Typologie(ën)

burgerwoning
woning met kunstenaarsatelier

Ontwerper(s)

Louise DE HEMschilder

Ernest BLEROTarchitect1905

Ernest BLEROTarchitect1902

Juridisch statuut

Beschermd sinds 09 oktober 1997

Stijlen

Art nouveau

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2014-2016

id

Urban : 36773
lees meer

Beschrijving

Opmerkelijk geheel in art-nouveaustijl bestaande uit een burgerhuis en het atelier van schilderes en beeldhouwster Louise de Hem, allebei n.o.v. architect Ernest Blerot en respectievelijk 1902 en 1905 gedateerd.

Louise de Hem (Ieper, 1866 - Vorst, 1922) was een pastelliste en portret- en landschapschilderes die vanaf 1890 grote bekendheid genoot. In 1905 liet ze haar atelier (nr.17) bouwen op het perceel naast de woning (nr.15) waarin ze zich vestigde kort na de dood van haar zwager, de schilder Théodore Cériez, met wie ze tot dan een atelier in Ieper deelde.

Op nr.15, opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. van drie bouwlagen met een kenmerkende compositie voor de stijl van de architect. Net als op nr.17, gevel in witsteen met elementen in hardsteen. Korfboogvormige muuropeningen, op de benedenverdieping onder een waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. met “zweepslagmotief” aan uiteinden. Op de eerste verdieping, trapezoïdale bow-windowErker (afk. Engels, van bow: buiging, en window: venster) die door haar gebogen vorm integrerend deel uitmaakt van de gevel en de achterliggende ruimte., uit de as, op lampetNeerwaartse beëindiging, afhangende versiering als aanzet van een balkon of erker. met bloemendecor dat doorloopt tot aan de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen.; links, balkon met ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met plantenmotieven. Op de laatste verdieping, per drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. muuropeningen onder hoefijzerboogBoog die meer dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een hoefijzer., rechts achter een trapezoïdaal Frans balkonBorstwering tussen de dagkanten van een naar binnen openslaand venster dat tot de vloer doorloopt. met ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Verdiepingen versierd met sgraffitiSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister). met een landelijkPeriode: 18e – 19e – begin 20e eeuw De landelijke architectuur verwijst naar een kenmerkende bouwwijze die voornamelijk bestaat uit boerderijen en landelijke woningen, opgetrokken tussen de 18e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Tot het midden van de 19e eeuw was dit type bebouwing wijdverspreid in de Brusselse voorsteden, die toen nog een overwegend landelijk landschap kenden. De bebouwing concentreerde zich vooral rond parochiekerken, in gehuchten, en langs de belangrijkste verkeersassen. Deze bouwwijze, die binnen de vernaculaire architectuur valt, vertoont specifieke architecturale en materiële kenmerken die getuigen van lokale grondstoffen en traditionele vakkennis. De boerderijen komen doorgaans overeen met kleinschalige landbouwbedrijven. Ze bestaan uit een rechthoekige woning, laag en zonder verdieping, die parallel of loodrecht op de weg is geplaatst. De ruimte tussen de weg en de boerderij fungeert als erf. Tot het einde van de 19e eeuw was de stal rechtstreeks verbonden met de woning en vormde zo één geheel. Bijgebouwen (schuur, berging, werkplaats, hooizolder) konden dit geheel aanvullen, afhankelijk van de middelen van de eigenaar. De vierkanthoeve is een variant van dit type, georganiseerd als een gesloten vierhoek of U-vorm rond een centrale binnenplaats. Deze binnenplaats bevatte vaak een mestput, een waterput, een drinkbak of een duiventil. Soms werd de straatzijde van de vleugel monumentaler vormgegeven met een poortgebouw. De constructietechniek maakt voornamelijk gebruik van lokale materialen: baksteen, kalkmortel, pleister en natuursteen (vooral voor sokkels en omlijstingen van openingen). De daken, rustend op een houten gebinte, zijn bedekt met riet, pannen of soms leien. De openingen zijn, indien later niet aangepast, zelden uitgelijnd en vaak van verschillende afmetingen. Sommige behouden hun oorspronkelijke houten latei. Ook zijn ijzeren muurankers zichtbaar in hoefijzer-, I- of X-vorm in de gevels en/of zijgevels. De landelijke woningen (vaak verbonden met tuinbouw) volgen een herkenbare typologie: een eenvoudig, compact bakstenen volume, een gepleisterde of geschilderde gevel, een indeling in traveeën over één niveau met attiek, en een poortdeur die toegang geeft tot een achterliggende berging. thema dat terugkeert in het gekleurde glas-in-lood dat de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. versiert. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). versierd met een faïencefries, analoog aan die van de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op nr.17. Oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .

Interieur. Fraai geprofileerd houtwerk, soms met “zweepslagmotief”, bewaard. Muren bekleed met gemaroufleerd doek; marmeren schoorstenen, mozaïeken met bloemenmotieven en gekleurde glas-in-loodramen.

Op nr.17, kunstenaarsatelier van twee bouwlagen onder plat dak. Net als op nr.15, gevel bekleed met witsteen versierd met elementen in hardsteen. In elke bouwlaag, breed getoogdBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met stenen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., met heel hoge toegangsdeur op de benedenverdieping. Tussen de bouwlagen, monochroom sgraffitoSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister). dat de godin van de Kunst voorstelt, verwijzend naar de functie van het gebouw. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). versierd met een faiencefries, analoog aan die van de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op nr.15. Dak afgeboord door een ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. tussen stenen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…).

Interieur. Tentoonstellingszaal op de benedenverdieping en kunstenaarsatelier op de verdieping. Verbouwingen in 1928 door kunstenaar Victor De Groux, die er woonde. Nieuwe verbouwingen in 2005 (eengezinswoning).

Beschermd 09.10.1997


Bronnen

Archieven
GAV/DS 15: 3212, 19773, 20708 (1986), 21315 (1991); 17: 3766, 9626 (1928), 23447 (2004), 23893 (2005).

Publicaties en studies
DEWILDE, J., VANDENBILCKE, A., Een charmante kijk op de Belle Epoque: Louise De Hem (1866-1922), Ieper, 1992.
MOINY, A., La ferronnerie de façade d’Ernest Blerot à Bruxelles (de 1897 à 1909) et sa signification architecturale (proefschrift kunstgeschiedenis en archeologie), UCL, Louvain-la-Neuve, 1987.
Explication des ouvrages de peinture, sculpture, architecture, gravure, dessins, modèles, Parijs, 1905.