Typologie(ën)

café/brasserie/taverne
hotel

Ontwerper(s)

Marcel CHABOTarchitect1924-1925

G. QUERTAINMONTarchitect1929

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art deco

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 33214
lees meer

Beschrijving

Voormalig zogenaamd Ermitage-Hotel. Scherp afgeschuindSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoekgebouw (Negende Linielaan nr. 49) in art decoPeriode: 1920-1940 De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes, die in 1925 in Parijs plaatsvond. De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale periode op de Brusselse architectuur. De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken (soms voorzien van een gestileerde koepel). Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd (badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd. In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken, waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot een courante bouwstijl. In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door elementen van het modernisme te integreren en met name van de scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie “pakketbootstijl”)., naar ontwerp van architect M. Chabot van 1924-1925; vijf bouwlagen + attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt. en achttien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak. 

Lijstgevel van baksteen en similiBepleistering ter imitatie van natuursteen., geritmeerd door brede, deels gegroefde kolossaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. die de traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) bundelen, heden echter ontdaan van het oorspronkelijke geveldecor. RegistersVensterstrook in een topgevel. van haast vierkante, gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., boven de ruim opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. vroegere cafépui en inkom. Markante gevelbeëindiging, door middel van een breed geprononceerde, geprofileerde kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., waaronder voorheen een brede friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met gestileerde vogels en ranken; oorspronkelijk blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt. met postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. vóór een kleine dakverdieping, uitgebreid tot een volledige verdieping naar ontwerp van architect G. Quertainmont van 1929.


Bronnen

Archieven
SAB/OW 55162 (1924-1925), 39792 (1929).