Typologie(ën)

woning of opbrengsthuis (onbepaald)

Ontwerper(s)

Juridisch statuut

Beschermd sinds 11 september 2003

Stijlen

Traditionele architectuur
Neoclassicisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 31342
lees meer

Beschrijving

Geheel gevormd door een smal diephuis (één travee) en hoekhuis, heden bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels met drie bouwlagen onder afgesnuit zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. TraditionelePeriode: 17e-18e eeuw In Brussel verwijst traditionele architectuur naar een specifieke bouwwijze tijdens de periode die de 17e eeuw en de eerste helft van het 18e eeuw omvat. Het betreft een bouwtechniek waarbij bakstenen metselwerk, gemetseld met kalkmortel, wordt gecombineerd met natuursteen (onderbouw of plint, kruisvensters, kroonlijst, enz.) op een draagstructuur die bestaat uit een assemblage van zichtbare hoofdbalken en houten vloerbalken, die de muurvlakken onderling verbinden door middel van smeedijzeren ankers, zichtbaar in de gevel (rechte ankers of lelieankers). De vloeren zijn opgebouwd uit vrij brede planken, en de vertrekken worden soms ontsloten door een houten wenteltrap met centrale kern. De ruimte onder het dakgebinte beschikt over een verhoogde dakvoet en genummerde spanten. Onder het gebouw bevindt zich een stenen kelder, gemetseld met kalkmortel en overdekt door een groot, licht afgeplat tongewelf, dat haaks op de straat is georiënteerd. Die techniek wordt gebruikt voor de bouw van woonhuizen en komt voornamelijk voor in het historische centrum van Brussel. Gezien de woondichtheid en de smalle percelen is het meest voorkomende woningtype het diephuis. Een diephuis heeft een rechthoekig grondplan en bestaat uit drie opeenvolgende delen: een voorhuis, een binnenkoer en een achterbouw (het achterhuis). Beide volumes worden verbonden door een zijvleugel. Dwarshuizen, met een zadeldak evenwijdig met de straat, komen eerder voor buiten de gebieden met hoge dichtheid of langs invalswegen. De gevel blijft trouw aan de middeleeuwse puntgevel, waarvan het prototype in Brussel in de 15e eeuw opduikt. Bij dat type gevel versmallen de bovenzijden trapsgewijs of lopen ze, zij het minder frequent, via doorlopende hellingen uit in een punt. In de loop van de 17e eeuw wordt de topgevel verrijkt met decoratie die aan lokale varianten van de renaissance- en barokstijlen ontleend zijn (gebogen lijnen, voluten, rechte of omgekeerde consoles). Het fronton wordt pas courant toegepast vanaf de jaren 1730–1740. kernen, in zijgevel gedateerd 1693 door middel van jaarankers, doch aangepast in de eerste helft van de 19e eeuw.
Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. deels onder zichtbare lateiBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt., op lekdrempels. Bewaarde afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel., lelieankers met krul (gevel in Bijstandsstraat) en thans bedekte, omlopende steigergatenGat aan de bovenzijde van een gevel waarin de horizontale dwarsbalken van een steiger werden bevestigd; vaak afgedekt door smeedijzeren (sier)deksel. onder vernieuwde kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Deels aangepaste benedenverdieping.