Typologie(ën)
opbrengsthuis
Ontwerper(s)
Albert DELCORDE – architect – 1922
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Eclectisme
Beaux-Artsstijl
Inventaris(sen)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016-2017
id
Urban : 35771
Beschrijving
Op de hoek van de twee
straten, vier opbrengstgebouwen in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk. of eclectische stijl,
wellicht ontworpen als geheel, nr. 18 in 1922, naar plannen van architect
Albert Delcorde.
Gebouwen van drie of vier bouwlagen. Boogvormige Franse balkons met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..
Op nr. 18 Chrysantenstraat en 64-64a Kunstenaarsstraat, gevels in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en versierd met witsteen. Sommige muuropeningen met bandlijst.
Op nr. 18, symmetrische opstand van vier traveeën, die aan de zijkant breder. Centrale deur gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. aan de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de smalle traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Hoofdgestel waarvan het middendeel een boogvormig frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. vormt. Kroonlijsten bewaard. Oorspronkelijke deur met smeedijzeren traliewerk.
Per bouwlaag, twee appartementen volgens spiegelbeeldschema.
Op nr. 64-64a, hoekgebouw van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Chrysantenstraat en vier aan de Kunstenaarsstraat, verbonden door een brede hoektravee. Inspringende buitenste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Tegen de hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw., traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) opengewerkt met vensters in de vorm van langwerpige oculussen. Aan de Chrysantenstraat, eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., de twee volgende blindZonder opening; blind venster, schijnopening.. Holrond afgeschuind vlak op de benedenverdieping, behandeld als toegangsportiek onder een bow-windowErker (afk. Engels, van bow: buiging, en window: venster) die door haar gebogen vorm integrerend deel uitmaakt van de gevel en de achterliggende ruimte. op vier zuilen.
Twee toegangsdeuren flankeren een brede garagepoort. Aan de zijkanten, zuilen die met smeedijzeren traliewerk worden verbonden. Bow-window geritmeerd door gecanneleerde pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en een rij van negen rondboogvensters, bekroond door een terras met een smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. voor vier brede glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat.. Hoofdgestel met dekplaat; lijstwerk verwijderd op het afgeschuinde vlak, met in het midden een heel laag frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Plat dak met attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt.. Raamwerk deels bewaard, met roedeverdeling. Oorspronkelijke ingangen, de toegangsdeuren beglaasd en met smeedijzeren traliewerk, de garagepoort met gebogen metalen roedeverdeling.
Op Chrysantenstraat.20 en Kunstenaarsstraat 66, gevels in baksteen in gele, oranje en rode tinten, versierd met rode bakstenen en met hardsteen. Bakstenen zaagtandfriezen. Hoofdgestellen met centraal frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening., boogvormig op nr.66. KroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). bekleed met pvc. Schrijnwerk vervangen, behalve de deur op nr.20, met smeedijzeren traliewerk.
Op nr. 20, gevel van vier afwisselend brede en smalle traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Toegangsdeur op de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
Op nr. 66, symmetrische opstand van drie gelijke traveeën, elk in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Centrale deur.
Gebouwen van drie of vier bouwlagen. Boogvormige Franse balkons met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..
Op nr. 18 Chrysantenstraat en 64-64a Kunstenaarsstraat, gevels in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en versierd met witsteen. Sommige muuropeningen met bandlijst.
Op nr. 18, symmetrische opstand van vier traveeën, die aan de zijkant breder. Centrale deur gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. aan de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de smalle traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Hoofdgestel waarvan het middendeel een boogvormig frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. vormt. Kroonlijsten bewaard. Oorspronkelijke deur met smeedijzeren traliewerk.
Per bouwlaag, twee appartementen volgens spiegelbeeldschema.
Op nr. 64-64a, hoekgebouw van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Chrysantenstraat en vier aan de Kunstenaarsstraat, verbonden door een brede hoektravee. Inspringende buitenste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Tegen de hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw., traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) opengewerkt met vensters in de vorm van langwerpige oculussen. Aan de Chrysantenstraat, eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., de twee volgende blindZonder opening; blind venster, schijnopening.. Holrond afgeschuind vlak op de benedenverdieping, behandeld als toegangsportiek onder een bow-windowErker (afk. Engels, van bow: buiging, en window: venster) die door haar gebogen vorm integrerend deel uitmaakt van de gevel en de achterliggende ruimte. op vier zuilen.
Twee toegangsdeuren flankeren een brede garagepoort. Aan de zijkanten, zuilen die met smeedijzeren traliewerk worden verbonden. Bow-window geritmeerd door gecanneleerde pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en een rij van negen rondboogvensters, bekroond door een terras met een smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. voor vier brede glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat.. Hoofdgestel met dekplaat; lijstwerk verwijderd op het afgeschuinde vlak, met in het midden een heel laag frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Plat dak met attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt.. Raamwerk deels bewaard, met roedeverdeling. Oorspronkelijke ingangen, de toegangsdeuren beglaasd en met smeedijzeren traliewerk, de garagepoort met gebogen metalen roedeverdeling.
Op Chrysantenstraat.20 en Kunstenaarsstraat 66, gevels in baksteen in gele, oranje en rode tinten, versierd met rode bakstenen en met hardsteen. Bakstenen zaagtandfriezen. Hoofdgestellen met centraal frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening., boogvormig op nr.66. KroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). bekleed met pvc. Schrijnwerk vervangen, behalve de deur op nr.20, met smeedijzeren traliewerk.
Op nr. 20, gevel van vier afwisselend brede en smalle traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Toegangsdeur op de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
Op nr. 66, symmetrische opstand van drie gelijke traveeën, elk in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Centrale deur.
Bronnen
Archieven
SAB/OW Chrysantenstraat 18: 48629 (1922); Kunstenaarsstraat 64-64a: 72659 (1961).