
Ontwerper(s)
Gédéon BORDIAU – architect – 1900-1902
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
Onderzoek en redactie
2009-2010
id
Urban : 18718
Beschrijving
De steunmuren langs de Ridderschapslaan zijn gemaakt van hardsteen. Ze werden ontworpen in 1900 en gebouwd in 1902 door architect Gédéon Bordiau.
Rond de overgang naar de 20e eeuw startte Bordiau, die verantwoordelijk was voor de inrichting van het Jubelpark, met het ontwerpen van het driehoekige gedeelte van het park in de richting van Tervuren. Hij voorzag dit gedeelte van een groot cirkelvormig waterbekken omringd door concentrische en stervormige dreven. Bordiau maakte gebruik van steunmuren als oplossing voor het probleem van het niveauverschil tussen dit deel van het park en de esplanade waar de gebouwen staan.
In de as van het waterbekken voorzag Bordiau twee parallelle muren met sokkels die een dubbele ingangsweg omsloten. De lagere muur is bekleed met rustica, diegene aan de kant van de esplanade, heeft een centrale trap en twee brede laterale sokkels.

Langs de grote noordelijke en zuidelijke hallen bevinden zich muren met rustica en bekroond met een balustradeHekwerk van spijlen of balusters.. Deze volgt het ritme van de gevels van de gebouwen: uitspringende postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. begrenzen de traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met dezelfde afmetingen als die van de hallen; elke traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) is bovendien door een parallellepipedum in drie verdeeld; deze drieledige structuur is eveneens in de gevels terug te vinden (HENNAUT, E., 2003, p. 50).

Beschermd op 18.11.1976.
Rond de overgang naar de 20e eeuw startte Bordiau, die verantwoordelijk was voor de inrichting van het Jubelpark, met het ontwerpen van het driehoekige gedeelte van het park in de richting van Tervuren. Hij voorzag dit gedeelte van een groot cirkelvormig waterbekken omringd door concentrische en stervormige dreven. Bordiau maakte gebruik van steunmuren als oplossing voor het probleem van het niveauverschil tussen dit deel van het park en de esplanade waar de gebouwen staan.
In de as van het waterbekken voorzag Bordiau twee parallelle muren met sokkels die een dubbele ingangsweg omsloten. De lagere muur is bekleed met rustica, diegene aan de kant van de esplanade, heeft een centrale trap en twee brede laterale sokkels.

Langs de grote noordelijke en zuidelijke hallen bevinden zich muren met rustica en bekroond met een balustradeHekwerk van spijlen of balusters.. Deze volgt het ritme van de gevels van de gebouwen: uitspringende postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. begrenzen de traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met dezelfde afmetingen als die van de hallen; elke traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) is bovendien door een parallellepipedum in drie verdeeld; deze drieledige structuur is eveneens in de gevels terug te vinden (HENNAUT, E., 2003, p. 50).

Beschermd op 18.11.1976.
Bronnen
Archieven
ARA/ Ministerie van Openbare Werken, Administratie van Bruggen en Wegen, Civiele Gebouwen, inventaris T039/07, aanwijzer 602, doos 162.
Publicaties en studies
BOAS, S., CORTEN, I., Inventaire du petit patrimoine du parc du Cinquantenaire, onuitgegeven studie uitgevoerd voor de Koning Boudewijnstichting, 2002-2003.
HENNAUT, E. (ed.), Parc du Cinquantenaire, le complexe architectural dans ses relations avec le parc, studie uitgevoerd voor de Koning Boudewijnstichting, Archives d’Architecture moderne, 2003, pp. 50, 53.