Typologie(ën)
synagoge
Ontwerper(s)
Rémy VAN DER LOOVEN – architect – 1962-1963
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Brutalisme
Inventaris(sen)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2013-2014
id
Urban : 22563
Beschrijving
ModernistischeHet modernisme duidt
elke architectuur aan die getuigt van een streven naar innovatie door middel
van een uitgepuurde vormentaal. De zuiverste vorm, die vaak wordt aangeduid als
de internationale stijl, wordt gekenmerkt door een rationele plattegrond,
eenvoudige geometrische vormen, een draagstructuur (vaak in beton) met een plat
dak, lichte wanden en het gebruik van moderne materialen (industriële
materialen zoals gewapend beton, staal, glas).
Hoewel maar weinig gebouwen de zuiverheid van de internationale stijl bereiken,
drukken vele modernistische bouwwerken toch een duidelijk verlangen tot
rationalisering uit. Kenmerkend zijn regelmatige bakstenen bekleding, sobere
volumes en sterk gereduceerde decoratie.
Het modernisme zal wereldwijd diverse architectuurstromingen beïnvloeden.
Modernisme van het interbellum
Periode: ca. 1920 – 1940
In Brussel is het modernisme van het interbellum
soms moeilijk te onderscheiden van de art deco (zie “pakketbootstijl”), vooral
in de beginfase van de stroming: hoewel met nieuwe bouwkundige vormen wordt
geëxperimenteerd, blijft er nog een duidelijke gehechtheid aan het ornamentale
gebruik van traditionele materialen. De rode draad van het modernisme bestaat
uit de soberheid van de vormen, het gebruik van vensterregisters of liggende
rechthoekige vensters en de afwezigheid van decoratie. De geaccentueerde
horizontale voegen (of schaduwvoegen), de platte daken en de vensters die op
het gevelvlak aansluiten zijn evenzeer kenmerkend voor de stijl.
Naoorlogs modernisme
Periode: ca. 1940 – 1960
Het naoorlogse modernisme (jaren 1940-1960) is herkenbaar aan verschillende
karakteristieke elementen: een gevelindeling met een sobere esthetiek
(eenvoudige lijnen, geen ornamenten), grote gevelopeningen die door het glas
het natuurlijke licht en het gevoel van openheid versterken alsook de keuze en
toepassing van materialen, zoals zichtbare baksteen, breuksteen en metaal. Deze
architectuur verwerkt in sommige gevallen subtiele details, zoals reliëfspel in
het metselwerk, omlijstingen van gevelopeningen in natuursteen en/of uitgevoerd
in uitspringend metselwerk, kordons in natuursteen die de verdiepingen
benadrukken en soms een decoratief bas-reliëf. Gevelopeningen worden zeer vaak
als vensterregisters (vensterstroken) uitgevoerd, soms met metalen vensterleuning
(met een sober en functioneel ontwerp, zonder overbodige details, gericht op
het gebruiksgemak). Voor eengezinswoningen wordt vaak gekozen voor de bel?etagetypologie,
aangezien in die periode de auto toegankelijker wordt.
Ludiek modernisme, ook wel Expo 58-stijl genoemd
Periode: ca. 1950 – 1965
Het ludiek modernisme of
de expostijl (soms ook Robbedoesstijl, naar de stripreeks waarin dergelijke
woningen in die periode figureerden),
dankt zijn naam aan de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Het is
een kortstondige tendens binnen het modernisme die zich ontwikkelt eind de
jaren 1950 en verdwijnt begin de jaren 1960.
De Expo 58?stijl weerspiegelt het optimisme van die periode en geeft het
functionalisme een menselijke toets door een nieuwe vormentaal te introduceren,
die onder meer bestaat uit V?kolommen, uitstekende kroonlijsten en luifels,
boemerangvormige deurklinken, zigzagvormige borstweringen, stervormige
motieven, gekleurde sandwichpanelen en decoratief latwerk. De stijl hanteert
graag diagonale lijnen, onregelmatige, hoekige of gebogen vormen. De toegepaste
structuren zijn licht (de draagstructuur wordt vaak zichtbaar gelaten) en de
kleuren zijn dikwijls levendig en contrastrijk. De voorkeur gaat uit naar moderne materialen
zoals beton, metaal en grote glaspartijen. In Brussel kent de tendens een groot
succes in de wijken van de stadsrand die tegen het einde van de jaren 1950
worden ontwikkeld.
Laat modernisme
Periode: ca. 1970-1980
Tijdens de jaren 1970 en 1980 haalt de residentiële architectuur de
mosterd bij de uiteenlopende tendensen van die periode. In het late modernisme
zijn niet alleen de basisprincipes van het modernisme terug te vinden
(rationaliteit, eenvoudige volumes, weinig ornamenten, functionele organisatie
van de ruimte), maar ook elementen van het brutalisme (leesbaarheid van de
structuur en benadrukking van ruwe materialen). Toch worden die principes
verzacht door toegevingen die de wens weerspiegelen om moderniteit te verzoenen
met de verwachtingen van de middenklasse, die geeft om comfort en streeft naar
inpassing in het bestaande stadsweefsel. In die laat modernistische realisaties
staan zichtbare (ruwe) baksteen, het samenspel van open en gesloten vlakken
(blinde muren en glaspartijen), insprongen en hoogteverschillen en sobere
kubusvormige volumes centraal. Bepaalde contextbepalende elementen worden
ingewerkt, zoals hellende daken met dakpannen in residentiële wijken. Ook daken
lenen zich tot spelen met in- en uitsprongen, hoogteverschillen, open en
gesloten vlakken. In appartementsgebouwen krijgen de gevels ritme aan de hand
van prefabmodules en brede balkons met metalen en glazen borstweringen
(rookglas).
Het Brusselse laat modernisme van de jaren 1970-1980 kan dan ook worden gezien
als een fase van rationalisering en verspreiding van het modernisme, toegepast
op een breed scala aan residentiële typologieën. Het getuigt van een periode
waarin architectuur tegelijk praktisch, economisch en modern wilde zijn en zich
tevens wilde verankeren in een lokale materialiteit en in vormen aangepast aan
het dagelijkse gebruik. Dat erfgoed, dat niet spectaculair is en soms als strak
wordt beschouwd, vertegenwoordigt niettemin een essentiële fase in de evolutie
van het Brusselse stadslandschap en luidt de overgang in tussen het naoorlogse
klassieke modernisme en de opkomst van het postmodernisme in de jaren 1980. synagoge, n.o.v. architect Rémy Van der Looven, 1962-1963.
Geschiedenis
De synagoge werd in 1962 besteld door de Sefardische joodse gemeenschap van Brussel en werd vanaf 1966 gebouwd. De inhuldiging vond plaats op 20.12.1970. In 1984 ontwierp architect Ernest C. Henry een verbinding met nr. 49 (zie dit nummer), dat eigendom was geworden van de religieuze gemeenschap. In 1987 werd een rechthoekig bijgebouw, de Soeka, verbouwd tot een achthoekig paviljoen met vierkante voorbouw, n.o.v. architect Michel Kadz. In 1999 richtte architect Marco Kadz de ingang van de synagoge opnieuw in door hem met een gebogen metalen omheining af te sluiten.
Beschrijving
Synagoge bestaande uit twee rechthoekige volumes onder plat dak. Vooraan, ondiep toegangsvolume van twee bouwlagen met de hal, links geflankeerd door het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en een bureau, rechts door een woning; vergaderzaal op de verdieping. Achteraan, hoofdvolume met een “foyer” gevolgd door de “gebedszaal” voorzien van een mezzanine.

Buitenzijde
De gevels van het volume vooraan zijn gemaakt in rustieke hardsteen, die van het volume achteraan in witgekleurde baksteen. Gevels opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. met hoge betonnen claustra's, op de hoofdgevel als een grote rondbogige arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn. die de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). doorbreekt en waarvan de vorm door het dak wordt gevolgd. Elementen in prefabbeton met Davidssterren aan de straatkant en met geometrische motieven met driehoeken op de overige gevels. Bas-reliëf met een geometrisch uitgewerkte menora op het rechtermuurvak aan de straatkant. Hoofdvolume onder daklicht met zijvlakken versierd met non-figuratieve betonnen glasramen. Aluminium schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard; geometrisch uitgewerkte menora's uitgesnedenVerdiept aanbrengen, beitelen,… in de hoofddeur.
Geschiedenis
De synagoge werd in 1962 besteld door de Sefardische joodse gemeenschap van Brussel en werd vanaf 1966 gebouwd. De inhuldiging vond plaats op 20.12.1970. In 1984 ontwierp architect Ernest C. Henry een verbinding met nr. 49 (zie dit nummer), dat eigendom was geworden van de religieuze gemeenschap. In 1987 werd een rechthoekig bijgebouw, de Soeka, verbouwd tot een achthoekig paviljoen met vierkante voorbouw, n.o.v. architect Michel Kadz. In 1999 richtte architect Marco Kadz de ingang van de synagoge opnieuw in door hem met een gebogen metalen omheining af te sluiten.
Beschrijving
Synagoge bestaande uit twee rechthoekige volumes onder plat dak. Vooraan, ondiep toegangsvolume van twee bouwlagen met de hal, links geflankeerd door het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en een bureau, rechts door een woning; vergaderzaal op de verdieping. Achteraan, hoofdvolume met een “foyer” gevolgd door de “gebedszaal” voorzien van een mezzanine.

Buitenzijde
De gevels van het volume vooraan zijn gemaakt in rustieke hardsteen, die van het volume achteraan in witgekleurde baksteen. Gevels opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. met hoge betonnen claustra's, op de hoofdgevel als een grote rondbogige arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn. die de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). doorbreekt en waarvan de vorm door het dak wordt gevolgd. Elementen in prefabbeton met Davidssterren aan de straatkant en met geometrische motieven met driehoeken op de overige gevels. Bas-reliëf met een geometrisch uitgewerkte menora op het rechtermuurvak aan de straatkant. Hoofdvolume onder daklicht met zijvlakken versierd met non-figuratieve betonnen glasramen. Aluminium schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard; geometrisch uitgewerkte menora's uitgesnedenVerdiept aanbrengen, beitelen,… in de hoofddeur.
Bronnen
Archieven
GAS/DS 211-47.
















