Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Hotel Continental
De Brouckèreplein 41
Emile Jacqmainlaan 1-1a-1b-3-5-7-9-11-13-15-19
Adolphe Maxlaan 6-10-12-22-26
Sint-Michielsstraat 1-5
Typologie(ën)
hotel
Ontwerper(s)
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Neorenaissance
Neobarok
Eclectisme
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Bouwen door de eeuwen heen in Brussel. Stad Brussel (1989-1993)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Landschappelijk Een landschap is een gebied, zoals waargenomen door de mens, waarvan het karakter het resultaat is van ondernomen actie en interactie van natuurlijke en/of menselijke factoren. Het is een schaalbegrip bestaande uit verschillende (erfgoed)componenten, die elk, al of niet hun intrinsieke waarde hebben, maar alles samen tot een groter meerwaardegeheel verheffen én dat dit ook zo word gepercipieerd vanop een bepaalde afstand. Wijde stadspanorama’s zijn het landschap bij uitstek, denk bijvoorbeeld aan het zicht over de benedenstad van Brussel vanop het Koningsplein, maar ook op kleinere schaal kunnen dergelijke landschappen die uit verschillende componenten zijn samengesteld voorkomen.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 32410
Beschrijving
Vrijstaand complex in eclectischePeriode: ca. 1840-1914.
Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit
verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen
historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt
zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de
grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850
ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot
dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en
rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor
eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl,
ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en
daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de
industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om
flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke
voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich
zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen,
fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het
eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van
Brussel (de Brusselse voorsteden).
In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt
gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de
middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een
religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit
voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance
symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die
manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te
weerspiegelen.
In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en
herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen
met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer,
keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor
te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel,
erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken,
zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken.
De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en
tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis:
een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het
burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs
ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap,
vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en
soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas).
De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt:
een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie
bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één
brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt
in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend
met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een
driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of
bow-windows.
Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de
stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele
straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert
in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade
of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van
een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd
door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen
dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde
stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel.
De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische
stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de
polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in
uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk,
uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en
stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door
elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk,
soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters
in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art
nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale
motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten
elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz.
Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de
Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog
lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden
verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren
uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen
gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als
laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische
woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen
geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of
regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl met Franse
neorenaissance- en neobarokkeDe
Neobarokstijl in Brussel ontwikkelde zich in de periode tussen circa 1880 en
1914, binnen het bredere kader van het eclecticisme dat de Belgische
architectuur in de tweede helft van de 19e eeuw domineerde. Deze stijl herneemt
de vormen, composities en expressieve effecten van de 17e eeuwse barok, maar
vertaalt ze naar een laat-19e-eeuwse stedelijke en burgerlijke context. In
tegenstelling tot het meer rationele neoclassicisme of de streng (archeologische)
neostijlen, onderscheidt de neobarok zich door dynamiek, plastische rijkdom en
ornamentale overvloed.
In Brussel sluit de opkomst van de neobarok nauw aan bij het beleid van
verfraaiing en representatie dat onder koning Leopold II werd gevoerd die de
bouw stimuleerde van monumentale boulevards, theaters, musea en prestigieuze
burgerhuizen waarin deze exuberante vormentaal een passend middel tot
stedelijke en nationale zelfverheffing bood.
De Brusselse neobarok kenmerkt zich door een uitgesproken theatraliteit in de
gevelcompositie, waarin beweging, asymmetrie en plastische articulatie centraal
staan. Gebogen en gebroken frontons, rijk geprofileerde kroonlijsten, zware –
vaak gekoppelde – kolommen of pilasters met Korinthische of composiete
kapitelen, cartouches, guirlandes, festoenen, putti en mascarons bepalen het
beeld. Daarnaast wordt natuursteen decoratief gecombineerd met pleisterwerk, en
zorgt een sterk sculpturale belijning ervoor dat de gevel als het ware in
reliëf naar voren treedt. De stijl fungeert zo als een expressief medium van
stedelijke representatie, waarbij ornament en structuur samensmelten tot een
scenografisch geheel. In Brussel komt de neobarok voor in uiteenlopende
contexten: in openbare gebouwen zoals theaters, banken en ministeries, in
luxueuze burgerhuizen en stadspaleizen, in commerciële panden waar gevel en
interieur een doorlopend barok idioom delen, en eveneens in kerkelijke
architectuur. inslag, naar ontwerp van architect E. Carpentier
van 1874.
Samenstel van monumentaalZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten., rijk geornamenteerd kopgebouw en soberder uitgewerkte achterliggende constructie. Beeldbepalende architectuur op de samenkomst van Emile Jacqmainlaan en Adolphe Maxlaan, in de aslijn van de Anspachlaan, doorlopend tot de Sint-Michielsstraat. Gerenoveerd onder leiding van ‘Bureau d’architecture Marcel Lambrichs’ (architecten M. Lambrichs, C. Grochowski, P. De Lavaleye, B. Czys) in 1979-1982 : gevelrestauratie, inwendige kaalslag en wederopbouw met appartementen, kantoren en winkels.
Kopgebouw met natuurstenen parementGevel- of muurbekleding., overvloedig versierd met beeldhouwwerk door L. Samain; vier bouwlagen + entresol en driemaal drie brede traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. (leien). Tot in de details geïnspireerd op de pasticherende uitbreiding van het Parijse Louvre door architecten L.T.J. Visconti en H. Lefuel uit 1852- 1857. Oorspronkelijk hoger afgeknot tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak. met dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. en dubbele rij œil-de-bœufs, bekroond met beeldengroep «Le Festin» in gedreven koper door Samain; door brand verwoest in 1901 en vervolgens in vereenvoudigde vorm wederopgebouwd. Symmetrische opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur., gemarkeerd door middenrisaliet, met horizontale indeling in drie registersVensterstrook in een topgevel.. OnderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. geritmeerd door geblokte pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met zwaarder geboste sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. en belijnd door puilijst op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.; ten dele gereconstrueerd. Centraal geblokt rondboogportaal met genieën in de zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. ; aan weerszijden rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. waarboven in voorgevel ronde oculiKlein rond, ovaal of polygonaal venster. geflankeerd door allegorieën van Schilder-, Beeldhouwkunst, Muziek en Architectuur en bekroond door trofeeënNabootsing van oorlogs- of jachttrofeeën die oorspronkelijk werden opgehangen; later veelal als zuiver decoratief motief gebruikt met dezelfde onderwerpen of uitgebreid met zinnebeelden van de kunsten, de ambachten,… van Kunst, Nijverheid en Wetenschap. Eerste twee bovenverdiepingen geritmeerd door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten., gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster., Corinthische, in middenrisaliet gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. met bijkomend rankwerkVersiering bestaande uit een buigzame, slingerende tak, versierd met lofwerk. onderaan op de schachtDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn. , en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.; breed hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. gevormd door architraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden., friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met rankwerkVersiering bestaande uit een buigzame, slingerende tak, versierd met lofwerk., putti en guirlandesGehouwen of gesneden slinger van bloemen, bladen of vruchten. Als festoen, vaak met linten en opgehangen aan strikken met neerhangende uiteinden. , en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. en tandlijst. Hoge rechthoekige deurvensters op bel-etage in bewerkte omlijsting met onder meer eierprofiel en vlechtwerkDecoratieve stilering van gevlochten werk, in het bijzonder van banden, koorden,…, bekroond door spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en alternerend driehoekig en gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. waarin vrouwenhoofd op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Aansluitend rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van lage derde bouwlaag omlijst door arabeskenOrnament met slingerende grondlijn, bekleed met bladeren, bloemen, vruchten, gedeelten van mensen- of dierenbeelden in grillige vormen, maar op sierlijke wijze geschikt en aaneengestrengeld. en entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. respectievelijk ijzeren balkons en leuningen. Vierde bouwlaag opgevat als attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt., met postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering., acanthusfries, kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en balustradeHekwerk van spijlen of balusters. met hoekvazen; rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in riemomlijsting met orenUitstekend deel van sommige bouwelementen of -constructies, meestal louter decoratief., entablement en vrouwenhoofd. Middenrisaliet doorlopend in dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is., gemarkeerd door twee aan twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. kariatidenOndersteuning in de vorm van een vrouwenfiguur, hetzij met onderlichaam, hetzij met taps toelopende pijler of pilaster (herme)., allegorieën van de Seizoenen, waarop bewerkt entablement en driehoekig frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. tussen genieën en putti; vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. zoals op derde bouwlaag.
Aansluitend lagere bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderde vleugels ; vier bouwlagen + entresol, tweemaal negentien op twaalf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. (leien). Klassieke opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. met horizontale geleding en alternerend ritme; geknikt ten oosten, afgeschuindSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. ten noordwesten. Begane grond oorspronkelijk met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en alternerend winkeldeuren en -ramen, belijnd door puilijst ; heden grotendeels gereconstrueerd in gewijzigde ordonnantie. Entresol met overeenkomstig smalle en bredere venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Bovenverdiepingen met regelmatige registersVensterstrook in een topgevel. van rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met geriemde omlijsting en lekdrempel, in verkleinende ordonnantie. Eerste verdieping belijnd door rankwerkfries. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) alternerend geaccentueerd door balkons met ijzeren hek, doorlopend in cordons, en respectievelijk gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met leeuwenkoppen, en entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met maskerkop tussen rankwerkvoluten op eerste twee verdiepingen; hogerop dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. en bewerkt gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Tussenliggende traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met bijkomende orenUitstekend deel van sommige bouwelementen of -constructies, meestal louter decoratief. op eerste en derde verdiepingen, entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. op tweede. Beëindiging door acanthusfries en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)..
SAB/OW 3592 (1874); P.P., 967.
Samenstel van monumentaalZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten., rijk geornamenteerd kopgebouw en soberder uitgewerkte achterliggende constructie. Beeldbepalende architectuur op de samenkomst van Emile Jacqmainlaan en Adolphe Maxlaan, in de aslijn van de Anspachlaan, doorlopend tot de Sint-Michielsstraat. Gerenoveerd onder leiding van ‘Bureau d’architecture Marcel Lambrichs’ (architecten M. Lambrichs, C. Grochowski, P. De Lavaleye, B. Czys) in 1979-1982 : gevelrestauratie, inwendige kaalslag en wederopbouw met appartementen, kantoren en winkels.
Kopgebouw met natuurstenen parementGevel- of muurbekleding., overvloedig versierd met beeldhouwwerk door L. Samain; vier bouwlagen + entresol en driemaal drie brede traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. (leien). Tot in de details geïnspireerd op de pasticherende uitbreiding van het Parijse Louvre door architecten L.T.J. Visconti en H. Lefuel uit 1852- 1857. Oorspronkelijk hoger afgeknot tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak. met dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. en dubbele rij œil-de-bœufs, bekroond met beeldengroep «Le Festin» in gedreven koper door Samain; door brand verwoest in 1901 en vervolgens in vereenvoudigde vorm wederopgebouwd. Symmetrische opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur., gemarkeerd door middenrisaliet, met horizontale indeling in drie registersVensterstrook in een topgevel.. OnderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. geritmeerd door geblokte pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met zwaarder geboste sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. en belijnd door puilijst op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.; ten dele gereconstrueerd. Centraal geblokt rondboogportaal met genieën in de zwikkenHoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog gevat is. ; aan weerszijden rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. waarboven in voorgevel ronde oculiKlein rond, ovaal of polygonaal venster. geflankeerd door allegorieën van Schilder-, Beeldhouwkunst, Muziek en Architectuur en bekroond door trofeeënNabootsing van oorlogs- of jachttrofeeën die oorspronkelijk werden opgehangen; later veelal als zuiver decoratief motief gebruikt met dezelfde onderwerpen of uitgebreid met zinnebeelden van de kunsten, de ambachten,… van Kunst, Nijverheid en Wetenschap. Eerste twee bovenverdiepingen geritmeerd door kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten., gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster., Corinthische, in middenrisaliet gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. met bijkomend rankwerkVersiering bestaande uit een buigzame, slingerende tak, versierd met lofwerk. onderaan op de schachtDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn. , en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.; breed hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. gevormd door architraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden., friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met rankwerkVersiering bestaande uit een buigzame, slingerende tak, versierd met lofwerk., putti en guirlandesGehouwen of gesneden slinger van bloemen, bladen of vruchten. Als festoen, vaak met linten en opgehangen aan strikken met neerhangende uiteinden. , en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. en tandlijst. Hoge rechthoekige deurvensters op bel-etage in bewerkte omlijsting met onder meer eierprofiel en vlechtwerkDecoratieve stilering van gevlochten werk, in het bijzonder van banden, koorden,…, bekroond door spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. en alternerend driehoekig en gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. waarin vrouwenhoofd op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Aansluitend rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van lage derde bouwlaag omlijst door arabeskenOrnament met slingerende grondlijn, bekleed met bladeren, bloemen, vruchten, gedeelten van mensen- of dierenbeelden in grillige vormen, maar op sierlijke wijze geschikt en aaneengestrengeld. en entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. respectievelijk ijzeren balkons en leuningen. Vierde bouwlaag opgevat als attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt., met postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering., acanthusfries, kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en balustradeHekwerk van spijlen of balusters. met hoekvazen; rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in riemomlijsting met orenUitstekend deel van sommige bouwelementen of -constructies, meestal louter decoratief., entablement en vrouwenhoofd. Middenrisaliet doorlopend in dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is., gemarkeerd door twee aan twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. kariatidenOndersteuning in de vorm van een vrouwenfiguur, hetzij met onderlichaam, hetzij met taps toelopende pijler of pilaster (herme)., allegorieën van de Seizoenen, waarop bewerkt entablement en driehoekig frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster. tussen genieën en putti; vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. zoals op derde bouwlaag.
Aansluitend lagere bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderde vleugels ; vier bouwlagen + entresol, tweemaal negentien op twaalf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. (leien). Klassieke opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. met horizontale geleding en alternerend ritme; geknikt ten oosten, afgeschuindSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. ten noordwesten. Begane grond oorspronkelijk met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren. en alternerend winkeldeuren en -ramen, belijnd door puilijst ; heden grotendeels gereconstrueerd in gewijzigde ordonnantie. Entresol met overeenkomstig smalle en bredere venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Bovenverdiepingen met regelmatige registersVensterstrook in een topgevel. van rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met geriemde omlijsting en lekdrempel, in verkleinende ordonnantie. Eerste verdieping belijnd door rankwerkfries. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) alternerend geaccentueerd door balkons met ijzeren hek, doorlopend in cordons, en respectievelijk gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met leeuwenkoppen, en entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met maskerkop tussen rankwerkvoluten op eerste twee verdiepingen; hogerop dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. en bewerkt gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Tussenliggende traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met bijkomende orenUitstekend deel van sommige bouwelementen of -constructies, meestal louter decoratief. op eerste en derde verdiepingen, entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. op tweede. Beëindiging door acanthusfries en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)..
SAB/OW 3592 (1874); P.P., 967.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid














