Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
portiek/poort
woning of opbrengsthuis (onbepaald)
woning of opbrengsthuis (onbepaald)
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1690-1710
Édouard PELSENEER – architect – 1927
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Barok
Neobarok
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Bouwen door de eeuwen heen in Brussel. Stad Brussel (1989-1993)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 33697
Beschrijving
Samenstel
van twee panden. Links, neobarokDe
Neobarokstijl in Brussel ontwikkelde zich in de periode tussen circa 1880 en
1914, binnen het bredere kader van het eclecticisme dat de Belgische
architectuur in de tweede helft van de 19e eeuw domineerde. Deze stijl herneemt
de vormen, composities en expressieve effecten van de 17e eeuwse barok, maar
vertaalt ze naar een laat-19e-eeuwse stedelijke en burgerlijke context. In
tegenstelling tot het meer rationele neoclassicisme of de streng (archeologische)
neostijlen, onderscheidt de neobarok zich door dynamiek, plastische rijkdom en
ornamentale overvloed.
In Brussel sluit de opkomst van de neobarok nauw aan bij het beleid van
verfraaiing en representatie dat onder koning Leopold II werd gevoerd die de
bouw stimuleerde van monumentale boulevards, theaters, musea en prestigieuze
burgerhuizen waarin deze exuberante vormentaal een passend middel tot
stedelijke en nationale zelfverheffing bood.
De Brusselse neobarok kenmerkt zich door een uitgesproken theatraliteit in de
gevelcompositie, waarin beweging, asymmetrie en plastische articulatie centraal
staan. Gebogen en gebroken frontons, rijk geprofileerde kroonlijsten, zware –
vaak gekoppelde – kolommen of pilasters met Korinthische of composiete
kapitelen, cartouches, guirlandes, festoenen, putti en mascarons bepalen het
beeld. Daarnaast wordt natuursteen decoratief gecombineerd met pleisterwerk, en
zorgt een sterk sculpturale belijning ervoor dat de gevel als het ware in
reliëf naar voren treedt. De stijl fungeert zo als een expressief medium van
stedelijke representatie, waarbij ornament en structuur samensmelten tot een
scenografisch geheel. In Brussel komt de neobarok voor in uiteenlopende
contexten: in openbare gebouwen zoals theaters, banken en ministeries, in
luxueuze burgerhuizen en stadspaleizen, in commerciële panden waar gevel en
interieur een doorlopend barok idioom delen, en eveneens in kerkelijke
architectuur. halsgevelGevel waarvan de geveltop rechthoekig is en geflankeerd wordt door (gebeeldhouwde) vleugel- of klauwstukken. van natuur- en hardsteen, n.o.v.
architect Edouard Pelseneer, 1927; opgetrokken als nieuwe toegangspartij tot het
belendende hoekpand. RondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. met cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. tussen geblokte pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op benedenverdieping;
rechthoekige bovenvensters; tweeledige top met volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer. en frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening..
Rechts, diephuis op hoek met Beenhouwersstraat, met drie bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderde, barokgevel met in- en uitgezwenkte top, te dateren eind 17e – begin 18e eeuw. Boven verdieping met door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. penantenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. gemarkeerde hoekrisalieten; aangepaste rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met lekdrempel. Geveltop van twee geledingen, gemarkeerd door waterlijstenVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. en platbandbelijning; rechthoekige vierlicht met hogere centrale venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in eerste geleding, spiegelboogvenster in tweede; bekronend frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Op benedenverdieping winkelpui met verplaatste ingang (1927).
Zijgevel van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), aangegeven door lelie-ankers met gekrulde spie; oorspronkelijke kruiskozijnen in 1818 aangepast tot venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met lekdrempels in regelmatige ordonnantie; klimmende dakkapelDakkapel met overkapping die in dezelfde richting helt als het dakvlak..
Achtergevel met aandak.
Rechts, diephuis op hoek met Beenhouwersstraat, met drie bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderde, barokgevel met in- en uitgezwenkte top, te dateren eind 17e – begin 18e eeuw. Boven verdieping met door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. penantenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. gemarkeerde hoekrisalieten; aangepaste rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met lekdrempel. Geveltop van twee geledingen, gemarkeerd door waterlijstenVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. en platbandbelijning; rechthoekige vierlicht met hogere centrale venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in eerste geleding, spiegelboogvenster in tweede; bekronend frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Op benedenverdieping winkelpui met verplaatste ingang (1927).
Zijgevel van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), aangegeven door lelie-ankers met gekrulde spie; oorspronkelijke kruiskozijnen in 1818 aangepast tot venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met lekdrempels in regelmatige ordonnantie; klimmende dakkapelDakkapel met overkapping die in dezelfde richting helt als het dakvlak..
Achtergevel met aandak.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 34311 (1927); AA, 1818. vol. 17, z.n.
Websites
BALat KIK-IRPA
Opmerkelijke bomen in de nabijheid























