Typologie(ën)

burgerwoning
opbrengsthuis

Ontwerper(s)

Hans DE HEUSCHarchitect1912

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Beaux-Artsstijl

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2010-2012

id

Urban : 21090
lees meer

Beschrijving

Geheel van twee gebouwen in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., n.o.v. architect Hans de Heusch, 1912.

Begin van bijzonder homogene huizenrij uit dezelfde periode, tot aan nr. 136.

Simili gevels met witstenen elementen, onder pseudomansarde en plat dak.

Op Brand Whitlocklaan nr. 120, burgerhuis van twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en drie bouwlagen. Op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., gestapelde trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. over twee bouwlagen, bekroond door een terras met stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. opengewerkt met ovalen, voor drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. Borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van het aanpalende vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met hetzelfde motief. MonelenStenen vensterstijl. en stijlen van de muuropeningen op deze verdieping behandeld als ingewerkte zuil of pilasterPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met Ionisch kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen.. Op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met vleugelstukken ingewerkt in een attiekmuurtje met bolvormige topstukken. Houten dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. op de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. Gesculpteerd decor met schelpen en takken. Secundaire ingang in de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen., en inrit aangelegd in 1954. Smeedijzeren beglaasde deur. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  bewaard in de eerste twee bouwlagen, met bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met roedeverdeling in medaillonvorm.

Op Brand Whitlocklaan nr. 122 - Albertynlaan nr. 73-75, opbrengsthuis van vier bouwlagen. Acht ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), zeven langs de Albertynlaan, de derde, zevende en laatste met trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op halfrond lampetNeerwaartse beëindiging, afhangende versiering als aanzet van een balkon of erker. en bekroond door een terras met vervangen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., voor drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. Op de vijfde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) langs de Albertynlaan, beglaasde smeedijzeren hoofddeur, onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. en impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met vleugelstukken en frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.; getraliede deur langs de Whitlocklaan, naar appartement op de benedenverdieping; garagetoegang (vervangen) in de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. op de eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). DakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles., met frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. langs de Whitlocklaan. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  op benedenverdieping.

Twee appartementen op de benedenverdieping en een op elke verdieping.

Bronnen

Archieven
GASLW/DS 120, 122: 220/doos 26 (1912); 120: 8433 (1954); 122: 341/doos 29 (1912).