Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
burgerwoning
Ontwerper(s)
Adrien BLOMME – architect – 1927
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Traditionalistische architectuur
Neo-Vlaamse renaissance
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2011-2013
id
Urban : 21587
Beschrijving
Op de hoek met de Émile Duraylaan, burgerhuis in traditionalistischePeriode: vanaf 1920
Traditionalistische architectuur duidt een manier van bouwen aan die zich
bewust laat inspireren door vormen, materialen en vakmanschap uit het verleden.
Het gaat om een houding die inzet op continuïteit en niet op een breuk met het
voorgaande. De traditionalistische architectuur probeert geen volledig nieuwe
stijl uit te vinden, maar veeleer de bouwkundige tradities van een streek, een
land of een tijdperk te respecteren, te behouden of te herinterpreteren. Die
tendens komt onder meer tot uiting na de twee wereldoorlogen: traditionalisten
willen de stad identiek heropbouwen om zo het beeld van de oude stad te
behouden. Zij verzetten zich tegen de modernisten, die het verleden volledig
willen uitwissen.
Kenmerkend voor traditionalistische architectuur is het gebruik van lokale of
traditionele materialen (steen, baksteen, leisteen, hout), soms gecombineerd
met moderne technieken en klassieke vormen en proporties (symmetrie, hellende
daken, regelmatige gevelopeningen). Traditionalistische architectuur behoort
niet tot één welbepaalde periode: het is vooral een architecturale houding die
op verschillende momenten opnieuw verschijnt, vaak als reactie op snelle
veranderingen of op bewegingen die als te vernieuwend worden beschouwd. Het
traditionalisme beleefde met name een heropleving tijdens de jaren 1980-2000,
als reactie op architectuur die als anoniem werd ervaren (grote gehelen,
commerciële zones) stijl met invloed van Vlaamse Renaissanceeind 15de eeuw – begin 17de eeuw
De Vlaamse-Renaissance is een
regionale stijl die zich ontwikkelde in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de
periode van de Habsburgse Nederlanden. Ze ontstond in een tijd van economische voorspoed
en artistieke vernieuwing en combineert de traditionele middeleeuwse
architectuur met vernieuwende elementen uit de Italiaanse Renaissance.
De stijl wordt enerzijds gekenmerkt door constructies in lokale bak- en
zandsteen, vaak voorzien van trapgevels, kruisvensters en speklagen. Anderzijds
is er een rijk Italiaans decoratief repertoire met frontonbekroningen,
arabesken, zuilen en pilasters. De Vlaamse-Renaissance is vooral bekend om zijn
imposante stadhuizen in verschillende Vlaamse steden, met dat van Antwerpen,
gebouwd tussen 1561 en 1564 door Cornelis Floris De Vriendt als schoolvoorbeeld.
In Brussel zijn slechts enkele gebouwen uit deze periode bewaard gebleven. Het
gaat voornamelijk om residentiële gebouwen in het centrum, opgericht in
opdracht van het hof, de adel en de hoge burgerij. Veel van deze gebouwen zijn
echter onderhevig geweest aan ingrijpende renovaties of reconstructies. In de
tweede helft van de 19e eeuw beleefde de Vlaamse-Renaissancestijl in Brussel
een heropleving als neostijl, waarbij verwezen werd naar het gouden tijdperk
van de Vlaamse kunst en handel in de 17e eeuw (zie Neo-Vlaamse renaissance)., n.o.v. architect Adrien Blomme i.o.v. de Compagnie Générale d'Entreprises Immobilières COGENI, 1927.
Het huis maakt deel uit van een woonerf gebouwd tussen 1928 en 1931 volgens het verkavelingsplan en de stedenbouwkundige voorschriften van architect Adrien Blomme (zie straatnotitie).
Het huis is bijna identiek aan nr. 1-1A ertegenover. Drie bouwlagen. HoekblokkenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel.. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., sommige per twee of drie gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd.. Hoog mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met in het ondervlak bakstenen dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. (makelaars). Talrijke ankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Breed uitspringende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... deels bewaard.
In de Émile Duraylaan wordt de gevel op de eerste verdieping bijna volledig ingenomen door een erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op geprofileerde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. verbonden door drie steekbogenBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster., onder een lessenaarsdakDak bestaande uit één hellend dakvlak.. Twee garagepoorten in de kelderverdieping. Voortuintje met bewaard traliewerk.
De gevel langs de toegang tot de square wordt gekenmerkt door een centrale gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op een onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. en geprofileerde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., vertrekkend vanaf de eerste verdieping tot aan het dak; daar neemt hij de vorm aan van een topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met rechte aandaken die in volutes uitmonden (cartouche). Op de benedenverdieping, toegangsdeur en getralied vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft..
Aangebouwd aan de achtergevel, bijgebouw van één bouwlaag onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. (dienstdeur); privétuintje (bewaard traliewerk).
Interieur
Vanuit de inkom leidt een gang naar een grote veelhoekige hal in het midden van het huis die uitgeeft op het hoofdtrappenhuis (tegen de gemeenschappelijke muur), aangevuld met een trap naar de “dienstkamers” aan de achtergevel.
Het huis maakt deel uit van een woonerf gebouwd tussen 1928 en 1931 volgens het verkavelingsplan en de stedenbouwkundige voorschriften van architect Adrien Blomme (zie straatnotitie).
Het huis is bijna identiek aan nr. 1-1A ertegenover. Drie bouwlagen. HoekblokkenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel.. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., sommige per twee of drie gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd.. Hoog mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met in het ondervlak bakstenen dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. (makelaars). Talrijke ankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Breed uitspringende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... deels bewaard.
In de Émile Duraylaan wordt de gevel op de eerste verdieping bijna volledig ingenomen door een erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op geprofileerde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. verbonden door drie steekbogenBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster., onder een lessenaarsdakDak bestaande uit één hellend dakvlak.. Twee garagepoorten in de kelderverdieping. Voortuintje met bewaard traliewerk.
De gevel langs de toegang tot de square wordt gekenmerkt door een centrale gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op een onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. en geprofileerde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., vertrekkend vanaf de eerste verdieping tot aan het dak; daar neemt hij de vorm aan van een topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met rechte aandaken die in volutes uitmonden (cartouche). Op de benedenverdieping, toegangsdeur en getralied vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft..
Aangebouwd aan de achtergevel, bijgebouw van één bouwlaag onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. (dienstdeur); privétuintje (bewaard traliewerk).
Interieur
Vanuit de inkom leidt een gang naar een grote veelhoekige hal in het midden van het huis die uitgeeft op het hoofdtrappenhuis (tegen de gemeenschappelijke muur), aangevuld met een trap naar de “dienstkamers” aan de achtergevel.
Bronnen
Archieven
GAE/DS 113-48-48A.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid






























