, L., Koekelberg dans le cadre de la région nord-ouest de Bruxelles, De Boeck, Brussel, 1966.
SUTTER, D., Koekelberg. Au fil du temps… Au cœur des rues…, Drukker, Parijs, 2012.
Tijdschriften
JURION-DE WAHA, F., "Henri Jacobs: scholenbouwer", Erfgoed Brussel, 1, november 2011, pp. 26-35.
JURION-DE WAHA, F., "Le petit monde de l’architecte Henri Jacobs, 1864-1935: au cœur de l’Art nouveau à Bruxelles", Annales de la Société royale d’Archéologie de Bruxelles, 71, 2012-2013, pp. 219-223.
«L'athénée de Koekelberg», Perspectives, 4, 1938, p. 37.