Typologie(ën)

school
bijgebouwen

Ontwerper(s)

Hyppolite JAUMOTarchitect1866-1880

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neoclassicisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2013-2014

id

Urban : 23311
lees meer

Beschrijving

Kleuter- en lagere school in neoclassicistischeVan 1775 tot jaren 1840. Het neoclassicisme – voor interieur ook Lodewijk XVI-stijl genoemd, naar Lodewijk XVI – ontstaat in Frankrijk in de tweede helft van de 18e eeuw en verspreidt zich snel over Europa. In Brussel bestrijkt de stijl hoofdzakelijk de periode 1775 tot de jaren 1840, al blijft zij tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog opduiken. In het Vlaamse landsgedeelte wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen het 18e-eeuwse classicisme (ontstaan tijdens het Ancien Régime) en het neoclassicisme van de vroege 19e eeuw, dat hier geleidelijk uit voortvloeit. Na de Franse Revolutie en tijdens de Franse en Nederlandse periode evolueert de samenleving naar een burgerlijke maatschappij, wat zich vertaalt in een aangepaste architectuur en een nieuw cliënteel. Typologisch evolueert de bebouwing van 18e-eeuwse huizen met twee à drie bouwlagen (waarbij de derde vaak een mezzanine is) naar 19e-eeuwse gevels met drie à vier volwaardige niveaus. Naast grootschalige stadsuitbreidingen worden bestaande woningen regelmatig verbouwd tot classicistische herenhuizen met een nieuwe, symmetrische lijstgevel. Deze gevels beantwoorden aan de proportieregels van de antieke bouwkunst en functioneren soms als schermgevel, los van de achterliggende structuur. Het neoclassicisme vindt zijn theoretische basis in een hernieuwde belangstelling voor de Griekse en Romeinse oudheid, gestimuleerd door de opgravingen in Pompeï en Herculaneum en door de culturele praktijk van de Grand Tour. Onder invloed van de Verlichting streeft men naar harmonie, eenvoud, rationaliteit en een sobere ornamentiek, als reactie op barok en rococo. De stijl is meer dan een vormentaal: zij gaat gepaard met een rationele herinrichting van de stad (embellissement), waarbij esthetische, hygiënische en praktische aspecten samenkomen. Rechte straten, perspectieven en uniforme gevelwanden bepalen het stadsbeeld. In Brussel leidt dit tot een doorgedreven uniformisering van bepleisterde en beschilderde gevels. Vanaf 1812 worden enkel lichte tinten toegestaan; vanaf 1818 verplicht de stad de zogenaamde pierre-de-france-kleur, wat bijdraagt tot het beeld van de 19e-eeuwse “witte” stad. Kenmerkend is de bepleisterde en beschilderde lijstgevel, vaak wit of licht gekleurd, soms gecombineerd met hard- of witsteen. De compositie is strikt symmetrisch opgebouwd. Muuropeningen zijn meestal rechthoekig, soms steekboogvormig; rondbogen komen voor als accent, bijvoorbeeld in een toegangstravee. De gevel wordt horizontaal geleed door cordonlijsten en bekroond met een vooruitspringende kroonlijst, vaak voorzien van modillons en/of tandlijst. Samen met fries en architraaf vormt dit het klassiek geïnspireerde hoofdgestel. Decoratieve elementen – indien aanwezig – verwijzen naar de antieke vormentaal: pilasters, kolommen, frontons, trigliefen, medaillons, guirlandes of urnen. Toch zijn vele gevels, vooral in het begin van de 19e eeuw, opvallend sober. In prestigieuzere woningen verschijnt een balkon, aanvankelijk met smeedijzeren borstwering en vanaf het midden van de 19e eeuw steeds vaker in gietijzer. In Brussel wordt het neoclassicisme toegepast in zowel grootschalige stedenbouwkundige projecten als in particuliere woningbouw, publieke gebouwen en religieuze architectuur, en draagt het in sterke mate bij tot de coherentie en homogeniteit van het straatbeeld. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn het Martelarenplein (het vroegere Sint-Michielsplein, 1774–1776), de Koningswijk (1774–1782), de Nieuwe Graanmarkt (1787), de omgeving van De Munt (1817–1822), het Barricadenplein (het vroegere Oranjeplein, 1825) en het Groot Godshuis met de omliggende wijk (1827), evenals de heraanleg van de omgeving van de vroegere stadspoorten. Naast gewone woningen en herenhuizen leent de stijl zich uitstekend voor monumentale en representatieve gebouwen, zoals publieke en religieuze instellingen, kastelen, paleizen en academies. In Brussel worden bovendien talrijke oudere dwarshuizen aangepast aan de nieuwe smaak: hun puntgevel wordt vervangen door een sobere, symmetrische lijstgevel. Ook in de omliggende dorpskernen blijkt het neoclassicisme bijzonder geschikt voor de oprichting of vernieuwing van bescheiden woningen, dankzij zijn heldere opbouw en ingetogen vormentaal. stijl, ontworpen tussen 1866 en 1880 door gemeentearchitect Hyppolite Jaumot en in 1919 uitgebreid door gemeentearchitect Adolphe Paillet.

Geschiedenis

In 1866 kocht de gemeente het eigendom Marchal – een groot terrein waarop ca. 1840 een herenhuis was gebouwd – om er een meisjesschool met gratis basisschoolonderricht te bouwen. Op de plaats van het herenhuis werd een eerste gebouw (A) opgetrokken, inspringend en evenwijdig t.o.v. de straat. De school opende haar deuren in oktober 1867, maar al snel werd ze te klein. In 1874 werden dus twee zijvleugels (B, C) bijgebouwd, haaks op het eerste gebouw (A) en nog altijd inspringend t.o.v. de straat. In 1875 werd aan de straatkant een omheiningsmuur gebouwd (D) en werd de trap van hoofdgebouw (A) vervangen door een nieuwe. In december 1880 tekende gemeentearchitect Hippolyte Jaumot nieuwe plannen voor de uitbreiding van het complex, waarbij de zijvleugels (B, C) tot aan de straat zouden worden verlengd. Deze werken werden in 1881-1882 uitgevoerd. Wellicht in die periode, of in elk geval in de loop van de jaren 1880, werden de twee volumes van één bouwlaag onder daklicht (E, F) gebouwd, achter de zijvleugels en in de hoek gevormd met het hoofdgebouw. In het volume achteraan rechts (F) werd in 1912 een turnzaal ingericht. In 1919 kocht de school nr. 13 Lefrancqstraat (G). Dit herenhuis, dat van vóór 1858 dateerde, was vóór 1867 voorzien van een inrijpoort aan de rechterkant, terwijl in 1891 de tuin aan de zijkant werd verwijderd en vervangen door nr. 7 tot 11 (zie deze nummers). Na 1899 werd er een achterliggende stal aan toegevoegd (H). Volgens de plannen van gemeentearchitect Adolphe Paillet uit december 1918 werd het gebouw aangevuld met verdiepingen boven de inrijpoort en met achtergebouwen.

Lefrancqstraat 13, Gemeenteschool nr. 3, gewijzigde <a href='/nl/glossary/183' class='info'>opstand<span>Bouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur.</span></a>, GAS/OW [i]École n[sup]o[/sup] 3 rue Rogier (1918)[/i].

Beschrijving

Op nr. 188 Rogierstraat, hoofdgebouw en zijvleugels van twee bouwlagen, met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels. Hoofdgevels van elk drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan weerszijden van een centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. KroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en deuren bewaard. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vervangen.

Hoofdgebouw (A) uit 1866-1867, onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Voorgevel met centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden., voorzien van gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. muuropeningen (deuren op de benedenverdieping). FrontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster..
Achtergevel achter een ondiepe binnenplaats, thans deels bebouwd.
Het gebouw bevatte vroeger een centraal trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. met twee trapdelen uit 1875, geflankeerd door twee klaslokalen in elke bouwlaag, zoals blijkt uit de plannen van 1919. Wellicht tijdens het interbellum werd deze indeling op de benedenverdieping vervangen door een grote zaal met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. onder metalen balken, vanwaar een trap evenwijdig met de achtergevel vertrekt.

Rogierstraat 188, Gemeenteschool nr. 3, hoofdgebouw (A) (foto 2014).

Zijvleugels (B, C) onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde., met één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de straatkant. Aan de binnenplaats, traptravee als voorbouw. Deel achteraan uit 1874, trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en deel vooraan uit 1880-1882 (n.o.v. architect Hippolyte Jaumot). Op de straatgevels, venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog., elk gevat in een arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn., op de benedenverdieping met verdiepte schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Op het hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel., paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met respectievelijk de opschriften “ECOLE COMMUNALE” en “GEMEENTESCHOOL”. KroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op dubbele consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en onder boogvormig frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening..
Binnen, trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. naar twee klaslokalen in elke bouwlaag.

Omheiningsmuur (D) uit 1875, met twee inrijpoorten geflankeerd door hardstenen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) met bossageIn oorsprong een gevelbehandeling waarbij ruwgehakte, rechthoekige blokken natuursteen uit de loodlijn steken en de gevel op die manier een fors, rustiek (rustica) karakter verleent; later op gevel vormelijk geïmiteerd door middel van uitspringend al dan niet bepleisterde bakstenen blokken of banden (doorlopende schijnvoegen)..

Volumes achteraan (E, F) uit de jaren 1880, met één bouwlaag onder daklicht. Turnzaal in 1912 ingericht in het rechtervolume (F). In het linkervolume bevond zich in 1919 de huishoudafdeling.

Op nr. 13 Lefrancqstraat, gebouw van drie bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de laatste breder, met een inrijpoort en bekroond door een gebogen geveltop. Het volume dat met de eerste drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) overeenstemt, werd vóór 1858 opgetrokken. De inrijpoort, die vóór 1867 werd toegevoegd, werd pas in 1919 bekroond door twee verdiepingen onder topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. (n.o.v. architect Adolphe Paillet). Benedenverdieping en vierde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met verdiepte schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Balkon met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. op de tweede verdieping. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de tweede verdieping en op de topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. van de laatste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met moneelStenen vensterstijl.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). uit 1919 en inrijpoort bewaard.
Achter de eerste drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), twee aangebouwde bijgebouwen van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak toegevoegd in 1919; het eerste heeft drie bouwlagen, het tweede twee bouwlagen, waarvan enkel de eerste oorspronkelijk was gepland. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels. Muuropeningen onder I-balkIJzeren latei met I-profiel..
Interieur heringericht in 1919. Centrale trap evenwijdig aan de straat.

Aan de achterzijde van het perceel, gebouwd na 1899, voormalige stal onder asymmetrisch zadeldakDak met twee hellende dakvlakken., met een torentje waarvan het dak thans verdwenen is en een houten dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met zichtbare dakstoelMeestal driehoekig samenstel van dragende onderdelen van een kap, in één vlak, haaks op het dakvlak en veelal opgebouwd uit één of meerdere elementen op elkaar (kapgebinten).. Bakstenen gevel met similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. elementen.

Bronnen

Archieven
GAS/DS 165-17.
GAS/OW School nr. 3 Rogierstraat.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, 1866, pp. 13-15; 1867, pp. 35-37; 1873, p. 435; 1874, p. 450; 1875, p. 121; 1880, p. 434; 1881, pp. 333, 431-432; 1912, p. 1183; 1919, p. 303.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, Rapport sur la situation et l'administration des affaires de la commune pendant l'exercice 1866-1867, pp. 302-303.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, Rapport sur la situation et l'administration des affaires de la commune pendant l'exercice 1874-1875, 1875, p. 130.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, Rapport sur la situation et l'administration des affaires de la commune pendant l'exercice 1881-1882, 1882, p. 27.

Publicaties en studies
DE SAEGHER, E., BARTHOLEYNS, E., Histoire populaire de Schaarbeek, Henri Mommens drukker-uitgever, Schaarbeek, 1887, pp. 163-164.

Kaarten / plannen
VANDERMAELEN, Ph., Plan parcellaire de la commune de Schaerbeek avec les mutations jusqu'en 1836.
Atlas des chemins vicinaux de Schaerbeek, begin jaren 1840.
POPP, P. C., Atlas du Royaume de Belgique, plan parcellaire de la commune de Schaerbeek, ca. 1858.
BESME, V., Plan parcellaire des environs de Bruxelles, Saint-Josse-ten-Noode et Schaerbeek, 1867.
Plan de la commune de Schaerbeek 1876, Nationaal Geografisch Instituut.
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1881.
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1893.