Typologie(ën)

opbrengsthuis
gelijkvloers met handelszaak

Ontwerper(s)

J.-J. VAN DEN ENGarchitect1930

Stijlen

Art deco

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 30927
lees meer

Beschrijving

Op hoek met Violetstraat. Opbrengsthuis in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. naar een ontwerp van architect J.J. Van den Eng, 1930, gesigneerd en gedateerd op benedenverdieping.

Vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Similigevel met rechthoekige vensters. Markerende afgeronde hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. met drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. Panelen en gegroefde motieven op de borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., begrenzende muurdammen en geometrische sierlijst onder het kordonUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). in de hoektravee onderbroken voor ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., uitgewerkt met typische ornamentenNiet-zelfstandig sierelement om een voorwerp of gebouw op te luisteren.. Gelijkaardige leuning in plaats van balustradeHekwerk van spijlen of balusters., als bekroning van het dak.
Marmeren pui met getraliede keldergaten: veelkleurige gestileerde motieven in het glas-in-lood van de vensterlichten, met opschriften “DRAGEES / CONFISERIE”. Belendende twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) links in nr. 38, uit de 19
e eeuw werden behouden met klassieke pui. Dakverdieping (1907) en parementGevel- of muurbekleding. aangepast aan nr. 40.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 38136 (1930), 20323 (1907).