Typologie(ën)
kunstenaarsatelier
bijgebouwen
bijgebouwen
Ontwerper(s)
Emile VAN NOOTEN – architect – 1906
Marcel WOLFERS – beeldhouwer – 1906
Philippe WOLFERS – beeldhouwer – 1906
Stijlen
Eclectisme met pittoresk karakter
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Sint-Pieters-Woluwe (DMS-DML - 2002-2009, 2014)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2005
id
Urban : 17589
Beschrijving
Voormalige ateliers (dubbelatelier) i.o.v. juweelontwerper-beeldhouwer Philippe Wolfers (1858-1929) en zijn zoon beeldhouwer Marcel Wolfers (1886-1976). Gebouw in eclectische stijl met art-nouveau-elementen n.o.v. arch. Emile Van Nooten, 1906 en uitgevoerd door aannemer J. Doyen. Stallen en koetshuis achteraan in tuin i.o.v. Marcel Wolfers n.o.v. dezelfde arch., 1911. Toevoeging garage aan voorkant; recente renovatie en aanpassing van atelier en koetshuis tot resp. ééngezinswoning en juweliersatelier (n.o.v. arch. Mario Serra di Migni, 2001).
Open bebouwing gelegen aan binnenkant van bouwblok, toegankelijk via een pad, afgesloten door een opmerkelijk smeedijzeren hekken in art-nouveaustijl tussen bakstenen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) met hardstenen elementen.
Onregelmatig langwerpig volume met twee bouwlagen onder gecombineerde bedaking. Niveauverschil tussen voor- en achterzijde waarbij souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. in zuidelijke zijgevel en oostelijke achtergevel overeenkomt met volwaardige bouwlaag. Bakstenen gevels met gecementeerdeMet portlandcement bestrijken. en hardstenen elementen. Rechthoekige muuropeningen van verschillende grootte onder hardstenen of ijzeren lateien. Sommige van deze muuropeningen zijn blindZonder opening; blind venster, schijnopening. over getralied.

Gecementeerde en wit geschilderde westelijke voorgevel met links brede houten vleugeldeur in art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. onder houten luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. op korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken.. Deze poort gaf oorspronkelijk rechtstreekse toegang tot het grote atelier. Tweede bouwlaag met centraal groot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur., voorheen blindZonder opening; blind venster, schijnopening., geflankeerd door twee kleine blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., waarvan rechter onderaan uitlopend in smal getralied vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. naast deur.
Bepleisterde zuidelijke zijgevel onder getrapte geveltop met uitbouw van twee bouwlagen, in het souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. opgevat als portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. en toegang tot voormalig klein atelier.
Op hoek van zijgevel en achtergevel vijfhoekige uitbouw van twee bouwlagen onder plat dak.
Achtergevel ter hoogte van oorspronkelijk groot atelier blindZonder opening; blind venster, schijnopening., heden met groot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur.. Rechts uitbouw van één bouwlaag met glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. tussen getraliede vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en onder dakterras.
Noordelijke zijgevel ter hoogte van souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. tegen omheiningmuur van belendend eigendom, op terugwijkende verdieping grote vensterpartij en glazen kap.
Interieur gekenmerkt door groot centraal gelegen atelier, oorspronkelijk over twee bouwlagen en opengewerkt aan noordzijde door glazen kap en brede muuropening. Heden toevoeging venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in oost- en westgevel. SouterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. met troggewelf.
De gevels en bedaking alsook het toegangshek en de pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) zijn sinds 01.10.1998 insgeschreven op de bewaarlijst.
Open bebouwing gelegen aan binnenkant van bouwblok, toegankelijk via een pad, afgesloten door een opmerkelijk smeedijzeren hekken in art-nouveaustijl tussen bakstenen pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) met hardstenen elementen.
Onregelmatig langwerpig volume met twee bouwlagen onder gecombineerde bedaking. Niveauverschil tussen voor- en achterzijde waarbij souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. in zuidelijke zijgevel en oostelijke achtergevel overeenkomt met volwaardige bouwlaag. Bakstenen gevels met gecementeerdeMet portlandcement bestrijken. en hardstenen elementen. Rechthoekige muuropeningen van verschillende grootte onder hardstenen of ijzeren lateien. Sommige van deze muuropeningen zijn blindZonder opening; blind venster, schijnopening. over getralied.

Gecementeerde en wit geschilderde westelijke voorgevel met links brede houten vleugeldeur in art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession. onder houten luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. op korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken.. Deze poort gaf oorspronkelijk rechtstreekse toegang tot het grote atelier. Tweede bouwlaag met centraal groot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur., voorheen blindZonder opening; blind venster, schijnopening., geflankeerd door twee kleine blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., waarvan rechter onderaan uitlopend in smal getralied vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. naast deur.
Bepleisterde zuidelijke zijgevel onder getrapte geveltop met uitbouw van twee bouwlagen, in het souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. opgevat als portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. en toegang tot voormalig klein atelier.
Op hoek van zijgevel en achtergevel vijfhoekige uitbouw van twee bouwlagen onder plat dak.
Achtergevel ter hoogte van oorspronkelijk groot atelier blindZonder opening; blind venster, schijnopening., heden met groot vensterLicht- en/of luchtopening in een muur.. Rechts uitbouw van één bouwlaag met glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. tussen getraliede vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en onder dakterras.
Noordelijke zijgevel ter hoogte van souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. tegen omheiningmuur van belendend eigendom, op terugwijkende verdieping grote vensterpartij en glazen kap.
Interieur gekenmerkt door groot centraal gelegen atelier, oorspronkelijk over twee bouwlagen en opengewerkt aan noordzijde door glazen kap en brede muuropening. Heden toevoeging venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in oost- en westgevel. SouterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. met troggewelf.
De gevels en bedaking alsook het toegangshek en de pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) zijn sinds 01.10.1998 insgeschreven op de bewaarlijst.
Bronnen
Archieven
GASPW/DS 365 (1906), 5 (1911), 318 (2001).